Regatta

Al direct bij de start in 1994 nam de Oxford Dictionary of Philosophy een paar lengten voorsprong.

Bij de Cambridge Dictionary of Philosophy was men zelfs nog niet klaar met de voorbereidingen, zodat het erop leek dat de boys van Cam bij voorbaat kansloos waren. Maar toen een jaar later ook de Cambridge Dictionary of Philosophy verscheen, mochten wij een spectaculaire inhaalrace verwachten. Van beide encyclopedieën is zojuist de tweede druk verschenen en laten wij daarom luisteraars, in oost en west of waar ook ter wereld, de Oxford Dictionary of Philosophy vergelijken met de Cambridge Dictionary of Philosophy.

De hardcover van Oxford kost 19,99 pond. De paperback Cambridge kost 17,95 pond. Daarentegen is de Cambridge meer dan twee keer zo dik: 882 pagina's voor Cambridge tegen 408 pagina's voor Oxford. Bovendien bevat de Cambridge 4.000 trefwoorden en de Oxford slechts 2.500. De Oxford is geschreven door Simon Blackburn, professor in North Carolina. Hij had 28 adviseurs en medelezers. De Cambridge is samengesteld door professor Robert Audi, professor in Nebraska. Hij redigeerde het werk van 380 specialisten.

Op de omslag van de Cambridge staat het schilderij Keramisch Mytisch van Paul Klee. Op de omslag van de Oxford staat een zelfportret van Gauguin. Waarom juist dit schilderij van Klee op de omslag staat, wordt niet vermeld. Misschien vond men het gewoon een leuk plaatje.

Gauguin heeft tenminste nog iets met filosofie te maken, want je hebt het zogenaamde Gauguin-probleem. Gedreven als hij was om in de kunst het hoogste te bereiken, gedroeg Gauguin zich nogal asociaal tegenover zijn familie en zijn naaste omgeving. Het Gauguin-probleem stelt nu de vraag in hoeverre dit afkeurenswaardige gedrag wordt gerechtvaardigd door het latere succes van de kunstenaar. Mulisch heeft eens de omgekeerde variant van het Gauguin-probleem verwoord. Toen een collega-schrijver door een auto werd doodgereden, zei Mulisch: “Geen talent!”

Wie encyclopedieën met elkaar wil vergelijken, moet trefwoorden opzoeken waarvan hij de gegevens kan controleren. In mijn geval ging ik dus op zoek naar Nederlanders. De eerste Nederlander die wij in de Cambridge tegenkomen is E.V. Beth. In zijn trefwoord wordt ingegaan op 'de stelling van Beth'. De Oxford vermeldt Beth niet.

In beide encyclopedieën wordt de wiskundige L.E.J. Brouwer genoemd. In de Oxford heet hij Luitzen Egbertus Jan, in de Cambridge worden zijn voornamen geschreven als Luitzgen Egbertus Jan. De Oxford heeft gelijk. Daarentegen wordt Brouwers boek Leven, Kunst en Mystiek in de Oxford Leven, Kunst und Mystiek. Het zit de encyclopedieën trouwens niet mee bij het spellen van Nederlandse namen. Grotius wordt in de Cambridge verhaspeld tot Huigh de Groot. Als zulke kleine details niet kloppen, vraag je je af hoe betrouwbaar de rest is.

Als je één encyclopedie hebt, weet je alles. Als je twee encyclopedieën hebt, weet je niets. In de Oxford wordt De Lof der Zotheid van Erasmus gedateerd op 1509, in de Cambridge op 1511. Wie heeft gelijk? Volgens weer een andere bron - maar hoe kan ik die nu weer controleren? - begon Erasmus in 1509 aan zijn boek en ging het twee jaar later in Parijs naar de drukker.

Spinoza komt in beide encyclopedieën uitvoerig aan de orde, maar de scholasticus Zeger of Siger van Brabant (1240-1284) wordt alleen genoemd in de Cambridge. Helaas heet hij daar een Fransman te zijn, wat beslist niet waar is. Een Nederlandse naam die je in dit soort handboeken ook nog wel eens tegenkomt is die van de biochemicus Jacobus Moleschott (1822-1893). Zijn motto was “ohne Phosphor keine Gedanke”, maar noch in de Oxford noch in de Cambridge is er iets over deze keiharde materialist te vinden.

Op de binnenflap van de Cambridge lezen wij een aanbeveling van Rorty. Volgens Rorty is deze Cambridge up to date. Logisch, want in de Cambridge heeft Rorty een eigen lemma, terwijl hij in de Oxford ontbreekt. Up to date? In de Cambridge zoek je tevergeefs naar Lyotard, Derrida, Feyerabend en Thomas Kuhn. Ook in de Oxford zijn ze eigenlijk niet verder gekomen dan Foucault. Per slot blijven het Engelsen, die Amerikanen hebben ingehuurd om een encyclopedie te maken.

Cambridge won met een tafje.

    • Max Pam