Vestingstadje wil historische haven terug

Woudrichem, ooit residentie van Jacoba van Beieren, wil zijn historische haven aan de Merwede terug.

WOUDRICHEM, 9 FEBR. “Is dat geen prachtig gezicht?” vraagt A. Bakker, ambtenaar van de gemeente Woudrichem, en hij wijst op een full color-schets in een rapport van de Heidemij. Het oude vestingstadje aan de Merwede, daar waar de Maas zich voegt bij de Waal, biedt op de tekening een andere aanblik dan in werkelijkheid het geval is. Dat komt door een belangrijke toevoeging: aan de rivierkant is de historische stadshaven, die vorige eeuw in onbruik raakte en dichtslibde, in ere hersteld.

Zo moet het weer worden als het aan B en W van Woudrichem ligt en de omstandigheden om het zover te krijgen, lijken gunstig. In juni begint het hoogheemraadschap Alm en Biesbosch aan een versterking van de stadswal als onderdeel van de dijkverzwaring, die ook hier in het kader van de 'noodwet' versneld wordt uitgevoerd. De betrokken aannemer zou in één ruk door een stuk uiterwaard kunnen afgraven om vervolgens een strekdam aan te leggen, waarmee de haven in rudimentaire vorm gereed zou zijn.

“Zoiets heet werk met werk maken”, aldus wethouder N. Boer, “en dat kan aanzienlijk in de kosten schelen.” Hoeveel geld er uiteindelijk op tafel zal moeten komen, is ook haar nog onbekend, maar ze heeft goede hoop dat een beroep op de rijksoverheid niet ongehonoreerd zal blijven. “Ook de Europese Unie heeft trouwens fondsen voor dit soort projecten.” Het is te zijner tijd aan de raad om een oordeel te vellen. Die heeft tot nu toe alleen een klein bedrag uitgetrokken om de Heidemij een voorbereidend onderzoek te laten uitvoeren.

Dat het plan voor de stadshaven niet uit de lucht gegrepen is, blijkt uit een reeks historische gegevens. Navraag bij T. van der Aalst, streekarchivaris voor het Land van Heusden en Altena, leert dat Woudrichem al in de Middeleeuwen, toen Jacoba van Beieren hier regelmatig resideerde, over zo'n voorziening beschikte. “Geen wonder, want het stadje had vanouds een gunstige ligging voor handel en visserij en was dus van economisch belang.”

Later kreeg Willem van Oranje bemoeienis met Woudrichem, dat destijds Worckum heette. Eén jaar voor hij werd vermoord, in 1583, gaf hij de vestingbouwer Adriaen Anthonisz. uit Alkmaar opdracht het stadje aan de Merwede tot een steunpunt voor de Oranjegezinden te maken. Dat werk duurde tot omstreeks 1600 en zo onstond de vesting zoals weergegeven in de Stedenatlas van de vermaarde zeventiende-eeuwse cartograaf Joan Blaeu. Een van de plattegronden in zijn atlas is die van Worckum, een bijna perfect vierkant, omringd door wallen, grachten en bastions met in de rivier een strekdam die de stadshaven omsluit.

Van de oude glorie is inmiddels weinig meer over. Woudrichem is een schitterend stadje, maar de handel is praktisch stilgevallen en ook aan de eens bloeiende zalmvisserij kwam een roemloos eind. Van de vele vissers die vanaf deze plek de rivier optrokken, is er maar één gebleven. En wat de stadshaven betreft: wie op de wal staat, kan in de uiterwaard nog een flauwe glooiing ontdekken als overblijfsel van de voormalige strekdam, maar dat is alles.

Herstel van de oude toestand moet volgens wethouder Boer vooral weer de historie dienen. In haar plannen dient de toekomstige haven als thuisbasis voor een 'bruine' riviervloot, bestaande uit tjalken, originele zalmschouwen of drijverschuiten, een enkele schokker en een paar antieke sleepbootjes. Hier zou ook de openluchtafdeling van het lokale visserijmuseum een plek kunnen vinden, compleet met 'galg', een apparaat op een vlot waarmee de zalm werd opgehaald. “Nee, het is zeker niet de bedoeling om motorkruisers en zeilboten toe te laten, want een jachthaven hebben we al.”

Tegelijk wil de gemeente het historische, maar rommelige waterfront een face-lift toedienen, onder meer door de zogeheten keermuren, die ernstig lijden onder achterstallig onderhoud, op te knappen. Ambtenaar Bakker: “En dat is geheel in de lijn van de commissie-Boertien, die immers heeft gezegd dat cultuur-historische elemementen bij de dijkverzwaring bijzondere aandacht verdienen”. Aan de rivierkant staat ook de Gevangenpoort, die toegang geeft tot een buitendijkse camping, maar letterlijk een knelpunt vormt. De poort is te nauw voor caravans en het verkeer zal dus een andere route moeten nemen, wat extra voorzieningen vergt.

Maar zowel Bakker als wethouder Boer vertrouwt op een goede afloop: “Iedereen is enthousiast en wat zeker zo belangrijk is: het waterschap heeft toegezegd bij de uitvoering van het werk met de gemeentelijke plannen rekening te houden.”

    • F.G. de Ruiter