PvdA-zorgen over terugtredende overheid

DEN HAAG, 10 FEBR. Een vriend bestelde laatst vanuit Nederland een fles wijn in New York en liet hem thuis bezorgen door Federal Express. Hij constateerde dat de fles niet veel duurder was dan vergelijkbare wijnen bij de Albert Heijn bij hem om de hoek. Internationale ontwikkelingen als deze - wel aangeduid met de term globalisering - worden tijdens PvdA-congressen zelden voor het voetlicht gebracht. Dat de arbeidskosten bij de assemblage van een Fokker 35 procent boven die van concurrent British Aerospace liggen en dat mede daardoor duizenden banen bij de Nederlandse vliegtuigbouwer in gevaar zijn, dat wil er bij de meeste sociaal-democraten ook niet erg in. De president van De Nederlandsche Bank, Wim Duisenberg - ook een partijgenoot - zei het afgelopen week op tv onverbloemd. Maar ja, die zie je nog maar zelden op een PvdA-congres.

De vijftigjarige PvdA discussieert vandaag in Zwolle over arbeid, kennis en ruimte. De internationale component was men bij het opstellen van de ter discussie staande resolutie helemaal vergeten. Het partijbestuur heeft dat hiaat proberen op te vullen door een motie, maar die is zo abstract, dat Fokker er ook niet mee geholpen is. Europarlementariërs die vonden dat de PvdA te weinig aandacht aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) schenken organiseerden vorige week maandag alvast hun eigen conferentie.

De vandaag in Zwolle vergaderende PvdA'ers maken zich vooral druk over de toenemende marktwerking in de sociale zekerheid, de privatisering van het openbaar vervoer en het toenemende aantal flexibele werknemers. De betreffende onderwerpen worden als op zichzelf staand beschouwd. De benadering is vooral ideologisch: verloochenen sociaal-democraten hun afkomst niet als ze instemmen met een rap terugtredende overheid? Het PvdA-congres in Zwolle is een eerste politieke plaatsbepaling op weg naar de volgende Tweede-Kamerverkiezingen van 1998, of eerder, als het kabinet mocht bezwijken aan wat VVD-leider Bolkestein aanduidt als “metaalmoeheid”.

De congresgangers plaatsen onderwerpen als privatisering, sociale zekerheid en flexibilisering niet in een breder internationaal perspectief. Daar horen ze wel in thuis. Ook het onlosmakelijk aan elkaar koppelen van wisselkoersen in het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU), de dispensatie voor de Wet op het minimumloon, die nu bij de Raad van State ligt voor advies en de voor zover 1996 voorziene discussie over de sociale zekerheid (met name: de WAO) zijn alleen maar op de agenda gekomen om internationalistische redenen.

De sterk op het buitenland gerichte Nederlandse landbouw en industrie hebben het moeilijk om zich staande te houden en ook de dienstensector is in toenemende mate onderhevig aan concurrentie van buiten. Net als in Duitsland staan de kranten hier steeds voller met berichten over bedrijven die hun productielocaties verplaatsen naar lage lonen landen in Centraal- en Oost-Europa. Ook het goedkope Ierland en Engeland zijn populair. De telecommunicatieverbindingen met deze laatste landen zijn nog wat beter dan die met Polen. Afgelopen week heeft softwarebedrijf Dedicate in Woerden definitief besloten een deel van de productie naar Ierland te verplaatsen. Akzo Nobel brengt een deel van zijn vezeldivisie over naar Polen, Philips verplaatst opnieuw het hoofdkantoor van een belangrijk bedrijfsonderdeel - de productgroep monitoren - naar het Verre Oosten. En de KLM gaat vliegen met Indiase stewardessen. Het is maar een greep uit vele berichten van de laatste tijd. In Duitsland is de uittocht nog veel groter, maar dat is dan ook nog 26 procent duurder dan Nederland. Het verlieslijdende Grundig studeert op mogelijkheden om goedkoper in Polen te gaan assembleren. Daimler-Benz doekte het 112 jaar oude AEG op.

Arbeidskosten per uur zeggen niet alles, want er is ook nog zoiets als arbeidsproductiviteit: het aantal producten of diensten dat iemand in een uur weet te leveren. Deze productiviteit is hoger naarmate gebruik gemaakt wordt van slimme machines en uitgekiende technologieën. Maar ook als rekening wordt gehouden met deze productiviteit is Nederland duurder dan bijvoorbeeld de VS, Taiwan of Zuid-Korea. De loonkosten per eenheid product in de VS liggen bijna 25 procent lager dan hier. In Zuid-Korea liggen ze op een derde. PvdA'ers die denken dat het Koreaanse Samsung het noodlijdende Fokker zal overnemen zonder te snijden in het productiepersoneel op Schiphol hebben waarschijnlijk geen notie van deze cijfers.

In Duitsland worden dit soort berekeningen wèl gemaakt. Niet alleen voor Duitsland zelf, maar ook voor alle concurrenten. Uit de lijsten met getallen valt bijvoorbeeld op te maken dat van de arbeidskosten per uur in de industrie, die in 1994 in Nederland 34,87 Duitse marken bedroegen, bijna de helft (15,50 DM) aangerekend kunnen worden als Personal-zusatzkosten. Het gaat daarbij onder meer om sociale premies, die worden geheven om de verzorgingsstaat van te bekostigen. In 1993 werd er volgens cijfers van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) bijvoorbeeld 8,7 miljard gulden uitgekeerd in het kader van de Ziektewet en 21,9 miljard gulden in dat van de Arbeidsongeschiktheidswetten (AAW/WAO). Na de gedeeltelijke privatisering van de Ziektewet in 1994, toen werkgevers gedurende 2 of 6 weken (afhankelijk van de bedrijfsgrootte) het loon van zieke werknemers moesten doorbetalen, halveerde het uitgekeerde bedrag plotsklaps bijna tot 4,6 miljard gulden. Voor een deel is de privatisering van de sociale zekerheid cosmetica. De kosten die eerst door de collectiviteit werden gedragen worden overgeheveld naar individuele werkgevers. Die kunnen zich tegen de risico's indekken door zich te verzekeren.

Pag.21: Oude lijn van overlegmodel nog favoriet

Kern van de privatisering van de Ziektewet en de nog komende marktwerking in de WAO is dat werkgevers zelf de financiële gevolgen van in hun bedrijven optredend ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid dragen.

De manier waarop dit principe wordt uitgevoerd is on-Nederlands. Bij de kabinetsformatie in 1994 zijn duidelijke afspraken neergelegd in het regeerakkoord. Voor de VVD vormden ze het hoofdargument om toe te treden tot de regering. Veel concessies van die kant in het kader van de nog komende WAO-discussie zijn dan ook niet te verwachten.

Het kabinet Kok is al anderhalf jaar bezig de gemaakte afspraken uit te voeren. Het Nederlandse overlegmodel, waarbij strijdende partijen met elkaar proberen tot een modus vivendi - een voorlopige schikking - te komen, wordt beperkt tot die zaken waarover in het regeerakkoord nog géén afspraken zijn gemaakt, zoals de flexibilisering van de arbeid. Daarover wordt momenteel in de Stichting van de Arbeid en andere gremia dan ook druk vergaderd. De PvdA zit, net als het CDA, nog erg op deze oude lijn van het overlegmodel en verzet zich heftig tegen het idee dat de democratie door de regering tijdelijk buiten werking is gesteld. De vice-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Karin Adelmund, ging knarsetandend akkoord met de Ziektewet en ook de PvdA-senatoren moesten door de pomp voor een regering die star bleef vasthouden aan oude afspraken. De achterban mort steeds luider.

Het star vasthouden aan het regeerakkoord verhoudt zich slecht tot de traditionele overleg- en vergadercultuur van de sociaal-democraten. Het oude overlegmodel heeft zijn waarde in het verleden bewezen. Maar het is de vraag of je met overleg het tij kunt keren waarin internationale concurrentieverhoudingen het Nederlandse bedrijfsleven en daarmee de verzorgingsstaat hebben gebracht. Daar zijn waarschijnlijk kloeke beslissingen voor nodig. Aan de sociaal-democraten in Zwolle is dat nog niet besteed. Die bewegen zich in de aanloop van de volgende verkiezingen nog op een hoog abstractieniveau: arbeid, kennis en ruimte, in plaats van: hoe voorkomen we met concrete maatregelen dat straks 2 miljoen mensen een uitkering wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid hebben?