Boete geëist tegen organisator geldspel

UTRECHT, 10 FEBR. Voor de rechtbank in Utrecht is gistermiddag een geldboete van 50.000 gulden geëist tegen Coin Liberté. Deze stichting organiseert een zogenoemd piramidespel, waarbij deelnemers een veelvoud van hun inleggeld incasseren als zij erin slagen het benodigde aantal nieuwe kandidaten te vinden.

De rechtszaak tegen de stichting uit Nieuwegein is een proefproces waaraan twee jaar onderzoek vooraf is gegaan. Justitie en de Consumentenbond willen van de rechter horen of het spel onder de Wet op de kansspelen valt. Volgens officier van justitie mr. R. Terpstra is dat het geval. Het zonder vergunning organiseren van deze spelen is strafbaar, zo betoogde hij gisteren.

“De kern van de zaak is dat het gaat om volksverlakkerij. Aan deelnemers wordt 4.800 gulden in het vooruitzicht gesteld. Maar de kans dat de deelnemer dat zal halen is minimaal”, aldus de officier. “Het is een uiterst menselijke zwakheid om te denken dat je dromend rijk kunt worden maar daarom hebben we ook een Wet op de kansspelen - de overheid dient de mensen daartegen te beschermen.”

Officier Terpstra ondersteunde zijn betoog met de bevindingen van twee Tilburgse getuigen-deskundigen, onder wie de in kansberekening gespecialiseerde prof. dr. B. van der Genugten. Een spel is een kansspel als een deelnemer geen invloed heeft op de uitkomst. Ook voldeed het piramidespel volgens Van der Genugten aan de andere criteria die een spel tot een kansspel maken. De deelnemers dingen mee naar prijzen en premies en verkeren steeds in de onzekerheid 'win ik of win ik niet'. De Tilburgse deskundigen rekenden voor dat hoogstens zes procent van de deelnemers “topt” - dat wil zeggen de hoogste plaats in de piramide bereikt en het bedrag van 4.800 gulden zal ontvangen. De overige 94 procent zou in het spel verliezen.

Drie getuigen probeerden de rechtbank ervan te overtuigen dat “meedoen meer was dan geld verdienen”. Een 43-jarige vrouw noemde het vooral een sociaal spel waardoor je veel vrienden kreeg. Toen de voorzitter van de rechtbank, mr A. Weysenfeld, de vrouw voorhield dat zij al vijftien keer “getopt” had en dat zij er ook rijk door werd, antwoordde zij: “Ach wat is rijk? Als je gezond bent, dàn ben je rijk.”

De advocaat van de verdediging, mr. A. van der Plas, kon niet begrijpen dat de deskundigen “de energie en de inzet” van de deelnemers niet betrokken bij hun kansberekening. Volgens de raadsvrouwe is het spelresultaat vrijwel geheel afhankelijk van de eigen inzet van de deelnemers. De rechtzaal was tot in de nok gevuld met enthousiaste medespelers die elk gemiddeld al zo'n drie keer 'getopt' hadden. Zij toonden weinig begrip voor de officier van justitie en de deskundigen, die veronderstelden dat hun spel niet zo zaligmakend is als zij zelf uitstraalden. De voorzitter van de rechtbank verzocht hen herhaaldelijk hun stemmen niet te verheffen of anderszins met het gezicht te trekken.

Ook de verdediging had om twee getuigen-deskundigen gevraagd. Eén van hen, de Rotterdamse bestuurskundige prof. P. Lehning, deed zelf op aandringen van vrienden en uit nieuwsgierigheid mee aan Coin Liberté. En met succes. Tot twee keer toe “topte” hij en zijn conclusie was dat het piramidespel geen kansspel is maar een behendigheidsspel. “Het heeft niets te maken met een gokje wagen zoals bij roulette, maar alles met het motiveren van je vrienden. De invloed van de spelers wordt bepaald door de groepsidentiteit en de verantwoordelijkheid jegens de eigen verzameling.” De uitspraak is over twee weken.