Op hoop van Nuis

Graag plaats ik enkele kanttekeningen bij het commentaar van 3 februari, over het hoger onderwijs ('Op hoop van Nuis').

Eerste uitspraak: “De bestuurders van het hoger onderwijs hebben met succes de grootste bezuinigingslast van zich afgewenteld. Bij sommige universitaire instellingen kan de hopeloos inefficiënte bedrijfsvoering aldus ongestraft voortgaan.” Feit: De Tweede Kamer heeft in het voorjaar van 1995 besloten tot een efficiencykorting van 134 miljoen gulden op het hoger onderwijs. Tweede feit: Volgende maand gaat er een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer over de modernisering van het universitaire bestuur, mede bedoeld om de bedrijfsvoering bij de universiteiten efficiënter te maken.

Tweede uitspraak: “De gedachte achter 'HOOP' is dat studenten sneller door het hoger onderwijs moeten worden gejaagd. Daartoe moet de studeerbaarheid (het woord is van het ministerie van onderwijs) worden vergroot.” Let vooral op het woord 'gejaagd'. Feit: een student in het wetenschappelijk onderwijs doet momenteel gemiddeld twee jaar langer over zijn of haar opleiding dan de cursusduur die er officieel voor staat (dus ruim zes jaar in plaats van vier jaar). Tweede feit: studenten die zonder diploma de universiteit verlaten, doen dat gemiddeld na bijna drieëneenhalf jaar. Is het vreemd daar iets aan te doen? De Tweede Kamer vindt van niet.

Derde uitspraak: “Anders gezegd: studeren wordt minder aantrekkelijk en financieel zwaar.” Hoezo minder aantrekkelijk? Toch niet omdat het onderwijs studeerbaar wordt? En wie zal duurder af zijn: de student die nu langer dan nodig over een beroepsopleiding of wetenschappelijke opleiding doet of de student die straks meer per jaar betaalt, maar gewoon op tijd klaar is?

Vierde uitspraak: “Nuis pleitte vlak voor de afronding van de kabinetsformatie voor een algemene studieduur van drie jaar, gevolgd door een tweede fase voor de bollebozen (...) In het regeerakkoord werd deze '3+2 formule' opgenomen, maar na protesten en een rondreis langs de universiteiten en hogescholen, het 'circus-Nuis', herzag de staatssecretaris zijn opvattingen. Niemand was voor een kortere studieduur, orakelde hij. En nu de bezuiniging toch op de ouders en studenten werd verhaald, was de financiële druk ook minder groot.” Drie fouten in drie zinnen. Nuis heeft vanaf het eerste interview over de paarse plannen met het hoger onderwijs gezegd te gaan werken aan gedifferentieerde studies. Daartoe hoorde als voorbeeld ook de '3+2'-opleiding. Ook nà het 'circus-Nuis' is deze variant een optie gebleven naast de vierjarige opleiding. Over 'orakelen' gesproken, nog bij het Kamerdebat over het HOOP van vorige week verwees Nuis naar het 'Circus' én naar het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om aan te geven dat er wel degelijk voorstanders zijn van de '3+2 formule'. Tot slot: de '3+2-variant' is in het HOOP nooit gekoppeld geweest aan een bezuiniging. De bezuiniging van 200 miljoen gulden wordt op een andere manier met de universiteiten verrekend.

    • Ministerie Ocw
    • M. van Wissen van Veen
    • Woordv. Hoger