'Benelux moet weer leidende rol spelen in EU, zoals voorheen'; Het hoge woord is eruit: Europa zit zonder kompas

Het hoge woord is eruit: de Europese Unie zit in een crisis. Wolfgang Schäuble, voorzitter van de CDU/CSU-fractie in de Duitse bondsdag en vertrouweling van bondskanselier Kohl, zei het begin deze week zo: onrust over de haalbaarheid van de muntunie (EMU), meningsverschillen over de uitbreiding van de gemeenschap en onduidelijkheid over de toekomstige organisatievorm van de Unie luiden een periode van crisis en politieke onzekerheid in die 12 tot 15 maanden zal duren. Schäuble verwoordde wat in de afgelopen maanden langzaam zichtbaar is geworden: Europa zit zonder kompas.

In dat vacuüm zullen drie kleine lidstaten - Nederland, België en Luxemburg - een gezamenlijke toekomstvisie presenteren: dezer dagen wordt de laatste hand gelegd aan een Benelux Memorandum voor de zogenoemde intergouvernementele conferentie (IGC), een vergadermarathon van ongeveer 14 maanden die tot doel heeft het Verdrag van Maastricht te herzien en die in maart in Turijn formeel van start gaat. Tijdens dat beraad moet in ieder geval een deel van Schäuble's crisis worden opgelost.

De premiers van de drie landen verwachten veel van hun politieke initiatief. Premier Kok sprak na een Benelux-top in Den Haag woensdag van “herwonnen politieke slagkracht” en “een herkansing [van de Benelux] in het Europese gebeuren.” De Belgische premier Dehaene zette nog wat hoger in. Hij wil “de Benelux weer de rol geven die het op kwalitatief belangrijke momenten in de geschiedenis van de Unie gehad heeft.”

Dehaene's verwijzing naar het verleden verleent het gezamenlijke document, dat begin maart af moet zijn, onwillekeurig een ambitieus karakter: een eerder Benelux Memorandum forceerde een politieke doorbraak op een moment dat de nog prille Europese samenwerking dreigde te stagneren. In 1954 waren plannen voor een Europese Defensie Gemeenschap (EDG) in het Franse parlement vastgelopen en dreigde de Europese integratie te stoppen bij een gezamenlijke markt voor kolen en staal (EGKS). In die fase van onzekerheid schreven de Nederlanse minister van buitenlandse zaken, Beyen, en zijn Belgische collega, Spaak, voor de EGKS-conferentie van Messina een memorandum dat uiteindelijk zou leiden tot Europese Economische Gemeenschap (EEG) - voorloper van de huidige Unie.

De traditionele voortrekkersrol van de Benelux, gecombineerd met de al gepubliceerde denkbeelden van de drie regeringen over de IGC, geven een aardige indicatie van de hoofdlijnen van het nieuwe memorandum. Het zal ongetwijfeld een wervend stuk worden waarin wordt opgeroepen om in Europees verband actuele problemen - zoals werkloosheid - aan te pakken. Ook zal worden opgeroepen het Europa van de Markt en de Munt een socialer en humaner gezicht te geven, onderbouwd met voorstellen tot nauwere samenwerking tussen de ministeries van sociale zaken en een 'werkgelegenheids'-paragraaf in het verdrag.

Daarnaast zullen de voordelen van een communautaire aanpak van Europese problemen er de ruimte krijgen. Het memorandum zal geen pleidooi worden voor een federale superstaat, maar op een aantal terreinen zal de Commissie meer bevoegdheden moeten krijgen. Daar waar de intergouvernementele werkwijze vrijwel niets heeft opgeleverd, zoals bijvoorbeeld op het terrein van justitie en binnenlandse zaken, zal de Benelux een grotere rol voor de Commissie bepleiten. Kwesties die beter door de lidstaten zélf opgelost kunnen worden, zullen daar ook volgens het nieuwe memorandum moeten blijven: het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel zal de Benelux niet verlaten. Wél zal ze de nadruk leggen op de keerzijde van die subsidiariteit: onderwerpen die op Europees niveau aangepakt moeten worden, moeten daar ook goed aangepakt worden. Mogelijk zal de Benelux pleiten voor vermindering van het aantal Europese commissarissen van 20 naar 15, voor ieder land één; zeker zal ze zich sterk maken voor besluitvorming bij meerderheid op een aantal terreinen waar nu unanimiteit vereist is. Gedetailleerde voorstellen voor wijziging van de Verdrags-tekst bevat het stuk hoogstwaarschijnlijk nauwelijks: daarvoor komt het in het onderhandelingsproces te vroeg.

De Benelux-landen willen met hun stuk het klassieke geloof in een Europese aanpak een duidelijke stem geven in de kakafonie van voorstellen, ideeën en compromissen die de Unie boven het hoofd hangt. Voorwaarde voor een geslaagde Benelux-aanpak is natuurlijk wel dat de coalitie, ook tijdens de onderhandelingen, stand houdt. Door samen op te trekken staan ze mogelijk minder kwetsbaar vis-à-vis de dominante Frans/Duitse as, zeker als ze een deel van de nieuwe lidstaten aan zich weten te binden. De politieke opleving van de Benelux, die anderhalf jaar geleden met regelmatige consultaties tussen premiers en ministers van buitenlandse zaken begon, zal in Turijn dan ook voor het eerst serieus op de proef worden gesteld.

    • Michel Kerres