Hollands Dagboek

Mr. Max P. Moszkowicz sr. (Essen, 1926) is een bekend strafpleiter. Dezer dagen verdedigt hij 'de Hakkelaar', die kon worden gearresteerd omdat justitie een kroongetuige beloofde vergaand te beschermen. Het eindrapport van de commissie-Van Traa naar onorthodoxe opsporingsmethoden beheerste zijn week. Moszkowicz speelt tuba in een jazzband en woont in Maastricht.

Woensdag 31 januari

Een dag vol verplaatsingen. Zulke zijn er: men moet op vele lokaties zijn voor verschillende afspraken. Gegevens, stukken van legpuzzels nodig om het beeld van bepaalde zaken te complementeren. In die zin noodzakelijk of althans heel belangrijk. Vaak niet het meest inspirerende deel van het werk.

Ooit was ik in de gelegenheid een repetitie van een befaamd orkest bij te wonen. Dat was slechts zwoegen, iets dat ogenschijnlijks niets met de muze te maken had. Al dat werk echter leidt tot verrukkelijke momenten, straks in de concertzaal. Zo gaat het ook in de advocatuur. Ter zitting kan, moet een pleidooi effectief zijn. En daaraan gaan vele uren van naarstig, en somtijds zwaar werk vooraf; daar heeft een buitenstaander vaak geen notie van.

Zo'n dag als vandaag laat, in de reistijden, ruimte tot rustig nadenken. Dat is deze week wel geboden. Want eergisteren moest ik bij de rechtbank in de raadkamer pleiten op de vordering van de officier van justitie om ene X. gevangen te houden. Een zaak die alles in zich heeft, een 'cause célèbre' te worden. Het pleidooi was, uiteraard, grondig voorbereid en daarbij ben ik uitvoerig ingegaan op een uitspraak van een gerechtshof in een andere zaak die echter verband houdt met de zaak-X.

Het was ook nu weer beangstigend te moeten constateren welke vrijheden het opsporingsapparaat zich soms aanmeet. Bij het opstellen van mijn pleidooi werd ik onder andere geconfronteerd met valse gegevens in een proces-verbaal, iets dat uiteraard in strijd is met de Wet. Maar morgen, dàn komt het rapport-Van Traa!

Donderdag

Was dit het, waarop wij gewacht hebben? Vandaag was ik in een uitzending mèt mr. Slagter, oud-vice-president van de Rechtbank Amsterdam, over het nu al befaamde rapport. Voor iemand die, zoals ik, veel van zijn werkuren in de behandeling van strafzaken steekt, is dit werkstuk een van de belangrijkste items van de laatste tientallen jaren. Om over zulk een rapport a prima vista een oordeel te geven is onmogelijk. Wat in ieder geval gezegd moet worden is dat de heren serieus en degelijk werk hebben geleverd. Waarschijnlijk zullen, ondanks de serene verpakking, velen door de in dat rapport gememoreerde feiten geschokt zijn. Voor insiders was het, helaas, geen verrassing. Toen de (kundige) interviewer mij op dat punt om commentaar vroeg, antwoordde ik hem dat ik bij het lezen van het rapport de indruk kreeg dat het een bundeling zou kunnen zijn van mijn pleidooien uit de afgelopen jaren.

Overigens, afgezien van alle commotie met betrekking tot het rapport en de live-uitzending die ik noemde, was het een gewone werkdag. Iedere zaak heeft recht op mijn volle aandacht; het was nu echter wat moeilijk om bij de les te blijven. Want onthullingen zoals door Van Traa con sorte werden uitgebracht, zijn zeldzaam. En nu maar hopen dat ook vele rechters de ogen zijn opengegaan!

Vrijdag

Vandaag kwamen en gingen cliënten voor velerlei besprekingen. Ook daarbij waren heel interessante zaken; een kennelijk onredelijk ontslag met grote belangen bijvoorbeeld. Ook een erfeniskwestie waarbij enkelen van de erfgenamen wel bereid bleken om hun gehele erfdeel aan procedures tegen broers en zusters te spenderen. Hoe vaak is de mens de ergste vijand van zichzelf.

Alweer een dag ook met herinneringen aan recente gebeurtenissen. Zoals het gesprek van zondag jongstleden in de rubriek 'Buitenhof'. Witteman doet dat soort dingen heel scherpzinnig en ik vond het een boeiende ervaring daaraan mee te werken. Ondanks alle ernst was er ook nog plaats voor een lachsalvo, en dat werkt toch wel heel prettig.

Er is - zo denk ik steeds vaker - toch een bepaalde cyclus in het leven. In een vroege fase gaat het om gebeurtenissen die in stemmingen zijn verpakt. Nadien worden de feiten, de harde soms kale feiten belangrijk. En steeds zijn het de gedachten, de constructies, de impulsen àchter de feiten, die voor mij important zijn. Het is eigenlijk een rijpingsproces, datgene wat Tucholsky bedoelde toen hij zei: “Wie veel in het leven gezien heeft, glimlacht, legt zijn handen op zijn buik, en zwijgt.”

Zo gezien, is zwijgen ons 'laatste woord'.

Vanavond heb ik gelezen in het rapport, het al befaamde. Zoals ik gewoon ben heb ik daarbij duchtig het potlood gehanteerd. Op die wijze gestreept, wordt een tekst een echte tijger! Die kan bijten als het moment daartoe gekomen is!

Wat mij opviel was, bijvoorbeeld, dat Hirsch Ballin liet weten niets te weten. Iets dat bij velen, op zijn minst, twijfel zal doen opkomen met betrekking tot zijn bekwaamheid. Verder beroept hij zich op 'geheimhoudingsplicht', zelfs bij verzoek van de zijde van het Openbaar Ministerie. Het gevoel blijft, dat er op ieder niveau - politie, OM, maar ook politiek - wel eens en misschien zelfs vaak, gelogen wordt tot de honden er geen brood van lusten. En, een andere zaak, wat met een minister van justitie, afkomstig uit de gelederen van het duidelijk beschadigde Openbaar Ministerie, zelfs uit de top daarvan? Wat zal er met haar en anderen gebeuren als straks de Kamer - zèlf tekort geschoten - haar zegje kan doen?

Het antwoord is, vrees ik, heel simpel. Alles immers is een kwestie van prioriteiten. En de grootste prioriteit lijkt op dit moment niet de bestrijding van de criminaliteit, ook niet de handhaving van de rechtsstaat en zelfs niet het landsbestuur. Neen, vóór alles en niet alleen in de juridische affaires, gaat het om het in stand houden van de coalitie en het bewaren van de rust bij de politie, Justitie en bij de burger.

Zoals het oude rijmpje zegt: de Heren van Alblas, die dronken een glas, en die deden een plas, en zij lieten de zaak zoals die was!

En als er dan iets 'weg' raakt, zoals een filmpje uit Srebrenica of van het 'recht' van een (let wel, nog niet veroordeelde) verdachte? Na enige tijd, zo weet men, zullen die feiten in de nevel van de tijd zijn opgegaan.

Zaterdag

Onder de vele zaken die op mijn kantoor worden behandeld, spelen er ook enige in andere landen. Over een zaak met grensoverschrijdende aspecten belde mij vanmorgen een Belgische confrater. Hij is een heel bekwame man en als echte Belg, een vriend van het goede leven. Hij besloot het gesprek met een mopje. Ook hij had over het rapport-Van Traa gehoord. En hij vroeg mij: “Weet gij het verschil tussen Nederland en een bananenrepubliek?” Wat verbaasd antwoordde ik ontkennend. Hij weer, wat bestraffend: “Maar Max, gij weet toch wel dat Nederland een koninkrijk is! Dat was dan dat. En ik blijf er toch op vertrouwen dat Nederland niet één grote doofpot is.

Er zijn vandaag nog wat dingen gebeurd. Prettig, en eigenlijk privé. Dingen die men niet in zijn dagboek schrijft. Die bewaart men in zijn hart.

Ooit had een trein vertraging en ik miste mijn aansluiting. Het was een vroege, zonnige zomerdag. Ik stond buiten het stationnetje, er was een heerlijk briesje. Insekten zoemden, en in de verte tingelde het belletje van 't paard voor een groentenwagen. Ja - waarachtig. En zelden heb ik zo'n sterk gevoel van welbehagen gehad. Hoe moet je zoiets adequaat in woorden vangen?

Zondag

Wij hebben vanmorgen door de sneeuw gewandeld. Iemand zei, het is als bij Pieter Breughel. Tja, het leek er wat op. Toch mis je iets, ik denk de geur van brandend turf en erwtensoep. De stilte ook, geen brommer of vliegtuig... Natuurlijk, men moet geen laudator temporis acti, geen lofzanger van vervlogen tijden zijn. En antibiotica en een Yak zijn héél nuttig. Doch 'kwaliteit van leven' is ook heden ten dage nog zeer belangrijk.

Vanmiddag, rond vier uur, in een klein toneelzaaltje in Maastricht, zong een jonge vrouw op voortreffelijke wijze joodse liederen. Zijzelf was duidelijk niet-joods evenmin als de haar begeleidende violiste en pianist doch hun inlevingsvermogen was opmerkelijk. En bij al dat moois viel er nog wat te lachen ook. Achter de piano stond een levensgroot Christusbeeld dat ongetwijfeld ooit in een kerk had gestaan. Toen iemand een mij onbekende buurvrouw wees op het contrast tussen de liederen en dat beeld, haalde zij haar schouders op en sprak in onnavolgbaar Maastrichts dialect: “Maar Jezus was toch óók een jood!”

Maandag

In verband met de zaak-X was ik het grootste deel van de dag in Amsterdam. De sfeer van die stad is heel uniek te noemen, al weet ik dat die vóór de oorlog nog markanter, fleuriger en spitser was. Amsterdam heeft heel wat verloren. Er ligt een lange weg tussen de Jordaan en de Bijlmer. Van de joodse humor is veel verdwenen en hier en daar gaat 't er hard, ja keihard toe. Saai is het er zeker niet en het lokaal chauvinisme is nog ongebroken.

Ons kantoor daar ligt aan de mooie Herengracht en het is bijzonder prettig om daar te verblijven. Mijn zoon Abraham die het kantoor daar leidt, verdenkt mij ervan dat ik daarom besprekingen bij voorkeur dáár laat plaatsvinden, ook als cliënten best bereid zouden zijn daarvoor naar Maastricht te komen.

Over de zaak-X zou ik heel wat kunnen noteren, maar dat past niet en het zou ook onverstandig zijn. Wanneer ooit mijn 'dagboek' slachtoffer van een 'kijkoperatie' zou zijn, mag niemand daardoor worden bezwaard of moeilijkheden krijgen. En dan is er ook nog het beroepsgeheim - dat eigenlijk nog meer een beroepsverplichting is te noemen.

En 's avonds was er repetitie van de jazzband, waar ik deel van uitmaak. Fijne muziek, waarin men zijn sores kan vergeten.

Maar toch blijven de gegevens van de enquêtecommissie-opsporingsmethoden dóórspoken. Toen wij het klassieke 'When The Saints go marchin' in' speelden zag ik in de geest een hele stoet van politiemannen, officieren van justitie en politieke coryfeeën Den Haag binnenzakken. De lachbui waarin ik uitbarstte konden mijn medespelers niet plaatsen - tot ik hun de storing had uitgelegd. Toen was er algemene hilariteit.

Dinsdag 6 februari

Alweer een dag vol besprekingen en lang niet iedereen is op tijd. Het zogenaamd 'Maastrichts kwartiertje', te laat komen als vast gegeven is, denk ik wel eens, nog meer kenmerkend voor de stad dan het Vrijthof.

Bijzondere dingen eisen extra tijd. Vanwege een daar lopende procedure moet ik morgen naar Zürich. Op zichzelf zijn dat soort trips boeiend en interessant, en 't is natuurlijk inspirerend om zulke opdrachten te hebben. Vaak genoeg echter betekent zoiets dat de hele agenda moet worden omgegooid, dat weer eens moet worden geïmproviseerd en dat afspraken moeten worden verzet. En dat kan bij tijd en wijle echt stressverwekkend zijn, ook voor de staf die mij terzijde staat.

In ieder geval is het goed om weer eens buiten de landsgrenzen te zien. Misschien helpt dat de Nederlandse problemen meer te relativeren.

    • Mr. Max P. Moszkowicz Sr