Tribune

Volgende week probeert de nationale waterpoloploeg zich in Berlijn te plaatsen voor de Olympische Spelen. Een eerder kwalificatietoernooi was, net als het EK, een fiasco. Is de drie ton subsidie van NOC*NSF welbesteed?

Nico Borst, binnen de zwembond KNZB belast met de sectie waterpolo: “Het is zeker geen weggegooid geld. Er is namelijk niet alleen geïnvesteerd in het behalen van een olympisch ticket voor Atlanta, maar ook in de jaren die komen. We hebben een jonge selectie, ik denk dat vrijwel alle spelers doorgaan tot 2000. Dat ze het afgelopen jaar zo intensief hebben kunnen trainen, is geheel te danken aan de financiële steun van NOC*NSF. Als we ons plaatsen voor de Spelen, behoren we tot de olympische kernploeg en verwacht ik dat we in ieder geval tot Atlanta op steun kunnen blijven rekenen. Plaatsen we ons niet, dan zal de voorkeur waarschijnlijk uitgaan naar sporters die wel gaan. Maar dan willen we in ieder geval proberen om de selectie in staat te stellen intensief te blijven trainen. Daarvoor moeten we wel zelf de financiële middelen zien te vinden. Maar vooralsnog ga ik er vanuit dat ze zich in Berlijn plaatsen, omdat het team heel veel potentieel heeft.”

André Bolhuis, chef de mission van de olympische ploeg voor Atlanta: “Het zou mooi zijn als je van te voren kon weten wat voor rendement een bepaalde investering oplevert. Maar zo werkt het meestal niet. Neem voetbalclubs als PSV en Feyenoord, hoeveel hebben die de afgelopen jaren niet geïnvesteerd in hun selectie en wat is daarvan het rendement geweest? Onze investering in de waterpoloploeg - volgens mij overigens hooguit tweeëneenhalve ton - heeft nog niet het maximale resultaat opgeleverd. Maar zodra ze zich plaatsen ligt dat anders. Wat ze vervolgens in Atlanta gaan doen, is een heel andere vraag. Het EK van vorig jaar viel tegen, maar op de Spelen van 1992 werden ze negende en op het laatste WK zevende. Zijn dat slechte prestaties?”

Stan van Belkum, oud-international: “Ik gun het ze van harte, zo'n som geld. En ik hoop dat ze zich plaatsen voor Atlanta. Maar het is klinkklare onzin om te verwachten dat je in een jaar tijd tot de wereldtop kunt gaan behoren. In zo'n tijdsbestek kun je niet de jarenlange achterstand op de toplanden wegwerken. Landen waar al vanaf de jeugd zes tot acht keer per week wordt getraind. En als ze zich plaatsen voor de Spelen maken ze geen enkele kans op een hoge notering. Neem het EK in Wenen. Wat werden ze daar ook weer? Tiende, elfde? Van Europa, hè! Eerlijk gezegd vind ik het een beetje kortzichtig van NOC*NSF om zo'n bedrag in de waterpoloploeg te stoppen. Dat geld had beter besteed kunnen worden aan atleten die dichter bij de wereldtop zitten. Maar als ik nog deel zou uitmaken van de selectie had ik natuurlijk ook gewoon dankjewel gezegd.”

Joop Alberda, bondscoach van de nationale volleybalploeg (mannen): “Na het mislukte EK heb ik die jongens een fax gestuurd met de zinspreuk 'De diepste dalen bestaan bij de gratie van de hoogste toppen'. Als een morele opsteker. Ik ken die jongens en kon me voorstellen wat ze doormaakten, deels omdat de volleybalploeg voor hen een beetje een voorbeeld is. Maar ook bij ons duurde het vier, vijf jaar voor we tot de top behoorden. Daarom is die steun van NOC*NSF ook geen weggegooid geld. Ik weet zeker dat die jongens veel geleerd hebben. Wat wel zonde is, is dat de polobond - net als de volleybalbond overigens - veel te afhankelijk is van NOC*NSF. Als die straks minder gaat betalen, wordt er gewoon weer één of twee keer per week getraind. Dan ben je weer terug bij af.”

Sandra Nieuwenburg-Scherrenburg, aanvoerster van de nationale vrouwen-waterpoloploeg, getrouwd met Hans, aanvoerder van het mannenteam: “Tot voor kort ging het er bij waterpolo in Nederland heel amateuristisch aan toe. Nu is dat door de steun van NOC*NSF anders. Maar het is eigenlijk pas sinds een jaar dat ze zo intensief met hun sport bezig kunnen zijn. Ik denk dat ze het in Berlijn redden, Hans is ook optimistisch. Soms ben ik jaloers op hem en de mogelijkheden die het team heeft gekregen. Wij ontvangen van NOC*NSF slechts een vergoedinkje. Komt omdat vrouwenwaterpolo internationaal weinig voorstelt, het is ook geen olympische sport. Jammer, want wij zijn wél wereldtop!”

Ivo Trumbic, oud-bondscoach, won met Nederland brons op de Spelen van 1976, werd vorig jaar na het teleurstellend verlopen kwalificatie-toernooi vervangen door Hans van Zeeland: “Tegenover de spelers vind ik het niet netjes om nu te babbelen. Dat doe ik pas na het kwalificatie-toernooi in Berlijn. Voor de waarheid is het nooit te laat.”

    • Paul de Lange