Vierenzestig mensen en een foxterriër; Nick Cave zingt over tevreden moordenaars

Tot nu toe klonk de Australische zanger Nick Cave op zijn platen als een crooner die zijn zonden opbiecht, maar op zijn nieuwe cd, 'Murder ballads', komt geen priester meer voor: hier zingt Cave uitsluitend over weerloze jonge vrouwen, volwassen kerels en onschuldige kinderen die in koelen bloede om zeep worden geholpen. “Wie geen Engels verstaat, zou kunnen denken dat Nick Cave een cd met wiegeliedjes heeft opgenomen, zo teder omspoelen ons de pianoklanken, terwijl in de verte een gedempt orgel lokt, als een koerend moederdier.”

Nick Cave & The Bad Seeds. Murder Ballads, uitgebracht door Play It Again Sam (LCD STUMM 138). Aanstaande dinsdag zal het radioprogramma De Stompin' Velden geheel gewijd zijn aan het murder ballads-genre (Radio 3, 22-24u)

Van alle angsten is die voor kinderlokkers het overzichtelijkst. De gemiddelde volwassene groeit daar overheen en toch zit in die vrees een onzekerheid besloten die langer duurt dan de kindertijd. Het is de angst voor geweld van iemand die daar geen enkele reden voor heeft. Een vreemde.

Die angst doet het hoofd suizen, geeft benen van pap en maakt dat we in bed willen kruipen om er nooit meer uit te hoeven. Daar lezen we de biografie van Charles Manson, of de memoires van Frederick West, en denken tevreden: ons kan dit allemaal niet meer gebeuren. Of we kijken video-films: Silence Of The Lambs, C'est Arrivé près de Chez Vous, Henry. Portrait Of A Serial Killer. In het theater wordt een voorstelling gespeeld over de moord op Marietje Kessels, het meisje dat in 1900 verkracht en dood werd gevonden in het verwulfsel van de H. Hartkerk in Tilburg. Maar daar gaan we de deur niet voor uit.

De soundtrack bij onze retraite komt van Nick Cave & The Bad Seeds. Nick Cave moet ons laatste restje angst bezweren met zijn nieuwe cd Murder Ballads. Hier zingt hij uitsluitend over moord en doodslag, over weerloze jonge vrouwen, volwassen kerels en onschuldige kinderen die in koelen bloede om zeep worden geholpen. Vijfenzestig doden vallen er, vierenzestig mensen en éen foxterriër.

Wie geen Engels verstaat, zou kunnen denken dat Nick Cave een cd met wiegeliedjes heeft opgenomen, zo teder omspoelen ons de pianoklanken in het openingsnummer, 'Song of Joy', terwijl in de verte een gedempt orgel lokt, als een koerend moederdier. Dat ondertussen Joy door een zwerver met elektriciteitsdraad wordt vastgebonden en met een mes bewerkt, verwacht niemand. Het tweede nummer misleidt de luisteraar met een funky baspartij en in het derde nummer, een duet met zangeres P.J. Harvey, rijmt de naam van het slachtoffer, Henry Lee, blijmoedig op 'lalalalala, lalalalalee'. Henry Lee eindigt in een put.

De aanleiding voor al deze moordpartijen wordt niet vermeld. Daders en slachtoffer zijn doorgaans onbekenden van elkaar. Waarom 'poor Mary Bellows' dood moet, Eliza Day, of Henry Davenport is niet aan de orde. Een man loopt een bar binnen voor een biertje, en gaat niet weg voordat alle aanwezigen levenloos liggen. Mary Bellows zit vastgebonden aan bed met een prop in haar mond en een kogel in haar hoofd. Het lichaam van de mooie Eliza Day wordt gevonden bij de rivier, vermoord met een steen.

Het moorden gebeurt bij Cave achteloos en zonder gevoel. Er is geen aandacht voor de reacties van nabestaanden, er wordt niet gesproken over berouw bij de dader. Zelfs de reactie van de slachtoffers, schrik, verbazing, ongeloof, wordt achterwege gelaten. Het enige waar het hier om gaat is de beschrijving van de daad zelf en de uiterlijke details, van de kleding van het slachtoffer bijvoorbeeld, of van het landschap.

Gruwel

Maar wat kunnen Nick Cave en zijn liedjes voor ons onder de dekens betekenen? Is het wellicht troostend dat hier mensen behandeld worden als loze hulzen waarvan het er toch niet toe doet dat het leven er uit wordt geschoten? Is het een kwestie van épater le bourgeois? Of willen we onze gevoelens verdoven met grote doses gruwel, en op die manier onze angsten sussen?

Nee, zo zit het niet. De verdienste van Nick Cave is juist dat hij ons in staat stelt die gruwelen recht in het gezicht te zien. Dat ene moment van geweld, daar gaat het om, brutaal en onomwonden. Zonder de verzachting van motivaties of berouw serveert Nick Cave ons onze kwaadste dromen - zo sec als we in films of boeken ook kennis nemen van mensen die eten, lezen, lachen, praten, vechten en vrijen.

Cave geeft een glimp van datgene wat we het ergste vrezen, de angst. Omdat we aan het gevoel willen wennen, zoals we ook met opzet onze nagel over het schoolbord laten krassen of even aan schrikdraad voelen. Dat wil zeggen, zolang we ons inleven in het slachtoffer. Kiezen we voor het oogpunt van de daders, dan gebeurt er iets anders. Cave bezingt de daders in de eerste persoon; zijn stem is de stem van de moordenaar en die is ontegenzeggelijk vrolijk, zelfs brooddronken van tevredenheid.

Zijn moordenaars onderbreken hun betoog regelmatig met een zwalkend 'la lala la'. Dat is het ergste, dat onbekommerde gelalala. Dat is van dezelfde orde als de shuffle van Mr. Blonde in Quentin Tarantino's Reservoir Dogs: ik sta hier op het punt een weerloos mens een oor af te snijden, maar ik maak eerst nog even een paar danspassen op 'Stuck In The Middle With You' van Stealers Wheel. Voor deze moordenaars is het plegen van een moord niet eens een noodzakelijk kwaad, het is iets om je bij te verkneukelen.

Dat verheugen is net zo intens als wanneer het er om ging iemand een plezier te doen. Maar nee, opgewekt wordt het hoofd van de barman er af geschoten, even later gevolgd door dat van mevrouw O'Malley. De schutter maakt tussendoor een grapje: 'You know those fish with swollen lips, that clean the ocean floor? When I looked at poor O'Malley's wife, that's is exactly what I saw.' En grinnikend om zijn eigen vergelijking schiet hij dochter Siobhan neer.

De dader is een rondreizende lonesome cowboy die toevallige passanten doodt, als een verkeerd geprogrammeerde Lucky Luke. Nick Cave's protagonisten zijn geen mensen maar stripfiguren; de daders zijn laconiek en de slachtoffers bestaan slechts uit contouren. Hun enige menselijke kwaliteit is dat ze sterfelijk zijn en dat is ook het enige moment waarop we met ze meeleven; als ze eenmaal dood zíjn, kan het ons weinig meer schelen.

Apotheose

Deze 'murder ballads' zijn de apotheose van Nick Cave's oeuvre. Want al vijftien jaar is geweld een prominent thema in zijn werk, op het tiental cd's dat hij inmiddels heeft uitgebracht, in de films waarin hij een rol speelde en in zijn roman.

Het belangrijkste verschil tussen de teksten van Murder Ballads en die van eerdere cd's is het ontbreken van een moraal. Want ondanks al hun wangedrag hadden de karakters in zijn eerdere songs een besef van goed en kwaad. Of de nummers vanuit de ik-persoon geschreven zijn of de wreedheden van derden beschreven, de personages waren zich bewust dat hen uiteindelijk een morele afrekening te wachten stond. Maar Murder Ballads is Cave's eerste cd waar geen priester op voor komt, niet dood en niet levend.

In Cave's eigen leven heeft geweld altijd een rol gespeeld. Nick Cave (1957, geen pseudoniem) groeide op als de zoon van een bibliothecaresse en een leraar, in Warracknabeal, een stadje 250 kilometer ten noorden van Melbourne in Australië. In zijn tienerjaren ontdekte hij de punkbeweging die op dat moment in Engeland woedde. Cave ging naar de kunstacademie in Melbourne maar zag voor zichzelf eerder een rol als zanger en songschrijver. Hij richtte een groep op, de Boys Next Door, die schonkige blues-punk speelde waar Cave dreigend bij stond te prediken. 'Hands up who wants to die' riep hij als aanhef van een van de nummers. De Boys Next Door werden al snel geweerd uit plaatselijke concertzalen.

De band veranderde de naam in The Birthday Party en vertrok in 1980 naar Londen. Daar kreeg de groep een vaste aanhang die vooral naar optredens kwam om chaos te veroorzaken. Terwijl de als cowboy geklede bassist Tracy Pew met schokkend bekken op de grond lag te spelen, trapten Cave en gitarist Rowland S. Howard naar de voorste rijen. Fans beten de kabels door en trokken Cave aan zijn benen onderuit. Bij een optreden in Parijs zag de band zich door een groepje feministen als vrouwonvriendelijk veroordeeld en tot in de toerbus achtervolgd met afgebroken flessehalzen. Toen The Birthday Party eind 1981 op een zondagmiddag optrad in de Posthoornkerk in Amsterdam, werd een medewerker van stads-tv door Cave op het hoofd geslagen met zijn eigen camera.

Of de groep muzikaal soms geïnspireerd was door de aboriginals, vroegen Engelse journalisten die een mogelijkheid zagen The Birthday Party in te delen bij de toentertijd populaire 'jungle'-trend. “Aboriginals, in Melbourne zeker,” antwoordde Cave smalend. Cave's inspiratie kwam voornamelijk uit Amerika, van de blues en de traditionals, van country-grootheden als Johnny Cash en Kris Kristofferson, en de punk van The Ramones.

Toen The Birthday Party in 1982 uit elkaar ging, speelde Cave verder onder de naam Nick Cave & The Bad Seeds, samen met voormalig Birthday Party-gitarist Mick Harvey en met Blixa Bargeld, de zanger van de Duitse groep Einstürzende Neubauten. De groep vestigde zich in Berlijn, waar Nick Cave zich behalve aan het songschrijven ook aan een roman ging wijden, het uiteindelijk in 1990 verschenen And The Ass Saw The Angel.

Vooral op de eerste twee cd's van Nick Cave & The Bad Seeds, From Her To Eternity (1984) en The Firstborn Is Dead (1985), zou een groeiende invloed van de 'klassieke' Amerikaanse popmuziek - country en blues - te horen zijn; het openingsnummer 'Tupelo', van The Firstborn Is Dead, is gebaseerd op een gelijknamig nummer van John Lee Hooker. De platen klinken alsof ze zijn opgenomen op een oude houten veranda, met stampende laarzen die het ritme leveren en Nick Cave die, huilend als Howlin' Wolf, gemelijk zijn frasen herhaald. De hoofdpersonen in de teksten zijn of op de vlucht, of doelloos op reis.

Puntschoenen

Eind jaren tachtig was Nick Cave uitgegroeid tot net zo'n vleesgeworden symbool van de rock 'n' roll als Keith Richards en Iggy Pop. Zijn zwart geverfde piekkapsel maakte opgang onder de fans, net als zijn garderobe van verlepte herenkostuums en zwarte puntschoenen. Cave slaagde er met behulp van heroïne, drank en speed in om overdag te musiceren, 's avonds uit te gaan en 's nachts aan zijn boek te schrijven. Maar zijn heroïne-verslaving bracht hem in riskante situaties, zoals de keer dat hij in Amsterdam, in de buurt van het Centraal Station op een woonboot drugs wilde gaan kopen en bedreigd werd door een moordlustige dealer. In '88 zou Cave in Engeland veroordeeld worden wegens heroïne-bezit, wat hij wist te voorkomen door zich te laten behandelen in een afkick-kliniek.

Deze periode vormt een cesuur in Cave's oeuvre. Op de cd's hiervoor, Tender Prey en Your Funeral.. My Trial hadden de bluesballades plaats gemaakt voor de verhalen van dronken matrozen die elkaar hun leed en verlangens bezingen in een kreupel voortdravend ritme. Na Cave's afkicken werden zijn cd's verzorgder en zachtmoediger. Sommige, zoals The Good Son (1990) zelfs op het kitschige af romantisch, met aanzwellende violen en jongenskoren. Ook de thema's waren veranderd. Parallel aan zijn roman And The Ass Saw The Angel, over een godsdienstwaanzinnige kolonie van suikerriet-planters in het Zuiden van de Verenigde Staten, gebruikte Cave vaker barok taalgebruik en bijbelse motieven, zoals de geschiedenis van de hysterische Christina The Astonishing. Christina, die zo'n afkeer had van de geur van zondige mensenlichamen dat ze reeds overleden zelfs haar graf ontvluchtte.

De cd Let Love In uit 1994, de laatste vóór Murder Ballads, werd Cave's meest persoonlijke cd. In de voorafgaande jaren was hij naar São Paulo verhuisd, had een kind gekregen met de Braziliaanse Viviane Carneiro en was inmiddels weer terugverhuisd naar Londen, zonder vrouw en kind. Op Let Love In richt hij zich tot een geliefde, en put zich uit in excuses. In 'Thirsty Dog' bijvoorbeeld zegt hij spottend maar bitter: 'I'm sorry that I'm always pissed, I'm sorry that I exist. And when I look into your eyes, I can see you're sorry too.'

De muziek is een vervolmaking van de stijl die The Bad Seeds in de loop van tien jaar ontwikkeld hadden, geheimzinnig en onheilspellend, met warmbloedige orgels, gitaaruitbarstingen als opgejaagde kraaien en Cave in de gedaante van een crooner die zijn zonden opbiecht. Zo wordt het leed bij Nick Cave nooit zwaar, zijn leed is liederlijk.

In vergelijking met Let Love In is Murder Ballads in muzikale zin soberder. Hier gaat het om het aspect van story telling, waarbij de muziek de verstaanbaarheid niet in de weg mag staan. Cave zingt met een lage stem, zoals altijd onder zijn bereik zodat de juiste noot nooit volledig wordt geraakt. Zijn toon is samenzweerderig, als een goed verteller die weet dat hij zijn gehoor in zijn macht heeft. De vermoorde vrouwen zijn te horen in spookachtige koortjes, of in duet met hun moordenaar, zoals de Australische zangeres Kylie Minogue als Eliza Day in 'Where The Wild Roses Grow'.

Stramien

Het genre van murder ballads heeft Cave niet zelf bedacht. Veel vroege Amerikaanse blues- en folkballades kennen het stramien: verdeeld over vier coupletten ontmoet een man een meisje, neemt haar mee naar de rivier en vermoordt haar. “Dat is het basisprincipe, en hoe moreel verwerpelijk dat ook mag zijn, de motieven zijn ofwel onbelangrijk, ofwel belachelijk,” vertelde Nick Cave in een interview in het tijdschrift Oor.

Een van de klassieke murder ballads is het nummer 'Stagger Lee' dat door uiteenlopende muzikanten als Sly & The Family Stone en The Clash is uitgevoerd in eigen bewerkingen. Hier draait het om de moord tussen twee mannen: de mythische zwarte reus Stagger Lee vermoordde Billy Dilly omdat hij Lee's hoed had gewonnen bij een partijtje poker. In Cave's versie van 'Stagger Lee' wordt Lee op straat gezet door zijn vrouw en schiet hij daarna op een barman en een pooier. 'I'm that bad motherfucker called Stagger Lee. (-) I'll stay here till Billy Dilly comes in, till time comes to pass. And furthermore I'll fuck Billy Dilly in his motherfucking ass'. Meer dan in iedere eerdere uitvoering van 'Stagger Lee' gebruikt Cave hier het woord 'motherfucker', als een knipoog naar de hedendaagse 'gangsta rap'.

Murder Ballads eindigt met Bob Dylans 'Death Is Not The End'. De daders en hun uit de dood herrezen slachtoffers, Nick Cave, P.J. Harvey, Shane MacGowan, Kylie Minogue en Blixa Bargeld, zingen om de beurt een couplet, als in een zwartgallige versie van het charity-lied 'We Are The World'. Maar zelfs dit slotakkoord is nog geen hart onder de riem. 'Just remember.. that death is not the end', waarschuwt het bibberig klinkende zombiekoor. Opdat ook de daders niet rustig zullen slapen.

    • Hester Carvalho