Twijfel over stoppen reumamedicatie

ROTTERDAM, 8 FEBR. Van reumapatiënten die al jarenlang zware antireumamiddelen gebruiken en vrijwel klachtenvrij zijn, krijgt na het stoppen van de medicatie 38 procent binnen een jaar een reuma-aanval. De kans op een reuma-opleving is daardoor tweemaal groter dan bij voortzetten van de medicatie, want 22 procent van de reumapatiënten in een vergelijkende studie kreeg een opleving van de ziekte als ze hun medicijnen bleven gebruiken.

Dit blijkt uit onderzoek aan 285 reumapatiënten in een vijftiental Nederlandse reumatologiepraktijken. Het resultaat wordt morgen in het Engelse medische tijdschrift The Lancet gepubliceerd. Het door het Nationaal Reumafonds gesubsidieerde onderzoek is gecoördineerd door reumatologen van de Rijksuniversiteit Leiden.

De studie was opgezet om te onderzoeken of het verantwoord was om te stoppen met jarenlange medicatie die frequente specialistische controle vereist en risico's op bijwerkingen heeft. De belangrijkste conclusie van onderzoekster S. ten Wolde en reumahoogleraren F.C. Breedveld en B.A.C. Dijkmans is dat de medicijnen ook na jaren gebruik werkzaam zijn. Maar de onderzoekers zaaien ook twijfel. Ze besluiten hun artikel in The Lancet met “We kunnen niet negeren dat de meeste patiënten (62 procent) in de placebogroep een heel jaar zonder opleving van hun reuma leefden. Als je de resultaten zo bekijkt, kunnen sommige patiënten besluiten hun kans te nemen en te stoppen met de behandeling in plaats van er steeds mee door te gaan.”

Van de ongeveer 100 à 200.000 Nederlandse reumapatiënten gebruikt volgens Dijkmans 70 tot 80 procent naast een pijnstiller een zogenaamd tweedelijns antireumamiddel. Die medicatie bestaat uit goudinjecties, of pillen met de anti-malariamiddelen chloroquine en hydroxychloroquine, of enkele oudere antibiotica, of het antikankermiddel methotroxaat dat tegenwoordig in lage dosering tegen reuma wordt gebruikt. Bij 10 tot 20 procent verdwijnt de ziekte bijna helemaal door een van deze medicijnen. Naar schatting twijfelen dus 10.000 reumpatiënten in Nederland regelmatig of het nog zin heeft om medicijnen te blijven gebruiken.

Dijkmans, sinds kort hoogleraar reumatologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: “De medicijnen hebben soms bijwerkingen en de controle hierop door middel van laboratoriumbepalingen is belastend. Patiënten moeten bijvoorbeeld viermaal per jaar in het ziekenhuis bloed laten prikken. De middelen kunnen het aantal bloedplaatjes verminderen en lever- en nierfunctie beïnvloeden. Maar uiteindelijk bleken de middelen toch effectiever dan ik had gedacht.”

In een redactioneel commentaar in The Lancet staat dat het nu de vraag is in hoeverre jarenlange medicatie de ziekte op lange termijn en de sterfte beïnvloedt. Dijkmans: “In de oude leerboeken staat dat reuma geen dodelijke ziekte is, maar dat de patiënten gemiddeld eerder dan anderen sterven door bijwerkingen van de medicijnen. De modernere opvatting is dat reuma zelf ook de sterfte vervroegt en dus een dodelijke ziekte is. Het wordt tijd om te weten wat waar is.”