Doorstart van een ras-entrepreneur

ROTTERDAM, 10 FEBR. Tien jaar na zijn onopvallende entree als de redder van het piepkleine metaalbedrijf Begemann kiest Joep van den Nieuwenhuyzen weer voor de luwte van een bestaan als industrieel ondernemer, ver weg van de effectenbeurs. Hij stootte Begemann op in de vaart der volkeren tot een bedrijf met vestigingen op drie continenten en tienduizenden medewerkers. De 2 miljoen gulden die hij in 1986 in Begemann stak waren medio 1990, toen de koers van Begemann zijn hoogste punt bereikte van bijna 200 gulden, zo'n 400 miljoen waard geworden.

'Bedrijvendokter' Van den Nieuwenhuyzen personifiëerde als weinig anderen het herstel van het Nederlandse bedrijfsleven na de zware economische terugslag in het begin van de jaren tachtig. Joep - zoals iedereen hem op zijn instigatie noemde - gaf ondernemers een gezicht: jong, informeel, initiatiefrijk, vol dadendrang, een motor achter banengroei. Zijn auto was zijn kantoor. Zonder de autotelefoon zou Begemann nooit Begemann zijn geworden.

In Begemanns ongeëvenaarde opkomst maakte hij dankbaar gebruik van de media en zij van hem. Hij had de media leren kennen als woordvoerder van de familie Van der Valk tijdens de ontvoering in 1982 van zijn schoonmoeder. Joep was altijd nieuws. Ook wie weinig of geen interesse voor economie of bedrijven had, wist op een gegeven moment wel dat Joep van den Nieuwenhuyzen een succesvolle ondernemer was.

Zijn tempo, zijn gedrevenheid om steeds weer nieuwe bedrijven te kopen typeerden de entrepreneur die zich in de transactie-gedreven jaren tachtig als een vis in het water voelde. Maar het besturen (controle, administratie, planning) van een groot bedrijf was niet aan hem besteed. Met de explosieve groei van Begemann bestond juist daaraan steeds meer behoefte. President-commissaris G. Van Driel, een oude rot in het bestuursvak die maatregelen had kunnen nemen om in de lacunes te voorzien, overleed vroegtijdig.

Daarna ging het fout. Van den Nieuwenhuyzen was een actieve handelaar op de Amsterdamse effectenbeurs: hij kocht belangen in bedrijven als Holec (metaal) en CKK (chemie), maar ook in nieuwe zaken, zoals de Krant op Zondag. The sky leek - vanuit zijn privé-jet - letterlijk the limit.

Zijn beurshandel en zijn ongecontroleerde activiteiten buiten Begemann legden de kiemen voor een Waterloo dat vijf jaar zou duren. Het heette later de HCS-affaire, vernoemd naar het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf waarin Van den Nieuwenhuyzen een groot aandelenpakket had gekocht. HCS liep zo slecht, dat een reddingsactie in 1991 nodig was. Na nachtelijk beraad met HCS' bankiers daarover ontdeed Van den Nieuwenhuyzen zich van een deel van zijn aandelen en die van twee grote mede-beleggers. Beurshandel met voorkennis, zeiden beurs en justitie. Koersorkestratie om een kapitaalinjectie voor HCS te vergemakkelijken, zei Van den Nieuwenhuyzen.

Het definitieve oordeel daarover moet de rechter volgende maand vellen. Maar beleggers, banken en opdrachtgevers behandelden Van den Nieuwenhuyzen en daarmee Begemann als een melaatse. Het concern moest constant kroonjuwelen verkopen om aan zijn verplichtingen tegenover de banken te kunnen blijven voldoen. Joep koopt zelf een van de laatste grote Nederlandse bezittingen van Begemann: onderzeebootbouwer en werf RDM (450 werknemers). Begemann gaat zonder Joep verder als participatiemaatschappij.

    • Menno Tamminga