Raadsels bij moord op coffeeshophouder

GRONINGEN, 9 FEBR. Harry Roo had zichtbaar grote sommen geld en daar wilden ze wel een graantje van meepikken. Ze bedachten een ontvoeringsplan, maar het draaide uit op moord. Toch vroegen ze anderhalf miljoen gulden losgeld. “Wij hebben Harry en wij willen geld”, kreeg zijn vriendin na de moord te horen.

De moord op de 37-jarige Roo, tot zijn dood op 25 juli 1995 houder van twee coffeeshops in Groningen en een belangrijke figuur in het noordelijke drugsmilieu, kwam gisteren uitgebreid aan de orde in een rechtszaak tegen een 44-jarige Groninger. De man wordt verdacht van afpersing van de vriendin van het slachtoffer. Tegen hem werd vier jaar gevangenisstraf geëist. Volgens officier van justitie M. Nieuwenhuis is er nog onvoldoende bewijs dat de verdachte, die in november is aangehouden, direct betrokken is geweest bij de moord.

De zaak tegen de 44-jarige hoofdverdachte, die sinds september vastzit, werd gisteren aangehouden omdat hij in het Pieter Baan Centrum een psychiatrisch onderzoek ondergaat.

De moord en de gebeurtenissen daarna worden nog omgeven door een waas van onduidelijkheid. Politie en justitie moeten zich in hoofdzaak baseren op verklaringen van verdachten en betrokkenen die elkaar veelal tegenspreken.

Harry Roo was eigenaar van de coffeeshops De Driemaster en De Dees in Groningen. Hij stond bekend als iemand die dol was op geld en veel vijanden had in het Groningse criminele milieu. Hij werd een paar keer veroordeeld voor handel in drugs. De twee 44-jarige verdachten hadden al in 1994 een plan om Roo te ontvoeren, ze kochten stroomstootwapens in Duitsland en sloegen handboeien, tape, slotjes en een ketting in. Maar het plan verdween naar de achtergrond, omdat Roo hen mee liet profiteren van verbouw en opslag van hasj op zijn boerderij in Siddeburen.

Maar de hoofdverdachte schoot hem op 25 juli in de boerderij dood. Het motief en de omstandigheden bleven gisteren onduidelijk. De man heeft een bekentenis afgelegd, maar deze later weer deels ingetrokken. Na de moord komt dan het ontvoeringsplan weer boven. Het lijk wordt in stukken gesneden, naar Bremen gereden en op drie plaatsen gedumpt. Daarna wordt de vriendin van het slachtoffer benaderd; ze zou anderhalf miljoen losgeld moeten betalen om Roo vrij te krijgen.

Bij het Familiehotel in Paterswolde ontmoet de hoofdverdachte de vriendin. De tweede man moet in een auto langsrijden om te laten zien dat hij niet alleen is. De vrouw betaalt later bij het Centraal Station in Groningen en in haar woning in de Lijnbaanstraat ongeveer 400.000 gulden. Bij de man die gisteren voor de rechter stond is 155.500 gulden aangetroffen. De politie heeft bovendien uitgezocht dat hij in juli en augustus ongeveer 25.000 gulden aan de inrichting van zijn huis en aan uitstapjes met zijn vrouw en kind heeft uitgegeven. Hij had een uitkering.

Op 3 augustus treft een wandelaar bij het riviertje de Ochtum in de buurt van Bremen lichaamsdelen van een man aan. Via Interpol wordt op 23 augustus duidelijk dat het om de Groningse coffeeshophouder gaat. Diezelfde dag doet de vriendin aangifte, omdat haar vriend maar niet terugkeert. Vrij snel daarna wordt de hoofdverdachte aangehouden. Hij wijst de plek aan waar de romp van Roo ligt. Als zijn verhoor in het slop zit volgt de aanhouding van de 'tweede man'.

Officier Nieuwenhuis noemde het “een bijzonder grove wijze van afpersen” waaraan de verdachte zich heeft schuldig gemaakt en “wrang” dat tegenover de vriendin de suggestie werd gewekt dat Roo terug zou keren. Ze acht de afpersing bewezen, omdat er bij hem grote sommen geld zijn aangetroffen. De hoofdverdachte heeft bovendien verklaard dat hij bij de afpersing volop hulp van de man heeft gekregen. De verdachte ontkent bijna alles. De grote geldbedragen zou hij alleen maar in bewaring hebben gehouden. “Ik ben alleen gevraagd een rol te spelen in een drugsdeal”, zei hij gisteren. Zijn advocaat, E.J. de Mare, vindt dat er weinig bewijs is en dat alles staat of valt met de geloofwaardigheid van andere verdachten. De uitspraak is 22 februari.