Provincie laat invloed gelden door uitstel regionaal overleg

ROTTERDAM/HAARLEM, 9 FEBR. De komst van een vierde bestuurslaag, de stadspovincie, wordt steeds onzekerder. Een Kamermeerderheid zal zich volgende week hoogstwaarschijnlijk uitspreken tegen de stadsprovincie Rotterdam.

Over Amsterdam is nog geen besluit genomen, maar ook hier lijkt het zicht op de stadsprovincie, na de negatieve uitslag van het referendum in mei, achter de horizon te verdwijnen. En dus laat het bestuur van de provincie Noord-Holland zijn invloed weer gelden.

Dit bleek recent toen Gedeputeerde Staten niet wilden instemmen met een aantal punten in het regionaal structuurplan dat de regioraad van het Regionaal Overleg Amsterdam (ROA) had vastgesteld. GS maken ondermeer bezwaar tegen een te grote mate van verstedelijking van het landelijk gebied binnen Waterland en het Noordhollandse deel van het Groene Hart. Voor Waterland, ten noorden van Amsterdam, is in 1991 een streekplan opgesteld waarin een beperkte plaats is ingeruimd voor woningbouw en de aanleg van bedrijfsterreinen. Volgens GS zijn de voorstellen van het ROA om delen van het veenweidegebied slechts tot landbouwgebied te bestempelen in strijd met het streekplan. Daarin wordt gesteld dat het totale veenweidegebied behalve de functie van agrarisch gebied ook de functie van natuur, landschap en cultuurhistorie moet houden. Ook het ROA-voorstel om in de Wijde Wormer een bedrijfsterrein van ongeveer 100 hectare aan te leggen stuit op weerstand van GS omdat zo'n nieuw regionaal bedrijventerrein een te grote aantasting vormt voor de landschappelijke en natuurlijke waarden van dit gebied.

“Ik wil niet betuttelend overkomen en het was ook de bedoeling dat de provincie zich terughoudend zou opstellen bij de beoordeling van het ROA-structuurplan. Maar die afspraak was gemaakt met in het achterhoofd de verwachting dat er een stadsprovincie Amsterdam zou komen. Daar is een streep door gehaald en dus moeten GS hun verantwoordelijkheid weer nemen”, zegt verantwoordelijk gedeputeerde F. Tielrooij (ruimtelijke ordening). In de praktijk betekent dat dat het regionaal structuurplan wordt getoetst aan het ruimtelijke beleid zoals dat door de provincie in verschillende streekplannen is vastgesteld.

Het dagelijks bestuur van het ROA reageerde deze week teleurgesteld op de houding van Gedeputeerde Staten. Het schrikbeeld dat 'het provinciehuis' weer de lakens gaat uitdelen, waardoor de besluitvorming wordt vertraagd, doemde even op. M. Horselenberg, lid van het dagelijks bestuur van het ROA en belast met ruimtelijke ordening: “Dat klopt. GS gaan de touwtjes weer in handen nemen. Wij hadden deze reactie niet verwacht.”

Ze ontkent met klem dat bijvoorbeeld achthonderd geplande woningen in Volendam een te grote aantasting zouden zijn van het landelijk schoon. “Wij hebben heel zorgvuldig gekeken naar een verantwoorde combinatie van wonen, werken en behoud van het landschap in het ROA-gebied.” En in dat gebied moet de woningbouw met kracht ter hand genomen worden en moet de werkgelegenheid een impuls krijgen. Het structuurplan is in nauw overleg met de 16 betrokken gemeenten tot stand gekomen en “met open oog voor het belang van de regio als geheel.”

Op zijn beurt stelt Tielrooij met nadruk dat het voor bedrijven aantrekkelijk is om zich te vestigen op plaatsen die niet alleen voor het bedrijf zelf aantrekkelijk zijn maar waar mensen ook leuk kunnen wonen en recreëren. “Daarom zeggen wij: leg niet bij ieder dorp een bedrijventerrein en een nieuwe woonijk aan maar concentreer dat op een of enkele plekken in de regio. Zo stel je paal en perk aan de verstedelijking en aan versnipperde industrievestigingen in de landelijke gebieden.”

Het ROA-bestuur wil op korte termijn overleg met de betrokken gemeenten over de ontstane situatie. Als het aan Horselenberg ligt komt het niet zover dat partijen elkaar uiteindelijk ontmoeten voor de geschillencommissie van de Raad van State. “We worden door GS in elkaars armen gedreven, maar een situatie waarin 'wij' tegenover 'zij' staan is verkeerd.”

    • Anneke Visser