Gek zijn en nooit bang om te vallen

In december vorig jaar brak shorttrackster Priscilla Ernst twee ruggewervels. “Onwijs veel botbreuken” en een dwarslesie van een ploeggenote waren voor haar niet alarmerend genoeg geweest om met haar lievelingssport te stoppen. “Maar nu is het mijn rug. Dus is het beter dat ik kap.” Volgens Ernst treft de KNSB onvoldoende veiligheidsmaatregelen. Daarom spande ze een rechtszaak tegen de schaatsbond aan.

Deze week stond ze nog gewoon op de deelnemerslijst voor de nationale titelstrijd die dit weekeinde in Amsterdam wordt verreden. Maar shorttrackster Priscilla Ernst kan niet eens normaal lopen. Eind december brak ze bij een val tijdens een wedstrijd in haar woonplaats Den Haag twee ruggewervels en zit ze nu met haar bovenlichaam in een gipsen korset. “Ik heb voortdurend het gevoel dat ik, net alsof ik te veel heb gegeten, de riem van mijn broek moet losmaken.”

De 24-jarige Priscilla Ernst is het zoveelste slachtoffer in deze snelste tak van de schaatssport. “In het shorttrack word je ervoor gestraft als je iets fout doet”, is haar simpele verklaring. Ze zegt de gevaren altijd op de koop toe te hebben genomen. Ze liep “onwijs veel” botbreuken en snijwonden op in haar carrière. Maar pas nu vindt ze het tijd om ermee te stoppen. “Bij die andere blessures ging het maar om mijn armen en benen. Nu is het mijn rug. Daar hoor je zo vaak van dat het verkeerd afloopt. Ik denk dat ik bang zal blijven. Dus is het beter dat ik kap. Misschien is het wel een teken.”

Ze hoopt dat ze straks zonder pijn haar baan als verkoopster van kinder -en dameskleding kan oppakken. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan willen de schaatsster en haar vader de schade verhalen op de schaatsbond die op de Haagse Uithof de supervisie had over de wedstrijd waarbij ze haar ernstige verwondingen opliep. Ze menen dat de beveiliging in de bochten niet afdoende was. “De kussens waren oud”, zegt Ernst. “Die hadden ze daar al toen ik ruim tien jaar geleden met shorttrack begon.”

Ze meent zich te herinneren dat ze bij het ongeluk onder de kussens is doorgeschoten. “Als je tegen de bescherming aankomt, voel je een zachte boem. Dat was nu niet zo. Ik voelde dat ik keihard de boarding raakte. Precies tegen die plint van plastic.” Ze kreeg meteen een stekende pijn in de rug en werd benauwd omdat haar longen dichtklapten. Het bevreemdt haar dat de aanwezige EHBO'ers haar niet hebben laten liggen hoewel haar vriend daar nog nadrukkelijk om had gevraagd. “Maar hij zei het in het Engels. Misschien begrepen ze hem niet. Ik wees nog wel naar mijn rug toen ze vroegen waar ik pijn had.”

Priscilla Ernst heeft afgelopen donderdag in samenspraak met haar advocaat besloten de EHBO'ers pas in tweede instantie aan te klagen. “Want het is natuurlijk moeilijk vast te stellen hoe ik eraan toe was geweest als ze me hadden laten liggen. En hoewel het fout was, hebben ze toch hun best gedaan”, zegt ze vergevingsgezind. Volgens haar vader is de kans om de rechtszaak te winnen het grootst wanneer de KNSB voor het ongeval verantwoordelijk wordt gesteld. Martin Ernst, die vier jaar in de technische commissie van het shorttrack zat, had de bond er al eerder op gewezen dat de bochtbeveiliging in De Uithof niet aan de eisen van de internationale unie ISU voldeed. “Steeds kreeg ik weer te horen dat het te duur was”, zegt hij. “Het was vechten tegen de bierkaai.”

Vader Ernst stelde de bond voor een eenmalige investering van 50.000 gulden te doen om goede kussens te kopen en die van wedstrijd naar wedstrijd te vervoeren. Zo zou elke baan voortaan veilig zijn. “Nu houden ze de WK volgende maand in De Uithof met de bochtbeveiliging van Zoetermeer. En dan zeggen ze tegen mij dat dat is omdat die kussens mooier zijn dan die in Den Haag. Nou, daar zakt mijn broek van af.”

Hij denkt dat de KNSB het ongeluk met zijn dochter in de doofpot heeft willen stoppen. Met een geslaagde WK is de kans volgens Ernst groot dat de WK of EK langebaan aan De Uithof wordt toegewezen. “Het is een politiek spelletje.”

Martin Ernst wil zijn mond niet houden. Hij vindt het de hoogste tijd dat er afdoende maatregelen worden genomen. “Er zijn in Nederland in totaal vijf zware ongelukken gebeurd met shorttrackers. Allemaal rug- of nekletsel. Nu is het Priscilla die de dupe wordt, maar er gaan straks nog veel anderen op banen met slechte beveiliging rijden.”

Shorttrackers zijn “mensen die veel durven”, zegt Priscilla Ernst. Later spreekt ze zachtjes over “losbollen”. Dat moeten ze bijna wel zijn, want vrijwel alle beoefenaars hebben wel eens een zware blessure opgelopen. Maar toch blijven ze doodleuk doorschaatsen. Zelfs zware ongevallen van collega's schrikt hen niet af. Monique Velzeboer, olympisch kampioene van 1988, is sinds een zware crash tijdens een training in Frankrijk in december 1993 vanaf haar middel verlamd. “Ik heb toen twee weken niet geschaatst”, herinnert Ernst zich. “Het was toch iemand uit mijn eigen team, iemand die ik elke dag zag.”

Het ongeluk met Velzeboer was voor haar nog geen aanleiding er maar helemaal mee te stoppen. “Je denkt niet in de trant van: het kan mij ook gebeuren. Zelfs de broers van Monique schaatsen nog.”

Wat bezielt shorttrackers? “Ik ben er gewoon helemaal gek van”, antwoordt ze. “Elke keer als ik aan de top stond, gebeurde er wat waardoor ik weer was uitgeschakeld. Maar ik klauterde altijd weer omhoog. Steeds kwam ik terug bij de kernploeg. Ik wilde weten hoe het was als ik gewoon eens een jaar kon doorschaatsen.”

Na twee enkelbreuken ging ze zelfs in psychotherapie om haar angst kwijt te raken. “Steeds als ik viel, zag ik dat beeld weer voor me. Dat is gevaarlijk, want dan ben je verkrampt en val je niet soepel.”

Aan het begin van dit seizoen maakte haar vriend, de Engelse shorttracker Nicky Gooch, vlak voor haar ogen een enorme smak. Ernst stond net te filmen en liet van schrik de camera vallen. Ze had meteen door dat het ernstig was. “Alles in zijn arm was doorgesneden. Nicky is als Engelsman toch al wit, maar nu was hij nog witter, bijna groen zelfs. Gelukkig greep de Australiër, waarmee hij in botsing was gekomen, meteen zijn arm en hield de wond dicht.” Gooch, derde op de olympische 500 meter van 1994 in Hamar, werd vijf uur lang geopereerd en zijn herstel duurde twee maanden. Drie weken geleden veroverde de Brit echter al weer de Europese titel. Het lijkt gekkenwerk. “Hij is hard voor zichzelf”, beseft ze.

Gooch behoort ook tot de favorieten voor het WK dat begin volgende maand in Den Haag wordt verreden. “Hij is wel steeds snel moe”, vertelt ze. “Hij heeft toen bij dat ongeluk in Canada veel bloed verloren en heeft van de narcose nog veel troep in zijn lichaam zitten.”

Ze hoopt van harte dat bij het WK het shorttrack alleen maar positief in het nieuws zal komen. Dat heeft haar sport nodig, weet ze. “Het lijkt er door al die berichten in de kranten op dat er bij elke wedstrijd wel een ongeluk gebeurt. Maar dat is echt niet zo.”

Het zou volgens haar al heel veel schelen als iedereen, organisatoren, maar ook schaatsers, zich aan de reglementen houdt. Dat betekent: goede bescherming in de bochten en goede helmen, handschoenen en kniebeschermers.

Ze beseft echter ook dat in het shorttrack ongelukken niet zijn te verhinderen. Rijders komen tijdens het geduw en getrek op de kleine baan in de korte bochten gemakkelijk in botsing en raken elkaar met hun schaatsen. “Vroeger gebeurde er nooit wat”, herinnert zij zich. Haar eerste wereldkampioenschap reed ze al in 1987. “Maar het gaat nu veel harder. Dus is het risico ook veel groter. Veel rijders weten precies wat ze wel of niet kunnen doen. Maar er zijn er ook die overal inrammen. Er hoeft maar één gek tussen te zitten.”

Bij de fatale botsing met Penelope Di Lella, waarbij Ernst haar ruggewervels brak, hoefde ze zichzelf niets te verwijten. Haar tegenstandster probeerde aan de binnenkant in te halen. “Ik had een stap opzij kunnen doen om voor haar een gat te laten vallen. Dan neem je weliswaar minder risico, maar dan kun je in deze sport net zo goed niet starten. Wie de schuldige is? Ze hebben haar gediskwalificeerd, dus.”

Eigenlijk is het voor haar niet belangrijk te weten wat er precies is gebeurd. Maar ze vindt het wel een beetje raar dat Di Lella sindsdien weinig van zich heeft laten horen. “Ik heb één kaartje gekregen, meer niet. En ze woont hier in Den Haag op de Leyweg.” De zo zwaar getroffen Monique Velzeboer belde haar wel op. “Monique is alweer een beetje aan het sporten. Ik neem mijn petje voor haar af.”

Geestelijk lijkt Priscilla Ernst haar ongeluk op De Uithof wel te hebben verwerkt. Helemaal waar is dat niet, bekent ze. Soms barst ze 's nachts in bed in tranen uit. Allereerst is het de pijn. En de bezorgdheid over haar herstel. Bovendien had ze graag zelf het einde van haar carrière bepaald. Met ingang van dit seizoen was ze weliswaar al minder gaan trainen en stapte ze zelf uit de nationale selectie. Maar in haar achterhoofd hoopte ze samen met haar vriend aan de vierde Olympische Spelen uit haar loopbaan, in 1998 in Nagano, te kunnen meedoen.

Door de sportieve loopbaan van Nicky Gooch meent ze toch nog betrokken te kunnen blijven bij het shorttrack. Om haar sociale contacten te onderhouden wil ze in de toekomst, als het herstel voorspoedig verloopt, één keer in de week “lekker ontspannen” gaan trainen. Ook lesgeven bij de shorttrackclub in Dordrecht is dan weer mogelijk. Maar is die inschatting reëel? Over drie weken gaat het gips eraf en moeten haar rugspieren door langdurige fysiotherapie weer op kracht gebracht worden. “De artsen kunnen me wel zeggen dat het in orde komt, maar ik geloof daar niet honderd procent in”, zegt Ernst sceptisch. “Bij mijn enkelbreuken zeiden ze dat ook. Mijn rechtervoet kan ik nog steeds niet optimaal bewegen.”

Ze verwijst naar de WK van 1991 in Amsterdam. Toen werd ze door een Chinese van de baan geduwd. Ze hoort haar dokter nog zeggen “doe er maar een 'tapie' om en je kunt de volgende wedstrijd nog wel uitrijden”. “Maar ik voelde dat het niet goed was. Mijn vader en ik zijn toen op eigen initiatief naar het ziekenhuis gereden en ik kwam met mijn tweede gebroken enkel terug.”

De vele ongelukken hebben haar niet uit balans gebracht. Beklemd in haar gipsen harnas vertelt ze schijnbaar onaangedaan de ene anekdote na de andere. Voortdurend lachend geeft ze het toe: “Ik ben en blijf verliefd op shorttrack.”