Rijp voor het witte doek

Jonathan Wilson: The Hiding Room. Uitg. Secker&Warburg, 327 blz. prijs ƒ 33,25.

Tegen wil en dank deel uitmakend van een macabere tak van de toeristenindustrie, reist een Engelsman van een jaar of 50 samen met enkele andere passagiers die hetzelfde reisdoel hebben, naar Israel, de doden in de laadruimte. Daar zal hij zijn joodse moeder begraven; zoals velen van haar generatie wil zij in het beloofde land te ruste worden gelegd. Zijn baas is ontevreden, zijn vrouw net bij hem weg en hij besluit wat in Israel te blijven en naar sporen te zoeken van zijn onbekende vader, met wie zijn moeder in 1941 verliefd en romantisch door de straatjes en steegjes van Jeruzalem trok. De werkelijkheid was heel anders.

In The Hiding Room neemt Jonathan Wilson de lezer afwisselend mee naar Kairo en Jeruzalem in 1941 en naar het Israël van 1991, toen de wederzijdse achterdocht tussen Arabieren en joden hoog was opgelopen en nieuwe immigranten uit Rusland de maatschappij voor de zoveelste keer een ander aanzicht gaven. Kairo 1941: Rawlins, een Britse Inlichtingen-officier die als voornaamste taak heeft joodse vluchtelingen af te poeieren die met 'zwaar overdreven verhalen' over vervolging aankomen ('Lots of jolly little tales of atrocity') raakt in de ban van Esta Weiss', een intelligente en mooie joodse vrouw die verdacht wordt van moord uit Zionistische motieven op de Griekse ambassadeur. Haar verhalen zijn bedenkelijk. Hij twijfelt, verdenkt, haat en veracht haar, maar de lust is groter. Esta Weiss' lust is raadselachtig als haar hele persoon.

Na haar toch verraden te hebben reist hij naar Tel Aviv om haar (uit Oostenrijk geëmigreerde) vader te zoeken. Deze had wel beloofd haar en haar door de Nazi's vermoorde moeder over te laten komen maar zo lang excuses zocht tot het te laat was. Rawlins vindt geen rust en keert terug om Esta te helpen naar Palestina te vluchten. Een spannende tocht, geheel rijp voor het witte doek, volgt en nu wantrouwen de Zionisten hem als Brits militair en als mogelijke verrader - 'I'm the jew here', verbaast hij zich in Palestina. Een homoseksuele, alcoholistische Engelse legerrabbi heeft het paar geholpen, en hij heeft daar zwaar voor moeten boeten. Vijftig jaar later zal hij hun zoon helpen achter de identiteit van zijn vader en de geheimen van zijn moeder te komen.

De roman is op veel plaatsen aan de lichte kant maar heeft ook memorabele momenten. De grenzeloze eenzaamheid van gewenste en ongewenste immigranten wordt scherp uitgelicht. De verkniptheid van een vrouw die eerst moest aanzien hoe haar moeder werd vermoord en daarna gedwongen werd zelf op een boomtak op het kermisterrein van het Prater te zingen en bewegen als een vogeltje weet Wilson heel op te roepen. En op zijn sterkst is hij waar het openlijke antisemitisme van de Nazi's afgezet wordt tegen dat van de Engelsen. Van het werkwoord 'to jew' (iemand geld afzetten) tot 'the knife behind the smile' waar vooral de hogere klassen zo bedreven in zijn. De Britten sloegen met verdacht veel genoegen hun eigen gearresteerde legerrabbi in elkaar, en dat was niet om zijn geaardheid en al helemaal niet om zijn drankmisbruik.