Liberaal provincialisme

G.A. VAN DER LIST: De Macht van het Idee. De VVD en het Nederlandse buitenlands beleid 1948-1994

492 blz., DSWO Press, Leiden 1995, ƒ 75,55

Het Nederlandse buitenlandse beleid. Het zijn woorden waaruit ook na enig kauwen geen sap loopt. Ieder land zal wel iets van een buitenlands beleid hebben, maar een echt buitenlands beleid, dat hebben de Verenigde Staten, en misschien ook nog wel Frankrijk en Duitsland. Die landen en de elites daar hebben een idee van hun omgeving, van de wereld, èn, absolute voorwaarde, zij beschikken over het vermogen, ook al gebruiken ze dat niet altijd of niet helemaal, er vorm aan te geven. Voor de meeste staten geldt dat zij reageren op wat er van buiten op hen afkomt, en dat veelal op ad hoc basis. Voor het uitwerken van een eigen machtig idee, laat staan voor het omzetten van de idee in beleid, blijft er doorgaans weinig ruimte over.

De studie De Macht van het Idee. De VVD en het Nederlandse Buitenlands Beleid 1948-1994 door G.A. van der List grijpt daarom op het oog wel bijzonder hoog. De titel suggereert dat niet alleen het koninkrijk, maar zelfs een politieke partij daarin, de VVD, een eigen en ideeënrijk buitenlands beleid heeft voorgestaan en dat nog wel praktisch gedurende de hele naoorlogse periode. Dat is niet zo en dat blijkt geruststellenderwijs ook wel uit wat er volgt, maar de titelpagina met de fotootjes van Van der Klaauw, Bolkestein, Stikker en Schoo suggereert toch dat ons al die jaren iets belangwekkends is ontgaan.

Nogal paradoxaal plaatst Van der List de opstellling van de VVD in de jaren vijftig onder het kopje provincialisme. Hij constateert een wantrouwen tegenover de buitenwereld, de Sovjets, de Duitsers, de Amerikanen en Europa als geheel. Voor wie op zoek is naar een idee achter een beleid is die houding misschien te kritiseren, maar is zij zeker niet een ontkenning van de hypothese. De Sovjets en de Duitsers hadden redenen te over gegeven voor wantrouwen van de kant van een klein en vijf jaren bezet gehouden land. De Amerikanen hadden een beslissende rol gespeeld in de dekolonisatie, en deze had definitief een einde gemaakt aan het koninkrijk als centrum van een imperium.

Introversie

Niet alleen de VVD, en niet alleen Nederland had er moeite mee in Europa een nieuwe toekomst te zoeken. De introversie, die Van der List kenmerkend noemt voor de liberalen van die periode, was niet uniek in Europa en was zeker niet als een uiting van provincialisme af te doen. Heel Europa was, geschokt door de Tweede Wereldoorlog, de dekolonisatie en de snel duidelijker wordende machtsstrijd met de Sovjet-Unie, gedesoriënteerd geraakt. Anders dan in Frankrijk en zelfs in het Verenigd Koninkrijk het geval was, heeft de gemiddelde Nederlander, en ook de gemiddelde Nederlandse liberaal, zich betrekkelijk snel bij de veranderende toestand aangepast. Met de nieuwe politiek van Atlantische veiligheid en Europese samenwerking heeft Nederland zich immers relatief snel verzoend. Het anti-Amerikanisme van de jaren zestig en de anti-Duitse houding van de jaren tachtig komen eerder voor het stempel provinciaal in aanmerking. Van der List toont zich nogal onder de indruk van het VVD-beleid ten aanzien van het zogenoemde plaatsingsbesluit, de min of meer voorgenomen stationering van kruisraketten in Nederland. Maar aan dat beleid was enig liberaal opportunisme voorafgegaan, in de zin dat bij de formatie van het eerste kabinet-Lubbers de VVD zeer bewust de portefeuilles Buitenlandse zaken en Defensie uit de weg was gegaan. De hardheid die de VVD vervolgens verbaal op dit punt ten toon spreidde, vergde toen het er eenmaal om ging geen hoge prijs. Toen minister Van den Broek ten slotte een van de meer ingewikkelde bedenksels van Lubbers omarmde, vermocht de VVD de wenkbrauwen hoog op te trekken. Maar om in die houding achteraf alsnog een eigen idee en een eigen politiek te willen ontdekken, doet vrij geforceerd aan.

Van der List is een kind van zijn tijd. Niets mooiers dan een goed debat. Een partij die niet met zichzelf in discussie is, behoeft eigenlijk nauwelijks serieus te worden genomen. Werkt hier de PvdA als modieus voorbeeld? Hoe Van der List tegenover Bolkestein staat, wordt niet helemaal duidelijk in dit geschrift, maar als zovele anderen, binnen en buiten de VVD, looft hij de partijleider omdat hij zoveel discussies aanzwengelt.

Zo komen we vanzelf bij Bolkestein en het verenigd Europa. De VVD-leider heeft er zo zijn twijfels over, maar kennelijk hebben die niets te maken met een nieuwe introversie. Het aandacht vragen voor de Nederlandse identiteit waarmee Bolkestein een paar jaar geleden begon, herinnert misschien aan reflexen uit de jaren vijftig, maar moet toch iets geheel anders zijn. De ogenschijnlijke overeenkomst is in ieder geval aan Van der List ontgaan. Of hij heeft er geen waarde aan toegekend. Ofschoon dat wel denkbaar was geweest. Na het einde van de Koude Oorlog heeft in Europa andermaal de verwarring toegeslagen en ontbreekt het heldere concept. Daarom behoeft Bolkestein evenmin als de liberalen uit de jaren vijftig van provincialisme te worden beticht. Het is meer dat een idee over buitenlands beleid ontbreekt. En dat is gezien de omstandigheden verklaarbaar.

    • J.H. Sampiemon