Cricket van elitesport tot collectieve hartstocht; Bedrijfsleven India betaalt sterspelers miljoenen dollars

Woensdag begint de strijd om de wereldbeker cricket, gezamenlijk georganiseerd door India, Pakistan en Sri Lanka. Nederland is voor het eerst in de geschiedenis van de partij. Tientallen miljoenen op het subcontinent zullen de verrichtingen van de cricketers volgen.

NEW DELHI, 10 FEBR. Een wandeling door een park in India of Pakistan is vaak een hachelijke onderneming. Uit de meest onverwachte hoeken en gaten kan plotseling een bal tevoorschijn schieten, meestal onmiddellijk gevolgd door één of meer hijgende jongetjes, die ongeacht de hindernissen van het terrein de nationale passie beoefenen: cricket.

De jongens uit meer welgestelde gezinnen dragen de voorgeschreven witte kleren en beschikken over een mooi nieuw slaghout en beenbeschermers, maar ook op stoffige veldjes in de sloppen wemelt het van bezwete jongens die blootsvoets bloedserieus in de weer zijn met geïmproviseerde plankjes en een verfomfaaide oude tennisbal.

De dagen dat cricket op het Indiase subcontinent vooral een tijdverdrijf was voor Britse officieren, steenrijke maharaja's, nawabs en andere prinsen zijn allang vervlogen. Al jaren is de sport, die in Europa nog dikwijls wordt geassocieerd met aristocratische om niet te zeggen bekakte heren, hier volkssport nummer één.

Cricket roept diepe hartstochten op. Bij grote wedstrijden komt het hele land, althans de steden waar cricket het meest is ingeburgerd, tot stilstand en zit iedereen gekluisterd aan radio en televisie, vaak met grote groepen tegelijk. Toen de inmiddels gestopte Indiër Kapil Dev twee jaar geleden de man werd met de meeste wickets op zijn naam in het testcricket - de meerdaagse wedstrijden - openden serieuze kranten zonder enige aarzeling met dit nieuws. Zó intens leven sommige toeschouwers mee dat ze een hartaanval krijgen wanneer hun idool wordt uitgebowld.

Soms lopen de gemoederen over cricket-kwesties zeer hoog op. Vorige maand ontstond er opschudding in de Indiase hoofdstad New Delhi, toen een 17-jarige jongen na een partijtje cricket dodelijk werd mishandeld door enkele woedende tegenstanders wegens onenigheid over een 'uit' gegeven bal.

Cricket is door de jaren heen uitgegroeid tot een voornaam bestanddeel van de nationale identiteit voor de Indiërs, de Pakistanen en de Sri-Lankezen. “Niets verenigt dit land zo sterk in de lengte en de breedte als cricket”, aldus een vertegenwoordiger van een sportschoenenfirma in India onlangs tegenover het blad India Today.

Het is dan ook de droom van vrijwel elke jongen om ooit een groot cricketer te worden. Niet alleen levert dat een geweldige portie prestige en glamour op. Maar sinds kort, en dat is in deze straatarme landen een belangwekkende ontwikkeling, ook een vette bankrekening. De Indiase sterspeler Sachin Tendulkar sloot vorig jaar een contract met het bedrijf WorldTel, dat hem de komende vijf jaar tussen de 7,5 en 10 miljoen dollar garandeert in ruil voor de exclusieve rechten op alle advertenties en sponsor-activiteiten rond hem.

Nog maar een paar jaar geleden zou een dergelijk bedrag volstrekt ondenkbaar zijn geweest. De commercie, die sinds het begin van de economische liberalisering in India aanzienlijk aan zelfbewustzijn heeft gewonnen, heeft zich met haar volle gewicht op het cricket gestort. Nu al staat vast dat financieel gezien het WK, dat deze maand van start gaat en tot half maart zal duren, het grootste evenement uit de internationale cricket-geschiedenis zal worden. De voornaamste sponsor, het Indiase bedrijf ITC, tastte diep in de buidel en betaalde een kleine twintig miljoen gulden om hoofdsponsor van het tournooi te worden. Daarnaast blies Coca Cola in de bus met een bijdrage van 5,5 miljoen gulden.

Ook politici maken graag goede sier met hun betrokkenheid bij het cricket en dringen zich al sinds jaar en dag op als bestuurders van allerlei bonden. Wie gekozen wil worden als chef van de Indiase cricketbond, kan vooral stemmen winnen door lokale en regionale bestuurders een financieel lucratieve wedstrijd in hun afdeling te beloven.

Zo worden de zeventien wedstrijden in India om de wereldbeker in zeventien verschillende steden gespeeld, al zijn de faciliteiten in veel van deze plaatsen ver beneden peil. In de stad Nagpur, waar Australië tegen Zimbabwe moet spelen, stortte in november een tribune in, waarbij verscheidene mensen het leven verloren.

Ook Bombay, de onbetwiste cricketstad van India, is maar één wedstrijd toebedeeld en niet eens een halve finale - de finale wordt in het Pakistaanse Lahore gehouden. Dat heeft te maken met de dreigementen van de vooraanstaande rechtse hindoe-politicus Bal Thackeray, die lang van tevoren liet weten niet te zullen tolereren dat aartsvijand Pakistan in zijn stad zou spelen. De organisatoren namen toen maar het zekere voor het onzekere. Calcutta, met zijn beroemde immense Eden Gardens-stadion komt er beter van af: het kan wel rekenen op één van de halve finales.

Ook op andere fronten zien de zaken er vooralsnog minder rooskleurig uit. Australië en West-Indië weigerden uit veiligheidsoverwegingen in Sri Lanka te spelen, nadat de Tamil Tijgers daar eind januari een zware bom tot ontploffing hadden gebracht, waarbij bijna tachtig doden vielen. Voorts is ook Karachi, waar bijna dagelijks doden vallen bij etnische twisten, geen toonbeeld van stabiliteit. Terwijl extremistische sikhs uit de Punjab en moslims uit Kashmir een permanente bedreiging in India vormen.

Bovendien wordt er in India achter de schermen nog steeds gebakkeleid over de televisierechten voor de wedstrijden. Het zou niet voor het eerst zijn dat Indiase cricketfans verstoken blijven van beelden van belangrijke wedstrijden, doordat gekrenkte functionarissen van het staatstelevisiebedrijf Doordarshan niet willen meewerken.

In groep A zitten India, West-Indië, Australië, Sri Lanka, Zimbabwe en Kenia, in groep B titelverdediger Pakistan, Zuid-Afrika, Engeland, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Emiraten en Nederland. De wedstrijden zullen tot spijt van veel verstokte cricketliefhebbers slechts één dag duren en niet vijf, zoals bij de zogeheten testmatches gebruikelijk is. Mede onder druk van de commercie en de televisie is het eendagscricket de laatste jaren sterk in opmars.

“Tijdens een test-match worden de teams veel meer op de proef gesteld dan bij die eendagspartijen”, zegt Asish Ray, een Indiase cricketexpert, die jarenlang als commentator bij de BBC werkte en tegenwoordig de gebeurtenissen op het subcontinent voor CNN verslaat. “De eendaagse partijen zijn een ontaarde vorm van cricket, dat zal elke serieuze speler beamen. Het is treurig dat een hele generatie inmiddels is opgegroeid met de misvatting dat cricket uit eendaagse partijen bestaat.”

Cricket mag dan volgens zulke puristen steeds meer een eendagsvlieg worden, de meeste cricketfans op het subcontinent zal dat een zorg zijn. Zij zien liever het samengebalde drama van één dag, want om vijf dagen achtereen hartstochtelijk hun favoriete team aan te moedigen, is zelfs voor Indiërs en Pakistanen te veel gevraagd.