De nieuwe agenda

OP EEN PIKANT moment, één dag voor het congres van de Partij van de Arbeid dat vandaag in Zwolle wordt gehouden, heeft VVD-fractievoorzitter Bolkestein weer eens van zich doen spreken.

In een bijdrage in de Volkskrant reageerde de liberale leider op de Den Uyl-lezing die minister-president Kok eind vorig jaar uitsprak. Het waren vooral de politiek-actuele opmerkingen waarmee hij zijn betoog lardeerde die de toon hebben gezet: metaalmoeheid bedreigt de coalitie en minister-president Kok zou risicomijdend gedrag vertonen. In een week waarin de aanvaarding van het voorstel de ziektewet af te schaffen tot grote consternatie heeft geleid in de partij van Kok zijn dat boude constateringen.

Bolkestein is in zijn artikel op de hem bekende wijze te werk gegaan. Door her en der naar citaten te verwijzen, suggereert de VVD-leider veel, maar behoudt hij even zoveel ontsnappingsmogelijkheden. Het verhaal van Bolkestein moet dan ook met een vergrootglas worden gelezen. Bovendien is het onderscheid tussen de korte termijn en de lange termijn, ofwel de huidige kabinetstermijn of de periode daarna, niet altijd even duidelijk. Voor de coalitieverhoudingen is dat niet onbelangrijk. Het maakt bijvoorbeeld nogal wat uit of Bolkestein deze kabinetsperiode al een extra reductie van het overheidstekort tot een procent van het nationaal inkomen wil bereiken of dat dit pas een doelstelling van een volgend kabinet moet zijn.

Daarnaast acht de VVD-leider de komende tien jaar een verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting met 5 tot 10 procent mogelijk. Afgezien van de ruime marge, blijft de vraag hoe hij een dergelijke forse belastingverlaging zou willen financieren als ook nog het financieringstekort verder terug moet. Temeer daar Bolkestein in het artikel bovendien de wens uitspreekt extra geld uit te trekken voor belangrijke kerntaken van de overheid, zoals onderwijs, infrastructuur en criminaliteitsbestrijding. De wensenlijst van Bolkestein vergt aanzienlijke ombuigingen op de uitgaven voor de rijksbegroting. Maar aangezien Bolkesteins' eigen partij bij de opstelling van het laatste verkiezingsprogramma de grootste moeite had substanti'ele bezuinigingen bij de rijksuitgaven te vinden, zou enige nadere duiding wel op zijn plaats zijn. HOEWEL DE GETALLEN dus ontbreken is de richting waar Bolkestein heen wil zonneklaar. Waar binnen de PvdA-achterban steeds meer aarzeling ontstaat over de ingeslagen weg, wil Bolkestein het tempo op die weg juist verhogen. Op zich hoeft dat geen repercussies voor de coalitie te hebben. Dat PvdA en VVD verschillend denken over de verhouding markt-overheid is een bekend gegeven. Met behoud van eigen identiteit hebben zij met het regeerakkoord van 1994 hun compromis gesloten. Maar nu dat regeerakkoord wat sociaal-economische hoofdlijnen betreft voor een belangrijk deel is uitgevoerd, wordt de ruimte voor 'vrije discussie' in het kabinet wel steeds groter. Volgens Bolkestein mag het kabinet zijn ambities niet bevriezen op het moment dat de belangrijkste doelstellingen van het regeerakkoord zijn bereikt. Hij heeft daarin gelijk. Het kabinet heeft immers nog ruim twee jaar te gaan tot de volgende verkiezingen.

De vraag is dan welke die ambities moeten zijn. Een voortdurend debat daarover kan wel degelijk zijn weerslag op het kabinet als geheel hebben. Want naarmate verkiezingen dichterbij komen zullen standpunten zich verharden. Het gevolg is dan geen ambitieus programma meer, maar een beleid van stilstand. Dat moet alle coalitie-partners te denken geven. Het is een prettig vooruitzicht dat er straks bij verkiezingen toch wat te kiezen valt zal zijn. Maar vooralsnog moeten PvdA en VVD nog twee jaar verder. Het zou goed zijn als de coalitie voor die komende twee jaar nu alvast een goed gesprek aan gaat. Want als het regeerakkoord inderdaad af blijkt zoals wordt gesteld, is een supplement op zijn plaats.