Liquidatie hypotheekbanken splijtzwam in Japan

De regering van Japan presenteerde gisteren het plan voor de liquidatie van enkele hypotheekbanken. Het publiek ergert zich aan de besteding van de miljarden aan belastinggeld.

TOKIO, 10 FEBR. In de stad Kobe zijn slachtoffers van de aardbeving van vorig jaar deze week de straat opgegaan om handtekeningen te verzamelen tegen de plannen van de regering om de failliete hypotheekbanken bij te springen. “De regering geeft geen geld om ons aan nieuwe woningen te helpen maar helpt wel de banken”, aldus een demonstrant.

Gisteren heeft de Japanse regering de definitieve plannen voor de liquidatie van zeven hypotheekbanken ter goedkeuring aan het parlement aangeboden, maar de discussie over de verantwoordelijkheid voor de crisis ligt blijft doorgaan. Het publiek is verontwaardigd dat belastinggelden worden gebruikt voor de banken, die door zeer riskante speculaties tijdens de luchtbel-economie in de jaren tachtig in de problemen zijn gekomen. Berichten dat de yakuza, de Japanse mafia, de verkoop van onderpand van leningen verhindert maakt de verontwaardiging alleen maar groter.

De regering nam eind vorige maand het besluit om ten minste een extra 600 miljard yen (krap tien miljard gulden) vrij te maken voor verliezen die bij de liquidatie van de hypotheekbanken, de jusen, naar boven zullen komen. In december had de regering al een bijdrage van 685 miljard yen (ruim tien miljard gulden) vrijgemaakt in het eerste verlies van 6,3 biljoen yen (100 miljard gulden). De rest van dit bedrag komt ten laste van de schuldeisers van de hypotheekbanken. De bijdrage van de overheid dient om de kredietverleners uit de agrarische sector voor faillisementen te behoeden. Van alle verliezen die bovenop deze 6,3 biljoen komen zal de regering 50 procent voor haar rekening nemen.

Om te proberen toch nog enig geld terug te verdienen bij de liquidatie van zeven hypotheekbanken, vergroot de Japanse regering de juridische mogelijkheden om de uitstaande schulden te innen. Volgens het gisteren gepresenteerde voorstel worden de banken opgeheven en gaan alle leningen over in een nieuw op te richten bedrijf dat onder toezicht staat van de overheid. In dit bedrijf krijgen teams van functionarissen van het openbaar ministerie, politie, belastingdienst, accountants en andere specialisten vergaande bevoegdheden om debiteuren aan te slaan voor hun schulden.

Belangrijk is het wetsvoorstel dat het de rechter mogelijk maakt een huurder te dwingen een pand te verlaten. Volgens berichten in de pers weten leners die hun hypotheeklasten niet meer kunnen voldoen, verkoop van hun onderpand te voorkomen door yakuza er als huurder in te laten trekken. Ook zouden veel leningen verstrekt zijn aan bedrijven die zijn gelieerd aan de yakuza. Alle eventuele inkomsten uit de sanering van de leningen zullen terugvloeien naar de staatskas.

De uitstaande leningen van de hypotheekbanken bedragen 10,7 biljoen yen (ruim 150 miljard gulden) waarvan ruim driekwart, 8,13 biljoen yen (120 miljard gulden) “slecht” is, aldus het ministerie van Financiën in zijn meest recente rapport. Dat wil zeggen dat er geen rente meer op betaald wordt of zelfs helemaal geen aflossing meer plaats vindt. Het ministerie schat de uiteindelijke verliezen op krap vijf biljoen yen, maar hoe hoog de uiteindelijke verliezen worden blijft een grote vraag. Uit onderzoek onder de vijftig grootste leners van elk van de zeven hypotheekbanken is gebleken dat de huidige waarde van hun onderpand nog geen kwart van hun leningen dekt, ruim één biljoen onderpand voor leningen ter waarde van 4,4 biljoen.

De reden is niet alleen dat de waarde van het land enorm is gezakt na het ineenstorten van de speculatiegolf eind jaren tachtig. Land was zo winstgevend dat er niet goed gekeken werd naar de werkelijke mogelijkheden van een stuk grond. Zoals de projectontwikkelaar die een lening kreeg van 80 miljoen gulden voor de aanschaf van een stuk bergland in de nabijheid van een stad en de bedoeling zou hebben gehad daar luxe appartementen te bouwen. Er is nooit een boom gekapt op het stuk grond omdat er ter plaatse strenge regels zijn ter bescherming van het landschap en het gebied bovendien gevoelig is voor aardbevingen. Het land is feitelijk niets waard en de projectontwikkelaar ziet geen enkele kans zijn leningen af te lossen.

Naast de overwaardering van land gaven de hypotheekbanken ook leningen die de geschatte waarde van het land oversteeg. Speculerend op verdere prijsstijgingen, in de hoogtij 30 tot 50 procent per jaar, wist een lener zelfs een hypotheek ter hoogte van 180 procent van de geschatte waarde van het onderpand te krijgen.

Er is veel discussie in Japan over de verantwoordelijkheid voor de chaos bij de hypotheekbanken. Veel vingers wijzen naar het ministerie van Financiën dat in 1990, tijdens het ministerschap van de huidige premier Ryutaro Hashimoto, twee belangrijke richtlijnen uitvaardigde. Ten eerste bepaalde het dat het volume van leningen aan onroerendgoed handelaren en projectontwikkelaars niet sneller mocht groeien dan het totaal aan leningen. Deze richtlijn legde het ministerie op aan de “gewone financiële instellingen”, zoals banken, kredietassociaties en, in samenwerking met het ministerie van Landbouw, tevens aan de agrarische coöperaties. De hypotheekbanken waren uitgezonderd omdat het ministerie daar geen zeggenschap over heeft.

Tevens bepaalde het ministerie dat financiële instellingen die onder het toezicht van het ministerie vallen, alle leningen aan de onroerendgoed sector moeten melden. Dit keer blijven de agrarische coöperaties uitgesloten omdat deze onder het ministerie van Landbouw vallen.

De congruentie van deze richtlijnen met de huidige chaos is opvallend. Het zijn juist de vrijwel failliete hypotheekbanken die eindeloos leningen aan de onroerendgoed sector hebben verstrekt. En het zijn juist de agrarische coöperaties die eindeloos kapitaal in de hypotheekbanken hebben gepompt. De leningen van deze coöperaties aan de hypotheekbanken verdubbelden van 2,9 biljoen yen in 1989 tot 5,6 biljoen in 1992. Om geen kettingreactie van faillissementen in de agrarische sector te krijgen springt de overheid bij met belastinggeld.

Vooral de agrarische coöperaties wijzen met de beschuldigende vinger naar de moedermaatschappijen van de hypotheekbanken. Deze moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun dochterbedrijven. Bovendien introduceerden deze moederbanken in veel gevallen projectontwikkelaars op zoek naar krediet bij de hypotheekbanken. Zélf mochten ze immers maar beperkt krediet aan deze sector verstrekken. Bij één hypotheekbank is 60 procent van de leningen verstrekt aan cliënten die op voorspraak van de moedermaatschappijen binnenkwamen. Deze maatschappijen wijzen echter alle verantwoordelijkheid af en stellen dat de hypotheekbanken zelf verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de kredietwaardigheid van de cliënten.

Sommige chefs binnen de hypotheekbanken bleken het anders te zien. “Natuurlijk moesten we eigenlijk de leningaanvragen controleren. Maar we moesten ook op last van onze superieuren leningen verstrekken omdat de klant was geïntroduceerd. Onder deze bedrijven waren er ook met connecties in de onderwereld”, aldus een anonieme werknemer in een recent krantenartikel. Ook het ministerie had baat bij handel van de hypotheekbanken. Veel gepensioneerde ambtenaren, in Japan al op vroege leeftijd gebruikelijk, vonden vervolgens lucratief emplooi bij deze bedrijven.

Het ministerie publiceerde deze week een rapport waaruit maar één conclusie blijkt: alle partijen hebben gefaald en niet de consequenties van hun gedrag gezien. Het is in Japan gewoonte dat een derde persoon zich garant stelt bij het afsluiten van een overeenkomst. Een dergelijke garantie gaat vaak op goed vertrouwen en zonder onderzoek van enige zijde. Maar men kan zich geruststellen met het idee dat iemand klaar staat om de last op zich te nemen. Bij de hypotheekbanken lijken álle partijen zich in deze warme gedachte te hebben gekoesterd.

    • Hans van der Lugt