Expositie in filmstad Cinecittà; De weelderige uitstraling van Gina en Sophia

Cinecittà, via Tuscolana 1055. T/m december. Di-zo 11-19u. Toegang ± ƒ 15,-, cat ± ƒ 50,.

ROME, 10 FEBR. Haar eerste bijnaam kreeg ze ruim veertig jaar geleden. Lazzaro, Italiaans voor Lazarus: zo wonderbaarlijk mooi dat ze de doden kon doen opstaan. Nu is ze 61 en behoorlijk bijziend, maar nog steeds gaat menig mannenhart sneller kloppen voor Sophia Scicolone, alias Loren, door USA Today uitgeroepen tot 's werelds sexy-ste zestiger.

Sophia Loren is een van de redenen dat Italianen ondanks alle politieke chaos nog steeds trots zijn op hun land. Ze heeft een ereplaats in het legendarische rijtje diva's uit de jaren vijftig, naast Silvana Mangano, Silvana Pamperini en Gina Lollobrigida (in Nederland bezongen met de regels 'Jouw foto aan de muur/maakt mij volledig overstuur'). Niet dat het zulke geweldige actrices waren. Ze zijn alle vier ontdekt bij miss-verkiezingen, en toen werd er nog niet gevraagd of de dames ook konden praten. Maar miljoenen bioscoopgangers raakten in vervoering door hun weelderige, niet afgetrainde of opgevulde schoonheid, gekoppeld aan een directe, open uitstraling. Toen de schrijver Italo Calvino verslag moest doen van de opnames van Bittere rijst, raakte hij bijna niet uitgesproken over het 'bewonderenswaardige ritme van volle rondingen en slanke ledematen' van Silvana Mangano.

Deze mediterrane schoonheden zijn de blikvangers op een grote tentoonstelling over een eeuw Italiaanse film, die tot aan het eind van het jaar te zien is in twee grote hallen van Cinecittà, de 'filmstad' aan de rand van Rome. Nu zie je er weinig aspirant acteurs en actrices meer rondhangen die hopen op een rolletje. De studio's worden voornamelijk gebruikt voor tv-opnames en regisseurs komen er bijna alleen nog maar om af te monteren. Maar in de jaren vijftig was dit het 'Hollywood aan de Tiber'.

In 1935 was het oude filmcentrum bij Porta San Giovanni afgebrand. De fascistische dictator Benito Mussolini vond dat bij een groots land grootse filmstudio's hoorden, en stimuleerde de plannen om helemaal opnieuw te beginnen in wat toen nog het platteland buiten Rome was. Binnen anderhalf jaar was de nieuwe filmstad klaar. Het hele proces van het draaien van een film werd hier geïntegreerd. Cinecittà ging er prat op dat je met een idee binnen kwam wandelen en met de filmspoelen onder je arm de poort weer uitliep - het is jammer dat de technische kant van het maken van een film hier vrijwel niet aan de orde komt.

In het topjaar 1954 werden 201 films gedraaid in Cinecittà - ook kolossale Amerikaanse verfilmingen als Quo Vadis en Ben Hur zijn opgenomen tussen de pijnbomen en heuvels van Oost-Rome. Een van de vaste bezoekers was de legendarische Napolitaanse acteur Totò, die in vijftien jaar en meer dan honderd films steeds andere arch-Italiaanse typetjes heeft neergezet.

Het artistieke succes van de Italiaanse film was toen al begonnen. In de periode van herstel en wederopbouw waren neorealistische regisseurs als Roberto Rossellini en Vittorio de Sica de culturele diplomaten van Italië in de wereld. Die eerste jaren na de oorlog hebben nog steeds de meeste faam. Fietsendieven of Rome open stad worden vaker herhaald in de filmhuizen dan Pane, amore e fantasia, met Sophia Loren in de rol van een vulkanische Napolitaanse. Maar commercieel gezien waren deze films geen geweldig succes. Het grote geld kwam met de diva's, met komieken als Totò en met een eindeloze reeks films die spelen in de klassieke oudheid. Op de tentoonstelling zie je dezelfde toga en peplos terugkomen in Rome, Athene, Olympia en Atlantis.

Overdag waren de Italiaanse en Amerikaanse filmsterren aan het werk in het Hollywood aan de Tiber, 's avonds gingen ze uit in de via Veneto. Dit is de tijd van La dolce vita. De hommage aan deze film van Federico Fellini is het spectaculairste onderdeel van de tentoonstelling. In een zwart-wit gehouden hoek is de Romeinse Trevifontein nagemaakt.

Het water ruist naar beneden, terwijl uit de luidsprekers de stem van Anita Ekberg klinkt: Marcèèèllo, come here - een pop met de zwarte strapless jurk van la Ekberg staat in het water, maar Mastroianni blijft buiten beeld. Tijdens het draaien van de film, in de winter, kon hij alleen met een fles wodka worden overgehaald het ijskoude water in te gaan. De enige kleur in dit tafereel is de rode sjaal op de regisseursstoel in de hoek, met het opschrift Fellini.

De scène in de Trevi-fontein is waarschijnlijk de bekendste episode uit de Italiaanse filmgeschiedenis, maar hij is ook een van de weinige die Fellini niet in Cinecittà heeft gedraaid. Wel heeft hij heel via Veneto laten nabouwen. Dat is allemaal verloren gegaan, net als de openslaande deurtjes van de saloon en de watertorens langs de spoorlijnen die dienst hebben gedaan in de ongeveer 800 spaghetti-westerns opgenomen in Rome en omgeving. Wat rest zijn wat foto's.

De tv heeft een einde gemaakt aan de gouden tijd van de diva's. De katholieke kerk wilde ingehoudener, kuisere vrouwen op het huiskamerscherm, schrijft filmcriticus Tornabuoni in de catalogus. “De smaak van het volk maakt plaats voor die van de kleinburgerij.”

In de jaren zeventig en tachtig is de Italiaanse film veel verschillende kanten opgegaan. De opstellers van de tentoonstelling konden daar ook geen noemer meer aan geven. Daardoor is deze periode betrekkelijk onderbelicht en blijft het bij fragmenten, zoals drie sleutelgaten die de bezoeker de film La Chiave laten naspelen: gluren hoe Stefania Sandrelli zich uitkleedt.

Ondanks deze onvolkomenheden is deze tentoonstelling een feest van de herkenning. De twee hallen zijn veranderd in een delicatessenwinkel voor de cinefiel. Wie na afloop naar buiten loopt, langs de figuren die Fellini heeft gebruikt in Le notti di Cabiria, heeft zijn hoofd vol beelden. De zilvergrijze Lancia cabriolet uit Il sorpasso. De prachtige kostuums uit Bertolucci's film De laatste keizer. En natuurlijk de ogen van Sophia Loren.