Imago

DR. CHARLES SCHWIETERT en DIEUDONNÉE TEN BERGE: Imagobeschadiging en imagoherstel

224 blz., BZZTÔH 1996, ƒ 34,50

Heeft u last van uw imago? Geen nood, hulp is voorhanden. En dat zonder een dure cursus of een vermoeiend weekeinde in de bossen. Een praktische gids biedt uitkomst en de auteur is een kenner.

Wat was zijn imago? In zijn eigen woorden dat van 'een gerespecteerd journalist'. Waarover struikelde hij? Over een paar leugentjes. Nauwelijks drie dagen was de journalist Charles Schwietert in 1982 staatssecretaris van defensie aleer hij aftrad. Gejokkebrok over zijn militaire rang (lager) en een academisch titel (geen) brachten hem ten val. Maar niet ten gronde.

Charles Schwietert is een vechter. Na een anoniem bestaan als ambtenaar en consultant studeerde hij twee jaar geleden in de Verenigde Staten (Salt Lake City) af op zijn eigen ongeluk. Hij promoveerde tot Doctor of Philosophy op een onderzoek naar imagobeschadiging en imagoherstel. Met echtgenote en journaliste Dieudonnée ten Berge heeft hij zijn studie verder uitgebaat. De imago-onderzoeker Schwietert breidde zijn onderzoek uit met Nederlands materiaal dat hij in een zeer Amerikaans aandoend boek - glossy cover, schreeuwerige achterflap - heeft vervat.

Het imago van politici, van bedrijven, van het koninklijk huis en van de kerk, alles passeert de revue. Dat Schwietert daardoor ietwat aan de oppervlakte blijft is geen beletsel, sterker het is de kracht van het boek. Populariseren van wetenschappelijke arbeid, dat is geen schande, maar is juist kwaliteit, beweert de auteur. Zo kennen we Charles Schwietert weer. 'Wat nodig is, is lef', zo bedacht hij begin jaren tachtig als ghost-writer voor de toenmalige minister van financiën, Fons van der Stee. Schwietert was in die dagen televisiejournalist (NOS-Journaal) aan het Binnenhof en in het bezit van een goede babbel. Zijn adviseurschap van de CDA'er Van der Stee wekte in journalistiek en politiek Den Haag meer dan verbazing, zijn benoeming tot staatssecretaris van VVD-huize - de inkt in zijn partijboekje was nog nat - had de kracht van een explosie, en zijn snelle val was zonder precedent.

Hoe zit dat met mensen wier imago wordt aangetast door een 'affaire'? Die raken in paniek. In een spaarzame zin over zijn eigen Werdegang erkent Schwietert dat hijzelf “ook bevangen is geweest door een vorm van paniek”. Maar, zo weet hij: ontkennen en negeren helpt niet. Als je onderwerp bent van een affaire, is er maar één devies: gooi het eruit, biecht het op, hou niks achter en doe het snel. Als je het goed doet, voorkom je dat je “op de mestkar van de publiciteit” blijft rondrijden.

Er is verschil tussen, pakweg, Elco Brinkman (Arscop) en Joep van den Nieuwenhuyzen (HCS), maar de mechanismen zijn identiek. Onwelgevallige publikaties leiden tot halve en hele ontkenningen, persoon of bedrijf raakt de gevangene van de gebeurtenissen en het demasqué volgt onafwendbaar.

Waar vindt het slachtoffer nog bescherming? In de eigen familiesfeer, zo vertrouwt Schwietert de lezer toe. Eén van de interviews, met voormalig Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen, geeft daarover een aardige inkijk. Van den Nieuwenhuyzen was aanvankelijk een succesvolle opkoper van bedrijven, maar raakte verstrikt in rechtszaken over beursfraude en hoorde, voor hij werd vrijgesproken, aanvankelijk gevangenisstraf tegen zich eisen. “De kinderen werden natuurlijk op school gepest. Zo van: je vader moet de gevangenis in, hahaha. Ik vind dat we er als gezin dus hechter van zijn geworden. We hebben er altijd gewoon over gepraat en we hebben de zaken altijd behoorlijk gerelativeerd.”

Hoe komt het slachtoffer er daarna weer bovenop? Door snel te handelen, adviseert Schwietert. Als iemand langer dan een jaar nodig heeft om een nieuwe baan te vinden, is hij afgeschreven. Charles Schwietert is dat allerminst. Hij lacht de lezer vanaf de cover van zijn boek zelfbewust tegemoet. Als een man die weet dat hij (weer) iets bereikt heeft.