Woorden als slapende kamelen

Emine Sevgi Özdamar: Moedertong. Vertaald door Gerda Meijerink. Uitg. De Geus-EPO, 123 blz. Prijs ƒ 29,90.

Ook al woont ze reeds dertig jaar in Duitsland, toch schrijft Emine Sevgi Özdamar (1946) in een taal die niet helemaal de hare is en ook nooit helemaal de hare zal worden. Omdat ze haar Turkse afkomst niet wil verloochenen doorspekt Özdamar haar toch al eigenzinnige Duits met kleurige oriëntaalse gezegden. Hoe poëtisch die combinatie klinkt kunnen we nalezen in de magistrale roman Das Leben ist eine Karawanserei/ hat zwei Türen/ aus einer kam ich rein/ durch aus der anderen ging ich raus, uit 1992.

Maar ook van het proza in de twee jaar eerder verschenen verhalenbundel Mutterzunge gaat een betoverende kracht uit - zelfs in de gloednieuwe Nederlandse vertaling, waarin wel hier en daar een grammaticale fout is gladgestreken. 'Ik zat met mijn verdraaide tong in deze stad Berlijn', zo luidt de tweede zin van Moedertong, en de vierde of vijfde zin gaat zo: 'Als ik maar wist wanneer ik mijn moedertong heb verloren.' Als een leidmotief keert deze zin in het titelverhaal terug; als een weemoedige melodie die de vrouwelijke Ik constant begeleidt.

De nog niet zo heel lang in Berlijn vertoevende en totaal gedesoriënteerde hoofdpersoon zoekt, in het verhaal Grootvadertong, verwoed naar haar linguïstische wortels: daarmee hoopt zij zichzelf terug te vinden. Haar zoektocht brengt haar bij de Arabier Ibni Abdullah, die haar inderdaad de taal van haar grootvader leert. Ze ontdekt hoeveel Arabische woorden het Turks bevat, en al die woorden roepen overweldigende beelden uit haar kinderjaren bij haar op. De woorden, zelfs de letters, gaan een eigen leven leiden, ze springen bij haar op schoot, ze komen uit haar mond: 'Sommige zagen eruit als een vogel, sommige als een karavaan, sommige als slapende kamelen, sommige als een rivier, sommige als in de wind uiteenvliegende bomen, sommige als lopende slangen, sommige als onder regen en wind huiverende granaatappelbomen, sommige als boze verschrikte wenkbrauwen, sommige als op de rivier drijvend hout, sommige als een in een Turks bad op een hete steen zittende dikke vrouwenkont, sommige als ogen die niet kunnen slapen.'

De liefde van de Ik voor de taal gaat over in liefde voor haar taalleraar, een zoete ervaring ('Ibni Abdullah legde zijn voeten over elkaar en die legde hij over mijn voeten'), maar ook een bittere. De leraar is zo verliefd dat hij de lessen aan zijn andere leerlingen totaal verwaarloost, en om niet helemaal in het slop te raken stuurt hij zijn geliefde weg, haar met een gebroken hart achterlatend.

Moedertong is een sentimenteel, teder, heftig, brutaal en eigenaardig boek, dankzij de taalgevoeligheid van de schrijfster.