Geen uitstel verbod op 'Otto-constructie'

DEN HAAG, 10 FEBR. PTT Post moet per 1 september van dit jaar ophouden met het gecombineerde verlenen van kortingen en BTW-vrijstelling aan postorderbedrijven waarvoor het zendingen vervoert.

Dat volgt uit het oordeel dat de president van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag, mr. B. van Wagtendonk, gisteren heeft uitgesproken in een kort geding dat Koninklijke PTT Nederland (KPN) en dochter PTT Post tegen de Staat hadden aangespannen.

PTT Post had geëist dat ze de zogeheten 'Otto-constructie' onverkort mocht voortzetten, in afwachting van een uitspraak in een bodemprocedure over het verbod dat minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) vorig jaar uitvaardigde. Ze gaf Post tot 1 september de tijd lopende contracten aan te passen.

PTT Post heeft “teleurgesteld” gereageerd op de uitspraak. Ter zitting zei het bedrijf ernstig gehandicapt te zijn in contacten met nieuwe en bestaande klanten door de onduidelijkheid over de betwiste constructie. “Maar het ging om uitstel”, zegt een woordvoerder. “We hopen nu dat de bodemprocedure voor 1 september tot duidelijkheid leidt.”

Minister Jorritsma heeft de Otto-constructie verboden omdat PTT Post er volgens haar een oneigenlijk concurrentievoordeel mee heeft. Van de minister mag PTT Post om het ladingaanbod van postorderbedrijven concurreren met tariefkortingen, maar het dient dan net als andere transportbedrijven 17,5 procent BTW te berekenen. Als PTT Post gebruik wil maken van de BTW-vrijstelling, die voortvloeit uit de in de Postwet opgenomen vervoerplicht, dan dient het standaardtarieven te hanteren.

Het College van Beroep wees in hetzelfde geding ook een eis af van Nedlloyd-dochter Selektvracht, de voornaamste concurrent van PTT Post op de markt voor postorderzendingen, die onmiddellijk effectuering van het verbod wilde. Selektvracht zei anders het verlies van zijn belangrijkste klant, postorderbedrijf Wehkamp, te vrezen.