Rusland in ban van terugdraaien privatiseringen

MOSKOU, 9 FEBR. Politici en economen in Rusland hadden het de afgelopen jaren veelvuldig over 'de privatisering', maar de afgelopen weken is het sleutelwoord 'de-privatisering' geworden. Er gaan steeds meer stemmen op voor het gedeeltelijk terugdraaien van de verkoop van staatsbedrijven.

Aleksandr Kazakov, het nieuwe hoofd van de overheidsinstelling die de privatiseringen leidt, heeft er woensdag op gezinspeeld dat de staat een deel van de al van de hand gedane aandelen wil terugkopen. De hoogste openbare aanklager in Rusland, procureur-generaal Joeri Skoeratov, heeft maandag een vooronderzoek aangekondigd naar de manier waarop verscheidene ondernemingen zijn geprivatiseerd.

De verkoop van staatsbedrijven is de afgelopen jaren doorgaans beschouwd als de kern van de economische hervormingen. Opzet was dat inefficiënte bedrijven door hun nieuwe eigenaren zouden worden gereorganiseerd, dat de overheid aan de verkoop inkomsten zou overhouden en dat onder de bevolking een nieuwe klasse van particuliere ondernemers en aandeelhouders zou ontstaan. Sinds 1992 zijn meer dan 10.000 bedrijven in particuliere handen overgegaan.

Volgens critici zijn de nieuwe eigenaren echter meestal leden van het oude management. De herstructurering is uitgebleven. Verder zou de overheid de bedrijven veel te goedkoop van de hand hebben gedaan. Nadat de communistische partij in december bij de parlementsverkiezingen de meeste stemmen haalde, is de openlijke kritiek aangezwollen.

Anatoli Tsjoebais, de hervormingsgezinde vice-premier die wel de 'privatiserings-tsaar' werd genoemd, heeft vorige maand op last van president Jeltsin ontslag moeten nemen. De president noemde het “onvergeeflijk” dat Tsjoebais ondernemingen “voor een habbekrats” had verkocht. Tot aan de parlementsverkiezingen had Jeltsin Tsjoebais altijd gesteund. De 40-jarige hervormer werd vervangen door de veertien jaar oudere Vladimir Kadannikov, die zich tot dan toe als directeur van de noodlijdende autofabriek AvtoVAZ vooral had ingezet voor hoge invoertarieven tegen buitenlandse concurrentie.

De burgemeester van Moskou, Joeri Loezjkov, was na het ontslag nog harder in zijn oordeel dan de president. Hij meende dat de afgetreden vice-premier strafrechtelijk moest worden vervolgd. “Tsjoebais heeft misschien geen kwaadaardige bedoelingen gehad, maar niettemin zou de procureur-generaal zijn optreden moeten beoordelen”, zei de burgemeester, die Tsjoebais verder aanduidde als “Ruslands hoofdverdachte”.

In een artikel in het weekblad Moskovskije Novosti neemt Loezjkov, die al langer geldt als tegenstander van Tsjoebais, deze week wat gas terug. Hij onderkent dat strafvervolging van hen die “illegaal” staatseigendom hebben verhandeld, uiteindelijk meer problemen kan opleveren dat oplossen. Maar “de energiebedrijven die de basis vormen van de zware industrie en die voor een habbekrats zijn verkocht, moeten worden teruggeven aan de staat”, schrijft de burgemeester. Loezjkov geniet een naar Russische maatstaven grote populariteit. Naar verluidt zal hij deel uitmaken van het campagneteam van Jeltsin, als die besluit aan de presidentsverkiezingen van 16 juni deel te nemen.

Het is niet duidelijk of Loezjkovs opmerkingen een rol hebben gespeeld, maar Ruslands hoogste openbare aanklager heeft maandag bekend gemaakt dat hij de privatisering van verscheidene grote bedrijven aan een “intensief onderzoek”, zal onderwerpen. “Ik denk dat het genoeg werk oplevert om ons bezig te bezig te houden, tot en met het instellen van strafrechtelijke vervolging”, zei procureur-generaal Skoeratov op een persconferentie. Hij noemde met name de verkoop van 38 procent van de aandelen van Norilsk Nikkel, de grootste nikkelproducent ter wereld.

Norilsk Nikkel is eind vorig jaar voor 170 miljoen dollar verkocht aan Uneximbank in wat waarschijnlijk de meest omstreden privatisering van de afgelopen jaren mag worden genoemd. Uneximbank was zelf uit naam van de overheid organisator van de veiling van de aandelen en verklaarde een hoger bod van een concurrent ongeldig. De transactie maakte deel uit van het ingewikkelde 'leningen voor aandelen' plan, volgens welk eind vorig jaar in recordtempo verscheidene grote Russische bedrijven zijn 'geprivatiseerd'.

Het plan was bedacht door een groep Russische banken, nadat de overheid zich erover beklaagde dat de aandelenkoersen zo onder druk stonden dat de verkoop van staatsbedrijven veel minder zou opleveren dan verwacht. Volgens het plan zou de overheid toch zijn inkomsten krijgen, zij het formeel als leningen. Die leningen zouden vervolgens niet worden terugbetaald, waarna de banken volgend jaar het recht zouden krijgen de aandelen te verkopen. Verwacht werd dat de aandelenprijzen dan inmiddels zouden zijn aangetrokken. Eventuele winst zou tussen staat en bank worden gedeeld.

Terwijl de openbare aanklager de strafrechtelijke aspecten onderzoekt, zijn er ook van andere kanten bewegingen zichtbaar om deze ondoorzichtige transacties ongedaan te maken. Het parlement heeft een commissie in het leven geroepen die de rechtsgeldigheid ervan wil onderzoeken. “Laten we een deal met de bank maken”, zei de directeur van Norilsk Nikkel, Anatoli Filatov, zelf vorige week vrijdag alvast tegen de volksvertegenwoordigers. “Als de bank de aandelen teruggeeft aan de staat, zullen wij manieren vinden om de bank te compenseren.”

Het nieuwe hoofd van het overheidsbureau dat de privatisering regelt, Aleksandr Kazakov, duidde er gisteren op dat ook hij de 'leningen-voor-aandelen' transacties wil herzien. “De regering moet een deel van de leningen wel terugbetalen, anders komt het neer op onteigening”, zei Kazakov in een vraaggesprek met de zakenkrant Kommersant. Het leningen voor aandelen plan “heeft gemengde reacties opgeroepen in de samenleving en daarom moeten we de transacties niet uitvoeren in hun huidige vorm”.

Niet duidelijk is waar het geld vandaan moet komen om de al van de hand gedane aandelen terug te kopen. In de begroting van dit jaar zijn is daarvoor geen posten opgenomen.