Socialistische Januskop

JÖRGEN OOSTERWAAL: Louis Tobback. Zwart op wit

120 blz., Houtekiet 1995, ƒ 29,90

MARIJKE VAN HEMELDONCK: Een schip met acht zeilen. De ontnuchtering van een gedreven socialiste en feministe

193 blz., Scoop 1995, ƒ 34,90

In de Vlaamse volkshuizen werd in mei vorig jaar vol ongeloof gekeken naar de verkiezingsuitslagen. Zelfs de meest optimistische socialist had er niet op durven rekenen dat zijn partij ongeschonden uit de verkiezingen zou komen. De Socialistische Partij was immers zwaar aangeslagen door de Agusta-smeergeldaffaire, die aan het begin van de verkiezingscampagne was losgebarsten. Maar de SP had een troef achter de hand: haar voorzitter Louis Tobback. Kordaat verschoof Tobback het centrale verkiezingsthema van de Agusta-affaire naar de sociale zekerheid. In zijn typische, onomwonden taalgebruik wist hij kiezers te overtuigen dat de SP meer dan ooit nodig was, wilden ze niet op hun oude dag aan de bedelstaf geraken. Resultaat: met 167.000 voorkeurstemmen kwam Tobback als populairste politicus uit de verkiezingsstrijd en de Socialistische Partij won licht.

In cartoons wordt Tobback vaak voorgesteld als een buldog. Zijn politieke stijl wordt vergeleken met die van een bokser, zijn directe taalgebruik heeft een nieuw bijvoeglijk naamwoord (tobbackiaans) aan de Belgische taal toegevoegd. In die recht-voor-zijn-raap stijl is ook zijn eind vorig jaar verschenen boek Zwart op wit geschreven. In 120 pagina's is Tobbacks leven, inclusief 35 jaar politieke carrière, vervat - van zijn geboorte 'in een Leuvens gankske' tot en met de Agusta-crisis: voor de Vlaamse socialisten “de moeilijkste periode (...) sinds het faillissement van de Bank van de Arbeid in de jaren dertig”.

In maart vorig jaar, toen de Agusta-crisis zijn dieptepunt had bereikt, kondigde Tobback in een dramatische toespraak het einde aan van een politieke generatie - de zijne. “De verkiezingscampagne van 1995 is mijn laatste geweest”, schrijft hij ook in Zwart op wit. Maar de voorzitter mag zijn vertrek al hebben aangekondigd, op dit moment is hij in de SP oppermachtig. In België heeft een partijvoorzitter sowieso meer macht dan in Nederland en Tobbacks positie werd nog versterkt bij de hervorming van de partijstatuten op het SP-congres afgelopen december.

Uit Zwart op wit blijkt dat de tonton van de Vlaamse socialisten er nogal ouderwetse ideeën op na houdt. Tobback, behalve partijvoorzitter ook burgemeester van Leuven, noemt het gezin de hoeksteen van de samenleving en als er morgen twee mensen van hetzelfde geslacht naar het Leuvense stadhuis komen om te trouwen, zal hij “ze verzoeken op te hoepelen”. De SP, aldus Tobback, moet een aantal klassieke thema's heroveren. “Wie oude socialistische affiches bekijkt, ziet meteen dat het socialisme altijd een beetje paternalistisch is geweest. De man die op zijn spade leunt, de vrouw die brood snijdt in de keuken, de kinderen die lachend spelen in de tuin.”

De socialistische voorman gelooft in de maakbaarheid van de samenleving. “Door de samenleving netjes te ordenen, maak je de samenleving tegelijk ook beter”. Hij heeft iets van een moraalridder als hij schrijft: “De burgerzin is de laatst jaren in het ongerede geraakt en dat stelt een ernstig moreel probleem.” Volgens Tobback gaan de begrippen law and order goed samen met progressief. Hij is dan ook voorstander van hard optreden tegen criminaliteit, drugs en economische vluchtelingen. “Er is te lang een soort linkse tolerantie geweest voor dat soort zaken”, schrijft Tobback die vindt dat waarden als burgerzin, netheid en sociale controle in ere hersteld moeten worden.

In Zwart op wit poneert Tobback moedig zijn niet altijd even gangbare meningen. Opmerkelijk is zijn ontboezeming: “Ik ben een orangist.” Hij noemt de Belgische revolutie een vergissing en is ervan overtuigd dat België beter af zou zijn geweest als het zich niet had afgescheiden. Opvallend is ook de bewering dat de kloof tussen burgers en politiek eerder te smal is dan te groot. “Dertig jaar geleden zou een doorsnee Belg het niet in zijn hoofd gehaald hebben om op een zondagavond de telefoon te nemen en naar de minister te bellen. Vandaag is dat schering en inslag.”

Jammer is dat Tobback blijft steken in meningen en one-liners, die hem populair maken bij de kiezer maar waarmee zijn boek oppervlakkig blijft. De voorzitter van de SP noemt het moderniseren van zijn partij noodzaak, maar hoe die SP van de toekomst er uit moet zien, laat hij in het vage. Louter teruggrijpen op klassieke thema's, zoals Tobback bepleit, kan toch niet de manier zijn om een vernieuwde partij de volgende eeuw in te loodsen. Van een partijvoorzitter zou je een diepgaander analyse verwachten.

Ongeveer tegelijkertijd met Zwart op wit verscheen een ander egodocument van een Vlaamse SP'er: Een schip met acht zeilen, van voormalig Europarlementariër Marijke van Hemeldonck. Is het boek van Tobback vaderlijk, soms wat mopperig van toon, uit de getuigenis van Van Hemeldonck spreekt regelrechte verbittering. Anders dan Tobback behoort zij niet tot het establishment van de SP. Integendeel, ze is in ongenade gevallen, volgens eigen verklaring omdat ze te kritisch was. Haar boek lijkt een afrekening met partijgenoten. Zo noemt ze de tegenwoordige minister van volksgezondheid, Marcel Colla, een “Antwerpse windbuil” en Louis Tobback een “bullebak”, die “demagogie” niet schuwt. Met zijn voorzitterschap, aldus Van Hemeldonck, “speelt de SP De terugkeer van de Polderbizon en wordt er weer officieel tekeergegaan vanaf het socialistische spreekgestoelte”.

Gedesillusioneerd

Van Hemeldonck is gedesillusioneerd door de Agusta-affaire. Maar haar wantrouwen tegen de partij begon al veel eerder, toen de socialist en tegenwoordig Europees commissaris Karel van Miert eind jaren zeventig partijvoorzitter werd en van de SP “een Vlaamse politieke eenheidssoep” maakte. Zijn toenadering tot de christen-democraten noemt Van Hemeldonck “een ondoordachte electorale manoeuvre op het laagste niveau” die de “socialistische beginselen en tradities” afbreuk heeft gedaan.

Een schip met acht zeilen is vooral interessant wanneer Van Hemeldonck haar werk beschrijft als medewerker op een ministerieel kabinet en als Europarlementariër. Ontluisterend is de beschrijving hoe ze, als ze in het Europees Parlement een amendement aanvaard wil krijgen, 'stemvee' laat aanrukken van de bar. Weinig verheffend is ook haar weergave van een vergadering van Eurosocialisten: “Dat roept en tiert in zes talen, praat door elkaar, stelt ordemoties, dreigt met afscheiding, zwaait met communiqués. De Duitsers roepen om orde, de Italianen om spreektijd, de Fransen om een compromis, de Nederlanders om een onderzoek.”

Gaat dit over dezelfde Socialistische Partij? is de vraag die zich opdringt na lezing van de getuigenissen van de twee Vlaamse socialisten. Van Hemeldoncks SP is “zielloos, doelloos en rot, verziekt door de macht en het geld”. Volgens Tobback heeft de partij daarentegen “een gouden kans om als moderne formatie aan de volgend eeuw te beginnen”.

Toch houdt zelfs de populaire partijvoorzitter er rekening mee dat hij ooit in ongenade kan vallen. “Ik weet wel dat er in de partij mensen zijn die (...) mij nooit zullen vergeven dat ik hen gered heb”, laat hij optekenen. “Misschien krijg ik ook ooit een ezelsstamp.”

    • Birgit Donker