Verzekeraar Robeco wil buitenbeentje blijven

AMSTERDAM, 9 FEBR. “Een farce”. Zo noemde Robeco-directievoorzitter P. Korteweg gisteren het verzekeringselement dat verzekeraars in hun spaar- en beleggingsprodukten inbouwen om daarmee hun cliënten fiscaal aftrekbare premies te bieden.

Robeco is sinds vorige week ook verzekeraar, maar hij deed bij de lancering van de nieuwe loot aan de financiële stam zijn best zoveel mogelijk afstand te scheppen met de branchegenoten. Robeco wilde gelijke fiscale voordelen kunnen bieden op zijn beleggingsprodukten als de verzekeraars, maar Kortewegs Haagse lobby is mislukt. Dus heeft Robeco, marktleider in Nederland met beheer van beleggingsfondsen, nu zelf een verzekeraar -RoZeker- opgezet met 15 miljoen gulden eigen kapitaal. Robeco beheert op dit moment bijna 74 miljard gulden.

De zogeheten brede herwaardering, die fiscale discriminatie tussen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders had moeten uitbannen, is nooit voltooid, zo klaagde Korteweg. Verzekeraars kunnen spaar- en beleggingsprodukten op de markt brengen die niet exclusief zijn gericht op de oudedagsvoorziening of het onderhouden van nabestaanden bij overlijden, maar nog wel gebruik maken van de vriendelijke fiscale behandeling die de overheid aan de oorspronkelijke pensioen- en levensverzekering had toebedacht.

Voor de gelijke behandeling is Robeco nu ook verzekeraar geworden, maar dan eentje die concurrentie, openheid, lagere kosten en hogere opbrengsten voor klanten belijdt. Korteweg haalde onderzoek aan van de Amsterdamse hoogleraar A. Boot waaruit vorig jaar bleek dat de gemiddelde kosten die verzekeraars hun beleggende cliënten bij koopsompolissen berekenen gemiddeld 15 procent bedragen. RoZekers eerste produkt - een koopsompolis - beperkt de directe kosten tot 6 procent. Daardoor houden klanten bij RoZeker bij een koopsompolis (uitgaande van zes procent rendement over 15 jaar bij een inleg van 10.000 gulden) aan het einde van de rit ruim duizend gulden meer over dan bij een gemiddelde concurrent.

Robeco wil buitenbeentje blijven. Niet alleen wil de beleggersgroep ver onder de gangbare tarieven gaan zitten, maar zij wordt ook geen lid van het Verbond van Verzekeraars, waar de grote verzekeringsmaatschappijen zich in hebben verenigd. Zodat ook het jongste offensief van het Verbond niet door Korteweg wordt gesteund. Dat offensief moet de politiek ervan overtuigen om de verplichte deelname van bedrijven in bedrijfstakpensioenfondsen af te schaffen. Daarmee zou een nieuwe pensioenmarkt voor de verzekeraars worden opengebroken. De jonge verzekeraar Korteweg attaqueerde gisteren het Verbondsstandpunt. “Ik zou als overheid niet zo vlug de verplichte deelname afschaffen.” Hij verwees naar het risico van individuele medische onverzekerbaarheid en naar de toekomstige lasten voor de overheid als na het wegvallen van de verplichting blijkt dat niet iedereen de financiële discipline heeft opgebracht om zelf voor zijn oude dag te zorgen.

Toch speelt in Kortewegs toekomstvisie die zelfdiscipline een voorname rol. De eerste pijler van de oudedagsvoorziening, de AOW, zal verschralen, voorspelt hij. De vergrijzing zorgt er voor dat in de volgende eeuw het aantal gepensioneerden verdubbelt, terwijl de werkende bevolking gelijk blijft. Omdat de AOW een omslagsysteem is, waarbij de werkenden betalen voor de huidige AOW-gerechtigden, zal de AOW-uitkering onder druk komen staan. De tweede pijler van de oudedagsvoorziening, de arbeidsgebonden collectieve pensioensector, zal door de vergrijzing volgens Korteweg ook niet aan een versobering ontkomen.

Rest de derde pijler, en dat zijn toekomstvoorzieningen op eigen initiatief. Korteweg toonde zich op dit punt gisteren een groot voorstander van een nieuwe rage in het Amerikaanse pensioenstelsel. In plaats van het defined benefit-systeem, waarin de wetgeving rond pensioenen is gericht op de einduitkering (hier 70 procent van het laatste salaris), stappen Amerikaanse bedrijven achter elkaar over op een defined contribution-systeem. In dit sterk geïndividualiseerde systeem kunnen werknemers zelf bepalen hoeveel pensioenpremie zij storten en waarin dat wordt belegd. Er is geen verzekeringselement noodzakelijk om fiscale aftrek mogelijk te maken. De helft van de pensioenmarkt bestaat in de VS nu al uit defined-benefit-pensioenen, en 90 procent van de jaarlijkse groei van de markt komt voor rekening van dit systeem, zo vertelde Korteweg.

Hij is dan ook tevreden met de recente voorstellen voor flexibeler pensioenregelingen van de Commissie Witteveen, die minister Zalm van Financiën adviseert. Die wil een vervroeging van de pensioenleeftijd naar 55 jaar mogelijk maken, maar ook een verruiming van het pensioen tot 100 procent van het laatst verdiende loon en extra gemak bij het opbouwen van pensioenen tijdens ouderschapsverlof of sabbatical years.

Vorige week ging al de regel op de helling dat werkgevers en werknemers ieder de helft van de pensioenpremie voor hun rekening nemen. Dat laat de mogelijkheid open voor werknemers om door bijstorting hun pensioen te verhogen, zonder dat de werkgever hoeft bij te dragen. Volgens Korteweg een stap in de goede richting: naar meer aanbieders van individueel en flexibel pensioenbeheer. Krijgt Robeco dit keer wel zijn zin in Den Haag? Korteweg: “Het is gewoon een must als mensen minder langs collectieve weg worden voorzien.”

    • Maarten Schinkel
    • Menno Tamminga