Humoristische rock van Southern Culture on the Skids; Huppeldans met kippebout

Concert: Southern Culture On The Skids. Bezetting: Rick Miller (gitaar, zang), Mary Huff (bas, zang), Dave Hartman (drums). Gehoord: 9/2 Max, Amsterdam. Herhaling: 10/2 Romein, Leeuwarden, 11/2 Effenaar, Eindhoven.

'Are you ready for that great Atomic Power?' De Louvin Brothers meenden het ongetwijfeld bloedserieus, toen ze in 1961 hun lied zongen over de zegeningen die de atoomenergie aan de volgende generaties zou brengen. In de versie van Southern Culture On The Skids klonk hetzelfde lied gisteravond als een met stalen gezichten vertolkte practical joke, zoals alles aan dit Amerikaanse rocktrio een humoristische uitwerking heeft. De drummer lijkt weggeplukt uit een Tiroler Bierstube, de bassiste heeft een kapsel als een omgewaaide hooiberg en de broodmagere zanger/gitarist in zijn veel te grote tuinbroek beweegt zich over het podium met de motoriek van een zojuist onthoofde kip.

'No chicken, no show' luidt een clausule in het contract van de groep uit North Carolina, die zich nadrukkelijk presenteert als een uit de klei getrokken produkt van het platteland. Ze spelen niet als er geen kip op het menu staat en die komische noot wordt zo serieus genomen, dat bij elk optreden gebraden kippepoten klaar moeten staan om aan het publiek uit te delen. Het regende dan ook afgekloven kippebotten op het podium, een vorm van publieksparticipatie die hartelijk werd aangemoedigd door de sardonisch lachende zanger Rick Miller, die geen gelegenheid onbenut liet om zijn afkomst als telg uit een kippenboerengeslacht te benadrukken.

Het zou allemaal maar een flauwe grap zijn, ware het niet dat Southern Culture On The Skids een even ouderwets als boeiend soort dansmuziek speelt. Het drietal mengt jaren vijftig-rockabilly, surfmuziek en popmelodieën in korte en krachtige liedjes met sprekende titels als Papa was a Preacher and Mama was a Go-Go Girl. Miller kan zijn gitaar laten ronken als een landbouwmachine, terwijl hij als een zuidelijke redneck zijn teksten in de microfoon knauwt over benzine en gebraden kip, twee ingrediënten die volgens hem noodzakelijk zijn om een afspraakje met het boerenmeisje van zijn dromen tot een succes te maken.

De hortende muziek veroorzaakte een vrolijke huppeldans onder het publiek, dat de uitgedeelde kippeboutjes glimlachend in ontvangst nam om ze op de door Miller gedemonstreerde manier af te kluiven. Wijselijk gebeurde dat pas tijdens de toegift, zodat de rommel van vertrapte etensresten beperkt bleef. De muziek werd allengs ruiger en sneller, met uitzondering van een zeperig instrumentaaltje waarin bassiste Mary Huff een ijselijke stem opzette als van een waarschuwingsalarm voor een atoomaanval.