Meneer Kroes

Mijn liefde voor Henk Kroes wordt met het uur inniger. Nooit zo'n warme man in de bittere kou zien staan. Een mens van juiste woorden, gepaste stiltes, onzichtbare strelingen. Aan kraam- of sterfbed, met Henk Kroes haal je vredigheid in huis. Ik denk dat mevrouw Kroes het goed heeft, ook bij min tien onder nul. Ze hoeft de wintersokken niet eens aan.

Ingenieur Kroes zou veel kunnen betekenen voor de samenleving. Vooral dan voor de hopelozen die verwakt door het leven glibberen. Hij heeft de echte wijsheid. Zonder dat paljasserige van de geronten in de Eerste Kamer. Zonder de weeë lijfgeur van zwarte kousendominees. Hij is ons in alles voorgegaan, in de ascese van verdriet, in de straf van de geheel-onthouding. Maar hij verschijnt nooit zonder glimlach op het ijs. God in Friesland? Geef mij maar meneer Kroes.

Je komt het in het voetbal nog weinig tegen, die deftigheid zonder chic en blik. Dat heerlijke burgermansfatsoen, de zachte bedwelming van een leven zonder vooruitgang, het totale geluk van andijvie met een bal gehakt. De wereld van meneer Kroes dus. In het hoge licht van de stadions zie je tegenwoordig alleen maar meneertjes met dure hemden, smetteloze pakken en gouden kettinkjes, o een woud van gouden kettinkjes. Ze hebben in hun leven zoveel warme kreeft gegeten dat hun ogen blijven zwemmen. Ze spreken met het krakende timbre van de Eerste Kamer of met de vlotheid van de Amsterdamse marktkramer. Nooit een zacht geronk tussenin. Ze hebben alles aangeleerd: cynisme, hun omgang met sirenes, het wenkbrauwenspel van de ernst, juichen en janken. En iedereen legt zich neer bij de terreur van smaakloosheid en onnozele pedanterie.

Ook Nicole Edelenbos.

Een vrouw directeur van Feyenoord, eindelijk warmte en beschaving in de Kuip, zou je denken. Ik merk er niets van. Het gaat in Rotterdam van kwaad naar erger. Wat er met Rob Witschge en Regi Blinker allemaal gebeurt, is van een boosaardigheid die de verbeelding van elk klaterend kolonelsregime ontstijgt. Twee leuke voetballers die gewoon het brood en de vreugde uit de mond worden geranseld. Dag na dag. En waarom? Voor de diabolische pleziertjes van Arie Haan? Omdat sommigen een particuliere transferroute in gedachte hebben? Om voor de trainer-nachtbraker een gezag te forceren dat hij langs wegen van fatsoen en menselijkheid niet kan verwerven?

De verbanning van Witschge en Blinker uit het trainingsveld van de A-selectie is van zo'n feodale grofheid dat elk argument bij voorbaat moet worden afgewezen. Disciplinaire maatregelen, tijdelijke sancties, boetes, allemaal prima. Maar geen lijfstraffen en zeker geen melaatsverklaringen. Het meest verbijsterende is nog dat er in de voetbalwereld geen orkaan van protest is opgestegen tegen deze extreme vernedering. Iedereen wacht zowaar rustig af wat Der Arie voor de arbitragecommissie te vertellen heeft. Wat doen die jonge voetballevens er eigenlijk toe? Leve het juridisme.

Ik begrijp de spelers van Feyenoord ook niet. Hun verbannen collega's verdienen beter dan wat academische solidariteit. Ik weet wel, eens dat het salarisstrookje boven de ton gaat, bevriest de sociale verontwaardiging in een surplace, dat schijnt des mensen te zijn. Een beetje warme collegialiteit heeft in de sport de levensduur van een Friese ijspegel. Maar als voetballers ook al niet meer gevoelig zijn voor leed dat niet te doorstaan is dan houdt het hooglied van de tirannie nooit meer op.

Ik had van de spelers van Feyenoord, onder aanvuring van Ronald Koeman, wel een stakinkje verwacht, bij voorbeeld op dinsdag en donderdag. De wedstrijden spelen met een zwarte zweetband had ook gekund. Maar zelfs in Rotterdam is de meest elementaire protestcultuur verdrongen door de premiejacht. Wie op zondag mag spelen, zwijgt. En buigt.

Ook de supporters hebben zich weer eens van hun wrede en laffe kant laten zien. Waar waren nu de spreekkoren, die zo gespecialiseerd zijn in oerwoudgeluiden, om de namen van Witschge en Blinker nog een keer te laten opgalmen? Een wedstrijd lang. Maar ja, Feyenoord wint weer en dan moeten de eens zo gevierde bankzitters, verdwaalden en bannelingen het zelf maar bekijken.

Niets is warmer dan ijs, meneer Kroes.

    • Hugo Camps