Forbes brengt 'Mythe van Iowa' aan het wankelen

DES MOINES, 10 FEBR. Bijna 25 jaar heeft 'De Mythe van Iowa' een belangrijke rol gespeeld in de aanloop tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen. En ook dit jaar is het hele land weer benieuwd welke van de Republikeinse rivalen hier maandagavond in de caucuses (partijvergaderingen) de meeste stemmen krijgt. Maar deze keer zullen de uitslagen niet alleen aangeven wie de beste kandidaten zijn volgens de trouwe partijgangers die de caucuses bezoeken - resultaten die de landelijke pers traditiegetrouw aangrijpt om kandidaten af te schrijven dan wel te tippen als belangrijke kanshebbers.

Dit jaar staat daarnaast de toekomst op het spel van Iowa als reservaat van het ouderwetse politieke handwerk. Geld zou hier niet het belangrijkste zijn voor een kandidaat. Politici zouden het nog moeten hebben van een intensieve, persoonlijke campagne, van een uitgebreid netwerk van toegewijde vrijwilligers, en van zoveel mogelijk ontmoetingen met de kiezers. Maar de bliksemcampagne van multimiljonair Steve Forbes dreigt die reputatie van Iowa om zeep te helpen.

Sinds de onbekende George McGovern in 1972 en Jimmy Carter vier jaar later doorbraken in deze dunbevolkte staat in het midden-westen van Amerika, geldt Iowa als de eerste belangrijke krachtmeting voor de presidentsverkiezingen. Dat de staat niet representatief is voor de rest van het land doet er niet toe, en ook niet dat slechts een vijfde van de geregistreerde kiezers de caucuses bezoekt. Dat de winnaar in Iowa het uiteindelijk maar zelden tot het Witte Huis brengt of zelfs maar tot de nominatie van zijn partij, deert evenmin iemand. De aandacht van de media voor dit politieke ritueel is zo groot, dat eenvoudig niemand om Iowa heen kan.

De Mythe van Iowa, die de caucuses in pers en politiek zo'n groot gewicht heeft gegeven, wil dat politiek hier open en oprecht wordt bedreven. De burgers van Iowa gelden als eerlijke, hardwerkende en goed opgeleide mensen, die hun burgerplicht serieus nemen. Ze zouden open staan voor alle kandidaten, ook de onbekende, mits zij maar de moeite nemen hen te komen opzoeken, in hun scholen, kerken en huiskamers.

Overtuigd dat de politiek in Iowa zo werkt, voeren Bob Dole, Phil Gramm en Lamar Alexander hier al sinds het voorjaar van 1993 campagne. Alexander is sindsdien 75 dagen in Iowa op pad geweest om kiezers voor zich te winnen, Gramm 65 en Dole 37 dagen. Maar de nieuwkomer Forbes, die de staat slechts 17 keer bezocht, heeft zich met een intensieve en kostbare reclame-campagne op radio en televisie in vier maanden opgewerkt tot een van de serieuze kanshebbers. Als hij maandagavond goed uit de bus komt heeft hij niet alleen zijn kansen vergroot op de Republikeinse nominatie, maar ook De Mythe van Iowa ontzenuwd.

Als zou blijken dat een goed resultaat in deze staat ook op Forbes' manier behaald kan worden, is het onwaarschijnlijk dat de politici een volgende keer nog zoveel tijd en moeite in persoonlijk campagnes zullen steken. En als de kandidaten wegblijven, is er voor de media nog weinig reden om op hun beurt veel aandacht aan Iowa te geven.

Brian Kennedy, de voorzitter van de Republikeinse Partij in Iowa, erkent dat Forbes de spelregels en het karakter van de campagne dit jaar drastisch heeft veranderd. “Forbes heeft in september een waar tapijtbombardement van televisiespotjes ontketend. De andere kandidaten konden niet achterblijven. Het geld wat de kandidaten samen aan televisiereclame besteden, is deze campagne vertienvoudigd.” Veel van de filmpjes schetsen niet zozeer een positief beeld van hun kandidaat, als wel een negatief beeld van zijn rivalen.

Kennedy gelooft niet dat Forbes, die nog altijd verreweg de meeste boodschappen over de kijkers en luisteraars uitstort, zijn populariteit uitsluitend aan de radio- en televisiespotjes te danken heeft. “Hij staat voor een bepaald soort nieuwe kandidaat, waarvan er in 1994 ook veel in het Congres zijn gekozen: mensen die nooit eerder aan verkiezingen hebben meegedaan of enige andere ervaring hebben met de politiek. Ze zijn succesvol geweest in een andere maatschappelijke functie, en beloven af te rekenen met de traditionele manier van politiek bedrijven.”

De gevolgen van Forbes' media-campagne voor Iowa en het hele land zijn groot, ook als het resultaat van de miljonair en uitgever maandagavond tegenvalt, zegt professor Hugh Winebrenner van de Drake univertity in de hoofdstad Des Moines. Winebrenner is politicoloog, en al jaren een vooraanstaande politieke goeroe die publiceert en doceert over de caucuses in Iowa. “De voorverkiezingen zijn amper amper begonnen, en de meeste kandidaten zijn al blut omdat ze zoveel televisietijd hebben moeten kopen in hun strijd met Forbes. Acht dagen na Iowa zijn de voorverkiezingen in New Hampshire, en wie daarna niet is opgevallen zal door de pers worden afgeschreven. Er zullen dan schat ik niet meer dan drie kandidaten overblijven, want wie afgeschreven is heeft geen geld meer om later met een felle campagne nog terug te komen. Op die manier kunnen de twee staten Iowa en New Hampshire zes van de negen kandidaten elimineren, voor de rest van het land er aan te pas is gekomen.”

Maar Weinbrenner is er nog niet van overtuigd dat een kandidaat het in Iowa kan stellen zonder de steun van een wijdvertakte lokale organisatie. Opiniepeilingen die suggereren dat het maandagavond een nek-aan-nek-race zal worden tussen Dole en Forbes, die allebei op ongeveer twintig porcent zouden kunnen rekenen, wimpelt hij weg. “Voor gewone verkiezingen kun je peilingen doen, maar niet voor caucuses. Het is voor opinie-onderzoekers vrijwel niet te doen om van te voren na te gaan wie naar die vergaderingen toegaat. En daarom stellen ze hun vragen aan iedereen die als Republikein geregistreerd staat. Onder dat algemene publiek is Forbes zeker populair. Maar de trouwe partijganger die maandag zijn avond opoffert om naar de caucus te gaan, kan heel goed nog steeds gevoelig zijn voor de persoonlijke campagnes die de andere kandidaten hebben gevoerd.'

Geld wordt wel de moedermelk van de Amerikaanse politiek genoemd, maar passie is volgens Winebrenner onvervangbaar. “Deze keer zijn er behalve Pat Buchanan en radiopresentator Alan Keyes weinig kandidaten die bezield overkomen.”

Bij de hardwerkende vrijwilligers van een aantal campagnes ligt dat anders. Gisterochtend om zeven uur waren de hoofdkwartieren van de campagnes van Gramm en Alexander in Des Moines al in rep en roer. Vrijwilligers met donkere kringen onder hun ogen verzonden de laatste brieven en faxen aan potentiele kiezers, en deden onvermoeibaar hun best om weifelaars per telefoon nog over de streep te trekken. Het campagnehoofdkwartier van Forbes is om half negen nog uitgestorven, al is zijn boodschap op radio en televisie dan al in veelvoud uitgedragen.

Het meest ontspannen is de campagne van Bill Clinton, die geen rivaal heeft voor de Democratische nominatie. Toch houdt de Democratische partij caucuses, niet alleen omdat op die vergaderingen ook andere zaken aan de orde komen dan de stemming over de kandidaten, maar ook om de achterban en de vrijwilligers actief en betrokken te houden. De president zal vandaag en morgen zelfs persoonlijk campagne voeren in Iowa, en de publicitaire aandacht proberen af te leiden van de Republikeinse kandidaten.