Uitbesteding werk rukt op in Nederland

AMSTERDAM, 9 FEBR. Uitbesteding heeft in Nederland de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. De kantinedames, de schoonmakers, de tuinmannen, ze hebben vrijwel allemaal hun vaste werkgever moeten inruilen voor wisselende opdrachtgevers. Wat directeur J. Beelen van het Amerikaanse bedrijf Johnson Controls betreft, mag deze trend zich nog veel verder doorzetten. “Wij kunnen voor een opdrachtgever alle taken overnemen die met gebouwen te maken hebben, vanaf het glazenwassen en de beveiliging tot aan de automatisering en de bouwtechnische dienst.”

Oktober 1995 is Johnson Controls I.F.M. (Integrated Facility Management) in Nederland neergestreken. De onderneming, waarvan het moederbedrijf met een jaaromzet van meer dan acht miljard dollar en 55.000 werknemers tot de 100 grootste Amerikaanse bedrijven behoort, is gespecialiseerd in het management en de uitvoering van facilitaire diensten. Tot de klantenkring behoren bedrijven die het beheer van hun kantoorpanden uitbesteden, maar ook instellingen als ziekenhuizen en vliegvelden.

Johnson Controls, voornamelijk actief in de Verenigde Staten, waagde begin jaren negentig de stap naar Europa. In Engeland, waar de eerste vestiging kwam, bleek het concept van geïntegreerde facilitaire dienstverlening snel aan te slaan: in vier jaar tijd groeide het personeelsbestand daar van 100 tot 2000 werknemers. Inmiddels heeft Johnson ook in de meeste andere Europese landen vestigingen opgezet.

De toegevoegde waarde van Johnson, zo legt Beelen uit, zit niet zozeer in het uitvoeren van operationele werkzaamheden, maar in het overnemen van alle rompslomp die de huisvesting met zich mee kan brengen. Daartoe krijgt iedere klant van Johnson een eigen lokatie-beheerder toegewezen. Deze ziet toe op de uitvoering van relatief eenvoudige taken, zoals het beheer van de postkamer en de parkeergarage, maar is ook verantwoordelijk voor een hoogwaardige verbouwingsklus. Voor het werk dat door Johnson wordt overgenomen, schakelt het bedrijf voor een deel eigen personeel in. Daarnaast schakelt Johnson voor een aantal werkzaamheden op haar beurt weer toeleveranciers in. “Wij nemen de administratieve afhandeling over. Nu stuurt iedereen een eigen rekening, van de glazenwasser tot de architect. Wij sturen één keer per maand een rekening.”

Integraal facility management staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Het zou mooi zijn als de Nederlandse vestiging even spectaculair zou groeien als de Engelse zuster, maar waarschijnlijk is dat niet, geeft Johnson-directeur Beelen ruiterlijk toe. Nederlandse bedrijven moeten nog wennen aan het idee dat ze het volledige beheer van hun kantoorpanden kunnen overdragen aan één externe toeleverancier. “Ik ben niet alleen bezig om een bedrijf op te richten, maar om een hele nieuwe branche op te zetten. In feite - dat klinkt hoogdravend, maar zo bedoel ik het niet - zijn we in Nederland baanbrekend bezig.”

Het aantal klanten in Nederland is op dit moment nog precies op de vingers van één hand te tellen. “Daar kunnen dus nog wel klanten bij”, bevestigt Beelen lachend. Direct daarop zegt hij serieus: “Bij die vijf klanten gaat het wel om 150.000 vierkante meter kantoorruimte. Daar doen we alles voor, van de indeling van de werkplek tot aan het onderhoud van de tuin.” Zo heeft Johnson klant IBM Nederland bijgestaan in de ontwikkeling van flexibele werkplekken, die door meerdere personeelsleden gedeeld kunnen worden.

De Johnson-directeur is optimistisch over de groeimogelijkheden voor facility management in Nederland. Op dit moment draait de Nederlandse vestiging met zestig werknemers een omzet van 40 miljoen gulden. Beelen gaat uit van een omzetgroei van 20 procent per jaar. “Dat is volgens mij reëel.” Hij mikt vooral op grote klanten, met ten minste 200 werknemers, omdat deze de meeste kosten- en efficiencyvoordelen kunnen behalen door uitbesteding van het huisvestingsbeheer.

In zijn gesprekken met potentiële klanten heeft Beelen inmiddels ontdekt dat veel bedrijven huiverig zijn om hun volledige reilen en zeilen op het gebied van huisvesting over te dragen aan een buitenstaander. Ze zijn bang dat de organisatie de eigen kennis op dat gebied verliest, met als gevolg een te grote afhankelijkheid van de toeleverancier. “Het is bij de besprekingen altijd een gespreksonderwerp”, aldus Beelen. De Johnson-directeur raadt klanten altijd aan om een paar eigen deskundigen in dienst te houden: “Wij hebben zelf ook liever gesprekspartners die beschikken over de nodige expertise.”

Voor werkgevers is uitbesteding aantrekkelijk omdat het veel rompslomp scheelt - en omdat ze op die manier een deel van het vaste personeel kwijtraken. Voor vakbonden en ondernemingsraden is dat de reden om niet te juichen als het onderwerp ter sprake komt. Beelen erkent dat uitbesteding gevoelig ligt, maar, zo signaleert hij, “de tegenstand lijkt minder te worden.” In de meeste gevallen kunnen de werknemers volgens hem gewoon aan de slag blijven: soms krijgen ze een andere functie bij hun oude werkgever, vaak gaan ze over naar de toeleverancier. Beelen: “Veel ondersteunende diensten leiden binnen het bedrijf een bloedarm bestaan. De werknemers op deze afdelingen worden voortdurend met bezuinigingen geconfronteerd, collega's worden vervangen door uitzendkrachten en vakantiehulpen. Wanneer die mensen bij ons komen werken, krijgen ze weer een carrière-perspectief. Wij nemen ze serieus.”

    • Marcella Breedeveld