Latijns Amerika wacht een 'eeuw van groei'

President Enrique Iglesias van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) noemt zich “op verantwoordelijke wijze een optimist”. De doorgewinterde Uruguyaanse econoom en politicus kent de Latijns-Amerikaanse problemen als geen ander. Ooit verdedigde hij, zoals zovelen in Latijns Amerika, vergaande staatsinterventie en de protectionistische visie van de import-substitutie. Maar, net als veel anderen, denkt hij er nu anders over. Iglesias, inmiddels verschillende eredoctoraten rijker, wordt nu alom geprezen. Onlangs was hij even in Nederland voor een symposium van het instituut Clingendael. Gesprek met een gedreven Latino.

Wanneer het vraaggesprek met Enrique Iglesias in het Haagse hotel Des Indes volgens schema na ongeveer een uur ten einde moet zijn, gaat de president van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) onverdroten door. “We hebben nu te maken met een nieuw Latijns Amerika. De landen zijn nu democratisch en ze werken aan economische hervormingen. Dat betekent dat meer dan ooit een beroep wordt gedaan op onze bankinstelling.” De gedrevenheid van Enrique Iglesias komt niet voort uit een neiging om 'zijn' bank te verdedigen. Want volgens vriend en vijand presteert de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank uitstekend.

En dat is niet in de laatste plaats te danken aan bankpresident Iglesias zelf, die in 1993 aan een tweede ambtstermijn van vijf jaar begon. De zeven miljard dollar die de IDB jaarlijks uitleent, valt natuurlijk in het niet bij de 35 miljard aan directe particuliere investeringen. Maar multilaterale banken als de IDB, waarin ook de Westerse landen een belangrijk aandeel hebben, fungeren vooral als 'katalysator' in het ontwikkelingsproces.

Waar de Wereldbank nog altijd bezig is haar leningen meer dan voorheen te richten op de voor economische ontwikkeling zo belangrijke human development, zit de IDB al langer op die koers. Ongeveer de helft van de IDB-leningen gaat dan ook naar de sociale sector, waaronder onderwijs en gezondheidszorg. De IDB geeft relatief ook veel meer steun aan micro-ondernemers, die veelal geen toegang hebben tot het reguliere bankwezen. De afgelopen vijf jaar kregen 600.000 micro-ondernemers voor 400 miljoen dollar aan kredieten, waardoor zo'n twee miljoen banen werden gecreëerd. De IDB geeft ook steeds meer technische steun aan overheden. Zo wordt het justitiële apparaat geholpen om de rechtszekerheid voor burgers en bedrijven te vergroten. Ook wordt in verschillende landen het ambtenarenapparaat met opleidingen en technische bijstand ondersteund. “Bij economische markthervormingen blijft een goede overheid van belang. Dat moet er dan wel zijn zonder vet, maar met spieren,” zegt de IDB-president.

Enrique Iglesias is een doorgewinterde Uruguyaanse econoom en politicus. Na een carrière in het particuliere bankwezen en functies bij de Verenigde Naties was hij achtervolgens president van de centrale bank, minister van financiën en minister van buitenlandse zaken. In 1986 gaf Iglesias het startschot voor de Uruguay-ronde over handelsliberalisering als voorzitter van de conferentie in Punta del Este. Toen hij in 1988 aan zijn eerste ambtsperiode als president bij de IDB begon, noemde de Wall Street Journal hem een verkeerde keuze. Volgens het Amerikaanse zakenblad had Iglesias “een groot deel van zijn leven besteed aan het bevorderen van staatsinterventie en import-substitutie”. Veel anderen noemen Iglesias juist zeer geschikt is voor zijn functie, omdat hij het feilen van de traditionele Latijns-Amerikaanse economische opvattingen van binnenuit kent. Iglesias heeft er geen enkele moeite mee te erkennen dat, net zoals bij al die andere beleidsmakers in Latijns Amerika, zijn visie op de belangrijke rol van de particuliere sector voor de economische ontwikkeling is veranderd.

U heeft de jaren tachtig voor Latijns Amerika een “verloren decennium” genoemd. Waarom vindt u dat?

“Het was een verloren decennium voor de regio als geheel, omdat in die periode investeringen werden gemist, vooral sociale investeringen. Bovendien was er een torenhoge inflatie en waren we bezig onze schulden af te lossen. Maar niet alles in de jaren tachtig is verloren. Want door de aard van de problemen onderging Latijns Amerika een schok, die leidde tot pragmatisme en realisme.”

Waren het vooral buitenlandse invloeden die tot deze veranderingen hebben geleid?

“De ervaringen in Zuidoost-Azië zijn in Latijns Amerika natuurlijk niet onopgemerkt gebleven. Maar het zijn de Latijns-Amerikanen zelf die zich ervan bewust zijn geworden dat economische stabiliteit goed is. De bevolking kwam er achter dat inflatie de zwaarste belasting voor hen vormde. De stem van het volk ging naar die politici die voor economische stabiliteit kozen.”

Daarom werd een economisch hervormer als Alberto Fujimori in Peru als president herkozen?

“Dat is inderdaad een goed voorbeeld.”

Waar kwamen die krachten tot verandering nu precies vandaan?

“Dat vereist een ingewikkelde politieke uitleg. De (militaire) regimes konden niet waarmaken wat ze hadden beloofd. Ze raakten uitgeput. Daarop kwamen er tegenkrachten in het geweer. Ook van buiten natuurlijk, want Latijns Amerika maakt onderdeel uit van de Westerse wereld. De dynamische krachten in onze samenleving werden zich er van bewust dat autocratisch bestuur geen permanente basis kan vormen. Ook de militairen beseften dat. Het resultaat is dat de democratische krachten nu zeer actief zijn en een stem hebben gekregen.”

Kan Latijns Amerika een zelfde groei doormaken als Zuidoost-Azië?

“Ieder land heeft zijn eigen, speciale karakteristieken. Maar de landen uit Azië hebben ook voorbeelden gesteld die niet aan specifieke omstandigheden zijn gebonden: het belang van hoge besparingen, een goede samenwerking tussen overheid en particuliere sector en van investeringen in het onderwijs, ook het lager onderwijs.”

Wordt Latijns Amerika in het streven naar economische vooruitgang niet zwaar gehinderd door de nog steeds heersende cultuur van de conquistadores, de Spaanse veroveraars, en de schrijnende sociale ongelijkheid die daarvan het gevolg is?

“In zekere zin is dat zo. De wortels voor de sociale ongelijkheid liggen in de koloniale tijd. Er was een verschil tussen de kolonisatie door de settlers in Noord-Amerika en de snelle winst nastrevende veroveraars die naar Latijns Amerika kwamen. In de Verenigde Staten ontstond een samenleving met kansen voor iedereen. In onze landen maakte een elite zich meester van de grond. De huidige sociale ongelijkheid heeft veel te maken met de ongelijkheid in de verdeling van land en andere activa. Het populisme heeft in de loop van deze eeuw de zaken erger gemaakt met de verkeerde gedachte dat de sociale problemen konden worden opgelost door de middelen te verdelen via de overheid. Het leidde er alleen maar toe dat rijkdom en welvaart zich concentreerden bij een hogere en middenklasse. Door de uitdijing van het overheidsapparaat ging een heleboel verkeerd: gebrek aan budgettaire discipline en hyperinflatie.”

U stelde vast dat Latijns Amerika het pad van hervormingen is ingeslagen. Dat brengt ons op Mexico. Daar liepen de hervormingen uit op een financiële crisis. Welke les trekt u daar uit?

“Een belangrijke les is dat het proces van hervormingen nooit eindigt. Het is een permanent proces van verandering. Het tweede is dat je hervormingen niet kunt financieren met grote tekorten op de betalingsbalans. Daar zijn grenzen aan en in het geval van Mexico, dat grote hoeveelheden kortlopend buitenlands kapitaal aantrok, zijn die grenzen ruimschoots overschreden. Emerging markets zijn nu eenmaal aantrekkelijk voor kort kapitaal, dat net zo hard wegvloeit als het binnenkomt.”

Zou u dan beperkingen in het kapitaalverkeer willen bepleiten?

“We zijn allemaal voor een vrij kapitaalverkeer, in theorie is daar geen twijfel aan. Maar in het geval van ontwikkelingslanden met een zeer zwak ontwikkelde financiële markten moet je oog hebben voor de problemen. Door de lage rente elders komt nu een nieuwe geldgolf Latijns Amerika binnen. Een land als Chili kent regels die verzekeren dat het geld dat vanuit het buitenland via het banksysteem binnenkomt voor een bepaalde periode blijft. In Colombia en Brazilië is men hiermee ook bezig. De les die we kunnen trekken is dat de autoriteiten zeer goed het oog moeten houden op het bankwezen.”

U gaf al aan dat binnenlandse besparingen essentieel zijn voor de financiering van economische hervormingen. Hoe kunnen die worden gestimuleerd?

“Dat is een van onze belangrijkste zorgen en onze bank is daarmee ook bezig. De totale besparingen liggen in Latijns Amerika op 18 tot 20 procent van het nationaal inkomen, dat is de helft van het niveau in Europa en Zuidoost-Azië. Alleen Chili haalt het niveau van de Aziatische landen. Allereerst moet er economische stabiliteit zijn. In het verleden waren de besparingen hoog in ons werelddeel, maar de mensen hebben de ervaring dat hun spaargeld helemaal door de inflatie werd weggevreten; de mensen brachten hun geld dus naar het buitenland. Verder moet je natuurlijk gezonde overheidsfinanciën hebben, zodat de regering niet alle besparingen naar zich toehaalt. Daarnaast proberen we institutionele besparingen te bevorderen, zoals via pensioenfondsen en sociale zekerheidsstelsels. Landen als Argentinië en recentelijk ook Brazilië, Uruguay, Mexico en Colombia zitten op dit spoor.”

Er zijn in verschillende landen nogal wat problemen met de banken, die soms aan de rand van de afgrond raken. Vormt dat geen groot risico voor de gehele regio en bestaat niet het gevaar voor een tweede 'Mexico'?

“De problemen bij banken waren geen verrassing. De rentes waren tenslotte zeer hoog en de activiteiten waren dan ook gedaald. Bovendien was er het probleem van de betalingsachterstanden. Maar het is bewonderenswaardig wat de Mexicaanse autoriteiten hebben gedaan. Door een reeks maatregelen (gefinancierd met een miljardenpakket van het Internationale Monetaire Fonds, red.) zoals herkapitalisatie en de aankoop van beleggingsportefeuilles is het systeem in leven gehouden. En de situatie van de laatste maanden is erg bemoedigend: de rentes zijn tot de helft teruggebracht, de aandelenmarkt is gestegen en het kapitaal keert terug. In landen als Argentinië en Brazilië ligt het anders met de banken. Het is er een zeer lokaal probleem, vaak veroorzaakt doordat lokale gouverneurs banken voor politieke doeleinden gebruikten. Je kunt in Latijns Amerika wat betreft de banken niet spreken van een systeemprobleem. Ik zie geen risico voor een 'tweede Mexico' want de lessen zijn geleerd.”

De hervormingen mogen dan op de rails zijn gezet, maar de sociale prijs is wel erg hoog. In Mexico is de werkloosheid torenhoog, in Brazilië stijgt de werkloosheid ook, in Rio brengen duizenden kinderen de nacht op straat door.

“Ja, maar de prijs zou nog veel hoger zijn als je op oude weg was doorgegaan. Voordien werden de problemen versluierd door een torenhoge inflatie, waarvan de armsten het meest te lijden hadden. Voorheen werden de sociale problemen in elk geval niet opgelost. En of het nu wel wordt opgelost? We hebben in elk geval het goede voorbeeld van Chili, waar door economische hervormingen zo'n 1,3 miljoen mensen boven de armoedegrens zijn uitgekomen. Het is natuurlijk wel belangrijk dat regeringen hun inspanningen ook sterk richten op de sociale problemen.”

Om dat laatste te verzekeren is het nodig dat de armen zich in de samenleving kunnen manifesteren. Zijn hun organisaties in de jaren van de dictatoriale een autocratische regimes niet te zeer verzwakt, of anders geformuleerd, heeft Latijns Amerika nog wel een civil society die sociale veranderingen kan afdwingen en vormgeven?

“Het is mijn overtuiging dat we in Latijns Amerika aan de basis van de samenleving een geweldige vitaliteit hebben. Ik was vorige week nog in Guatemala aan de grens met Mexico. Daar ontmoette ik Indianen die eeuwenlang van de maatschappij uitgesloten zijn geweest. Ze hebben een enorme onderlinge solidariteit en hetzelfde geldt voor de armsten in de steden. Die solidariteit is het activisme van de civil society. Ze hebben leiders, verenigingen, ondernemingen. Sinds de recente verkiezingen in Guatemala is zo'n tweederde van de burgemeesters van indiaanse afkomst. Dat is een stille revolutie.”

In de Latijns-Amerikaanse economieën gaat veel drugsgeld om. In Colombia wordt nu zelfs de president in verband gebracht met de cocaïne-mafia. In hoeverre is de drugs-economie een bedreiging voor de economische stabiliteit en ontwikkeling?

“Het is een zeer destabiliserende factor. Het leidt tot een enorme corruptie op alle niveaus van onze samenleving. Dat is een feit. Daarom is het zo moeilijk het probleem de baas te worden. We helpen met de bank boeren om alternatieve produkten te kweken, maar dat is moeilijk omdat je moet concurreren met de lucratieve cocateelt. Het is een lang proces.”

Pogingen van Zuidamerikaanse landen om aansluiting te krijgen bij het Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord (NAFTA) van de VS, Canada en Mexico lijken voorlopig tevergeefs door Amerikaans verzet. Zal dit ertoe leiden dat de Zuidamerikanen zich meer op Europa gaan richten of zullen ze zich meer naar binnen keren? Zij hebben inmiddels al hun onderlinge economische grenzen geopend met de vorming van de gemeenschappelijke markt 'Mercosur'.

“Latijns Amerika kijkt naar de hele wereld, want we zien onze toekomst in de wereld. Regionale integratie is hiervoor een instrument. De Verenigde Staten en Canada zijn een heel belangrijke markt voor ons. Europa is dat ook. Er zijn juist onlangs belangrijke overeenkomsten gesloten tussen de Europese Unie en Mercosur. En naar Japan kijken we evenzeer. Japan breidt zijn activiteiten in Latijns Amerika uit. We offeren geen van de werelddelen voor de ander op.”

Hoe verwacht u straks in het jaar 2000 de jaren negentig voor Latijns Amerika te kunnen typeren?

“Ik ben op een verantwoordelijke wijze optimistisch. Latijns Amerika is een zeer veelbelovend gebied voor actieve groei, al besef ik dat de moeilijkheden en uitdagingen groot zijn. Tijdens de 'Mexico-crisis' vloeide het korte kapitaal weliswaar weg. Maar de directe buitenlandse investeringen bleven in 1995 op het zelfde niveau als in 1994. Ik zie meer realisme, zowel bij regeringen als bij de particuliere sector. Sociale kwesties zijn cruciaal om de economische vitaliteit haar werk te laten doen. De volgende eeuw zal dan de eeuw van groei zijn. Ik twijfel daar niet aan.”

    • Hans Buddingh'
    • Derk Graver