Vlaktes bemest met diamanten; 'S,M,L,XL' is de eerste wolkenkrabber van Rem Koolhaas

Zeventien jaar na 'Delirious New York', Rem Koolhaas' bestseller, verscheen onlangs S,M,L,XL. Het is een 1345 pagina's dikke 'roman', bestaand uit 'essays, manifesten, dagboekaantekeningen, sprookjes en reisverhalen' waarin Koolhaas zijn ideeën over stedebouw en stadsplanning uiteenzet. “Koolhaas is de Adam Smith van de architectuur die het geloof van de onzichtbare hand in de stedebouw verkondigt.”

O.M.A. Rem Koolhaas and Bruce Mau: S,M,L,XL. Uitg. 010 Publishers, 1345 blz. Prijs ƒ 135,-

Hoe wordt een architect beroemd? Niet alleen door te bouwen, maar ook door te schrijven. Zo was Rem Koolhaas (1944) al voor hij aan bouwen toekwam bekend door Delirious New York, een studie over Manhattan. De gebouwen van Manhattan, zo betoogde Koolhaas in dit boek uit 1978, zijn vaak hulzen, waarin allerlei verschillende 'programma's' (zoals architecten het specifieke gebruik van een ruimte tegenwoordig noemen) op elkaar waren gestapeld. Het ongenaakbare raster van Manhattan fungeerde op eenzelfde wijze: de blokken konden met elk wenselijk 'programma' worden gevuld; een strenge vorm ging zo samen met een maximum aan flexibiliteit. In Manhattan werden 'programmatische onbepaaldheid en architectonische bepaaldheid' met elkaar verenigd en heerste 'de cultuur van congestie', de opeenhoping van verschillende activiteiten op één plaats of in één gebouw. In Koolhaas' ogen was Manhattan een model voor een werkelijk grootsteedse architectuur.

De rasterstad Manhattan vertegenwoordigde met gebouwen als het Rockefeller Center en de Downtown Athletic Club volgens Koolhaas een ander modernisme dan het Europese. Niet een moralistisch modernisme zoals het Nieuwe Bouwen, maar een metropolitaan modernisme dat al bouwende tot stand was gekomen. Anders dan de Europeanen hadden de Manhattanbouwers niet getheoretiseerd. Koolhaas deed dit in Delirious New York namens hen alsnog. Het boek werd dan ook een 'retroactief manifest voor Manhattans onderneming' genoemd.

Delirious New York werd een bestseller - antiquarisch brengt het boek zeer hoge bedragen op en vorig jaar werd het in een andere vorm opnieuw uitgegeven. Het boek bezorgde Koolhaas de reputatie van een van de belangrijkste architectuurtheoretici van deze tijd. Inmiddels is Koolhaas al lang niet meer de papieren architect waar hij tot zijn ergernis lange tijd voor werd gehouden. In Nederland heeft zijn Office for Metropolitan Architecture (OMA) onder meer het Danstheater in Den Haag en de Kunsthal in Rotterdam op zijn naam staan en in Lille ontwierp OMA het stedebouwkundig plan voor het nieuwe centrum van de Franse stad en het kolossale congrespaleis. Alsof hij nu wil bewijzen dat de bouwpraktijk theorievorming of althans het maken van boeken niet in de weg hoeft te staan, publiceerde Koolhaas onlangs, samen met de Canadese vormgever Bruce Mau en OMA, S,M,L,XL.

Koolhaas' nieuwe boek heeft lang op zich laten wachten. Herhaalijk werd het aangekondigd, maar steeds werd de verschijning uitgesteld tot het ten slotte eind vorig jaar verscheen. Wie het ziet, begrijpt waarom het zo lang duurde. Het boek is met zijn 1345 bladzijden de wolkenkrabber onder de boeken geworden: Small, Medium, Large, Extra-Large doet door zijn zilverkleurig omslag denken aan het Chrysler Building op Manhattan.

Koolhaas presenteert S,M,L,XL als een roman over architectuur, maar als het dat al is, dan is het in ieder geval geen conventionele roman. Het is een wonderlijke en fascinerende pil waarvan de verschillende onderdelen geen hecht verband vertonen. Het is alsof Koolhaas zijn theorie van Delirious New York in boekvorm heeft toegepast. Zoals de gebouwen van Manhattan bestaan uit een opeenhoping van 'programma's', zo bestaat S,M,L,XL uit een opeenstapeling van verschillende tekstsoorten en illustraties. Van dit laatste kent het boek een overvloed, variërend van foto's en ontwerptekeningen van al dan niet gerealiseerde gebouwen en stadswijken tot afbeeldingen van kunstwerken van kunstenaars als Gilbert & George, Jeff Koons en Michelangelo, Japanse pornoplaatjes en advertenties voor herenonderbroeken. Zo kost het godzijdank slechts een maand om het op het eerste gezicht afschrikwekkende aantal bladzijden te lezen.

Small, Medium, Large, Extra-Large bestaat uit 'essays, manifesten, dagboekaantekeningen, sprookjes en reisverhalen'. Maar het boek is ook een presentatie van het werk van OMA van de afgelopen twintig jaar, hoewel verschillende door OMA ontworpen gebouwen het boek niet hebben gehaald. Het busstation voor het Rotterdamse Centraal Station wordt alleen in het korte oeuvre-overzicht aan het eind van het boek genoemd, evenals het politiebureau in Almere. Blijkbaar vindt Koolhaas ze niet belangrijk genoeg om veel ruimte te geven in zijn wolkenkrabberboek en inderdaad zijn deze gebouwen te simpel om als voorbeeld te dienen voor de congestie-theorie.

De ontwerpen van OMA die wel door de selectie zijn heengekomen, worden steeds op een andere manier gepresenteerd. Zo wordt de moeizame wordingsgeschiedenis van het Haagse Danstheater weergegeven door een kort chronologisch overzicht: “March 1987 Oma keeps working anyway. Assembles team of friends/students/amateurs to finish building. No money, no details.” Het Byzantium-gebouw in Amsterdam, waarin winkels, woningen en kantoren zijn samengebracht, is niet met een afbeelding vereerd, maar vormt het onderwerp van een stripverhaal waarvan zoon Tomas Koolhaas een van de makers is.

Aziatische steden

Zoals een wolkenkrabber vaak is onderverdeeld in een basis, een middenstuk en een top, zo kent ook S,M,L,XL verschillende delen. In S komen de kleine projecten zoals villa's aan de orde, in M de middelgrote, zoals de Kunsthal in Rotterdam, in L de grote, zoals het niet aangenomen ontwerp voor het Haagse stadhuis en XL ten slotte bevat stedebouwkundige ontwerpen en essays over de steden Atlanta, Singapore en Aziatische steden in het algemeen.

Door het hele boek loopt in de kantlijn een alfabetisch gerangschikte woordenlijst. Deze lijst verbindt de verschillende onderdelen met elkaar en doet zo dienst als een soort lift, de Amerikaanse uitvinding waaraan Koolhaas in Delirious New York zoveel belang hechtte voor het ontstaan van wolkenkrabbers.

De lift is het obscuurste onderdeel van S,M,L,XL. Eerst wordt steeds een woord genoemd, 'big' bijvoorbeeld, waarna een tekst volgt waarin het woord voorkomt. De toelichtende teksten bestaan uit citaten uit romans, geschriften van architecten als Le Corbusier, Mies van der Rohe en Theo van Doesburg en van filosofen als Deleuze, Derrida en Nietzsche, veel interviews met Koolhaas zelf, krante- en tijdschriftartikelen, advertenties, reisgidsen, platen, films, Delirious New York, kinderrijmpjes, enzovoort, enzovoort. Soms is het duidelijk waarom een bepaalde tekst is opgenomen, zoals die van Harry Mulisch over de verschrikkelijke namen van de Bijlmerflats, een van de weinige citaten van Nederlandse oorsprong overigens. De reddingsplannen die OMA voor dit beruchtste stadsdeel van Nederland ontwikkelde, komen tenslotte uitgebreid aan de orde in S,M,L,XL. Ook het citaat uit een advertentie van het Beverly Hills Institute of Aesthetic & Reconstructive Surgery over kaalheid - 'kaalheid is een grote zorg van veel mannen' - valt gezien de staat van Koolhaas' eigen haardos wel te begrijpen. Maar veel teksten blijven onduidelijk. Wat is bijvoorveeld de bedoeling van een citaat uit John Le Carré's Tinker Tailor Soldier Spy achter het woord nightcap?

Een ander nadeel van de steekwoordteksten is dat ze soms moeilijk leesbaar zijn, als de lift een paar etages overslaat en de toelichting op een steekwoord onderaan de pagina plotseling ophoudt om pas een onbekend aantal bladzijden verder te gaan. Maar dat is dan ook het enige bezwaar tegen de vormgeving van Bruce Mau. Alsof de artikelen zelf al niet genoeg variatie bieden, heeft Bruce Mau ze steeds op een andere manier vormgegeven. De ene keer worden de fotootjes piepklein afgebeeld, zoals die bij het artikel over Singapore, de andere keer vullen wazige foto's elk een hele pagina. Soms staat het artikel afgedrukt in een kolossaal lettertype, soms verandert de lettergrootte binnen één tekst. Mau heeft zich mogen uitleven: ook in de vormgeving heerst de cultuur van congestie, waardoor het boek doet denken aan de tegenwoordig zo modieuze grafische vormgeving die de zapcultuur op een banale en primitieve manier vertaalt in een bombardement van onsamenhangende beelden en teksten. Maar terwijl de grafische 'zap'-vormgeving leidt tot vaak volstrekt onleesbare tijdschriften, is het wonder van S,M,L,XL dat de overvloed aan verschillende afbeeldingen en teksten, tekeningen en foto's helder blijft. Wie zo gek is het boek ook inderdaad als een roman, van voren naar achteren, te lezen, wordt niet gehinderd door Mau's vormgeving, maar wordt meegesleept door het grote-stadsgevoel dat Koolhaas wil oproepen.

Zwanger

Koolhaas' S,M,L,XL, congestie in boekvorm, betekent dan ook niet dat Delirious New York nu gedateerd en achterhaald is. Integendeel, eind jaren tachtig kwam Koolhaas tot de ontdekking dat de Manhattan-theorieën ook in Europa toepasbaar waren in de architectuur. “Het was als voor de tweede keer zwanger zijn van dezelfde conceptie”, citeert Koolhaas zichzelf onder het steekwoord pregnancy.

S,M,L,XL is als een kolossale uitbreiding van Delirious New York te beschouwen. Zoals Koolhaas' eerste boek draaide om een paradox van 'programmatische onbepaaldheid en architectonische bepaaldheid', zo staan ook de artikelen in zijn tweede boek bol van de paradoxen. In 'Bigness' bijvoorbeeld behandelt Koolhaas het probleem dat heel grote gebouwen niet meer kunnen worden beheerst door één groot architectonisch gebaar. “The 'art' of architecture is useless in Bigness”, schrijft de architect Koolhaas.

Bijna in elk artikel valt wel zo'n paradox te ontdekken. Zo schrijft Koolhaas in 'Field Trip', een tekst over de Berlijnse muur, dat hij door de 'antifascistische Schützwall' voor het eerst werd gewezen op 'de capaciteit van de leegte, het niets, om met meer efficiency, subtiliteit, en flexibiliteit te functioneren dan enig object dat je ervoor in de plaats zou kunnen voorstellen'. Ook in andere stukken in S,M,L,XL verheerlijkt de ontwerper van gebouwen de leegte en het niets.

Toch valt er wel een verschuiving in Koolhaas' opvattingen te bespeuren. Zag hij in de jaren zeventig in Manhattan een bruikbaar model voor de stedebouw, nu, tegen het einde van het millennium, beschouwt hij andere, en dan vooral Aziatische steden als toekomstwijzend. Uit S,M,L,XL blijkt een fascinatie voor 'the generic city', de 'algemene stad', die zo onstuimig groeit dat het eventueel bestaande oude centrum te klein wordt om de stad nog identiteit te verlenen. Overal op de wereld, maar vooral in Azië, ontstaan algemene steden, stadslandschappen die net als vliegvelden op elkaar lijken: ze zijn neutraal, kalm, gemakkelijk, eindeloze herhalingen van hetzelfde structurerende beginsel.

De opkomst van de 'algemene stad' heeft grote gevolgen voor de stedebouw. “De algemene stad vertegenwoordigt de uiteindelijke dood van planning”, schrijft Koolhaas. “Waarom? Niet omdat zij niet wordt gepland - in feite laten enorme, complementaire universa van bureaucraten en ontwikkelaars geld stromen in de voltooiing ervan; voor dezelfde kosten zouden haar vlaktes kunnen worden bemest met diamanten, haar moddervelden worden bestraat met gouden stenen .... Maar haar gevaarlijkste en opwindendste ontdekking is dat planning geen enkel verschil maakt. Gebouwen kunnen goed gesitueerd zijn (een toren naast een metrostation) of slecht (hele centra kilometers verwijderd van een weg). Onvoorspelbaar groeien ze of gaan ten onder”, schrijft Koolhaas.

Inmiddels is Koolhaas nog verder van zijn geloof in planning afgevallen. Beweert hij in S,M,L,XL nog dat planning er niet toe doet, een paar maanden geleden zei hij in zijn Mondriaanlezing zelfs dat het averechts werkt en de moderne stedebouw, waarin gebouwen als vanzelf onstaan, slechts hindert. Weg met de planning, zo was de boodschap van de lezing van de man die het nieuwe centrum van Lille plande.

Onzichtbare hand

Koolhaas' afkeer van planning past bij deze tijd. Zeker sinds de val van de Muur, die Koolhaas overigens 'hartebrekend mooi' vond, is overal het geloof in overheidssturing en -planning afgenomen. Als Koolhaas een econoom was, zou hij behoren tot het groeiende leger van reactionaire neo-liberalen die elke vorm van overheidsingrijpen afwijzen. Koolhaas is de Adam Smith van de architectuur die het geloof van de onzichtbare hand in de stedebouw verkondigt.

Maar net zoals de onzichtbare hand al in het negentiende-eeuwse Europa heeft bewezen in de economie niet te werken en te leiden tot wantoestanden als kinderarbeid, zo is het natuurlijk de vraag of de 'algemene stad' wel het ideaal moet worden. Of eigenlijk is het geen vraag: de Aziatische metropolen bewijzen met hun afgrijselijke, chaotische lelijkheid dat ze in ieder geval uit esthetische overwegingen onmogelijk als ideaal kunnen worden bestempeld. Koolhaas gaf hier in zijn Mondriaanlezing overigens een oplossing voor: men moet de hedendaagse algemene stad ondergaan als een landschap, als iets waaraan men zich niet stoort. Zo zouden wij al die Aziatische lelijkheid niet meer lelijk hoeven vinden.

Koolhaas' afkeer van planning doet overdreven aan. Planning werkt misschien niet in Azië, dat zich economisch nu net zo onstuimig ontwikkelt als Europa na de industriële revolutie. Maar Europa bevindt zich in een ander economisch ontwikkelingsstadium dat planning niet helemaal onzinnig laat zijn. De vreemdste paradox - of eigenlijk gaat het hier om een werkelijke tegenstelling - van S,M,L,XL is dat het boek zelf vol bewijzen staat die Koolhaas' ongeloof in planning logenstraffen. Koolhaas' eigen stedebouwkundig ontwerp voor Lille laat bijvoorbeeld zien dat er ook in het Europa van de terugtredende overheid nog wel degelijk ruimte is voor planning.

De allergrootste paradox is dan ook dat Koolhaas als architect onmogelijk kan geloven in wat hij zelf zegt. Hij beseft dit zelf ook. “Ik vind het interessant om in te zien dat de stad (-) niet langer is 'gevangen' in architectonische verbanden”, zo citeert hij zichzelf in S,M,L,XL achter het steekwoord 'planning'. “Maar als je tot het inzicht bent gekomen, (-) dan plaats je een bom onder de basis van je beroepsmatige bestaan. Als planning niet nodig is, of irrelevant, waarom dan 'plannen'?”

    • Bernard Hulsman