Sensuele natuur in glas gevangen

Tentoonstelling: Franse Glaskunst 1890-1940, uit het Glasmuseum Hentrich-Kunstmuseum Düsseldorf. Museum Boymans-van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. T/m 7 april. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u.

In Rotterdam is het volop zomer. Geen frisgewassen Hollandse zomerdag met overdrijvende wolkenvelden, maar een sensuele, mediterrane hitte waarbij vlinders, libelles, wilde kastanjes, lissen, judaspenningen en rozen in de lome bedwelming verkeren die Claude Debussy zo prachtig weergaf in de eerste maten van zijn Prélude à l'après-midi d'un faune. Het kan geen toeval zijn dat een groene faunskop, in 1906 door Georges Despret gemaakt, een onderdeel vormt van de Boymans-expositie van Frans glas - hoofdzakelijk vazen en kommen - uit de tijd tussen 1890 en 1940.

Het is een fascinerende tentoonstelling waarin de natuur, nog net in volle bloei, maar op het punt van verwelken, de hoofdrol speelt. De mooiste objecten dateren uit de jaren rondom 1900. Kort daarvoor was in Europa en Amerika de laatste van de belangrijke 19de-eeuwse kunststromingen ontstaan, de Art Nouveau. De karakteristieke golvende, grillige, vaak asymmetrische lijnen en de soepele organische vormen van de Art Nouveau zijn duidelijk te herkennen in de architectuur en toegepaste kunst uit die periode: typografie, zilver, keramiek, meubels en glas. En vooral in het glas excelleerden de Franse kunstenaars.

Voorloper en onbetwist meester is Emile Gallé (1846-1904). Hij werd geboren in Nancy, waar zijn vader een glas- en fayencefabriek bezat. De jonge Gallé studeerde filosofie en botanica. Zijn hele leven bleef hij geobsedeerd door de schoonheid en de spirituele en symbolische waarde van het planten- en insektenrijk. Toen hij in 1874 zijn vaders fabriek overnam, liet hij als motto boven de toegangsdeur beitelen: 'Ma racine est au fond des bois'. Hij is zijn wortels trouw gebleven: in dit artistiek en technisch opmerkelijk en gevarieerd oeuvre zijn de bomen en de bloemen nooit ver weg als inspiratie voor naturalistische decoraties.

Gallé had een grote liefde voor de Franse dichtkunst: Rimbaud, Mallarmé en Hugo. Sommige vazen dragen een enkele versregel zoals een betrekkelijk klein exemplaar uit 1898, genaamd Picciola. Naast de bloemmotieven en een getralied venster staat een poëziefragment van Victor Hugo waarmee Gallé openlijk de kant van Dreyfus koos in het beruchte spionageschandaal dat Frankrijk in 1894 en enige tijd daarna verdeelde.

Emile Gallé heeft veel navolgers van wie de broers Auguste en Antonin Daum de bekendste zijn. Verrassender zijn de kleine meesters, zoals François-Emile Décorchemont, die in pâte-de-verre (een techniek waarbij fijngemalen glas in een mal aan elkaar wordt gesmolten) een eenvoudige beker versierde met een kransje van sint-janskruid. In een dunnere variant van pâte-de-verre, pâte-d'émail, maakte Albert Dammouse een schitterend blauw schaaltje met een bloemenrand. Het kommetje krijgt de eerste prijs in de categorie 'pril raffinement'.

In de jaren twintig, de bloeitijd van de Art Déco, worden de voorwerpen hoekiger en massiever. De natuur verliest aan belang als versierend motief en de lyriek maakt plaats voor een geforceerde zakelijkheid. Charles Schneider brengt met de zandstraaltechniek afwisselend kleine en grote rechthoekjes aan op een oranje schaal, maar helpt daarmee de betovering van het geheel om zeep.

In de Nederlandse musea is het Franse glas uit de eerste helft van deze eeuw slecht vertegenwoordigd. Dat feit alleen al maakt de selectie van ongeveer 120 objecten uit het Hentrich-bezit van het Kunstmuseum Düsseldorf boeiend. De tentoonstelling is zorgvuldig opgezet met onder meer drie zwierige etagère-achtige tafeltjes, luxueuze voorbeelden van Art Nouveau meubels. Op een door Gallé gemaakte etagère met marqueterie (inlegwerk) van hazelaartakken en vlinders staat een paarse Gallé-vaas met een decor van zwaardlelies. De tafel en de vaas zijn in volmaakte harmonie met elkaar. De organisatoren hebben bovendien aan de wand van het museumpaviljoen twee gedichten van Charles Baudelaire aangebracht. Vooral het gedicht uit Les fleurs du mal, Correspondances, met het begin: La Nature est un temple où des vivants piliers/Laissent parfois sortir de confuses paroles heeft Gallé en zijn collega's aangesproken. Het gedicht is theorie en manifest tegelijk.