'Politie kreeg veel te weinig kritiek van rechtbanken'

ROTTERDAM, 9 FEBR. De rechter in Nederland heeft verzuimd op een kritische manier te kijken naar de 'grensoverschrijdende politiepraktijk'. Dat schrijven de hoogleraren J. Naeyé (politierecht) en T.M. Schalken, (strafrecht) deze week het Nederlands Juristenblad (NJB).

De rechterlijke macht is in de media nauwelijks verantwoordelijk gehouden voor het ontstaan van de crisis binnen openbaar ministerie en politie, maar is dat volgens de hoogleraren feitelijk wel. “De rechter heeft decennia lang gewacht opsporingsmethoden openlijk ter discussie te stellen.” Vragen die de verdediging stelde over opsporingsmethoden van de politie werden ter zitting als lastig terzijde geschoven. Door het uitblijven van een kritische controle op het politieoptreden is bij politie en OM een verkeerde indruk van legitimatie gewekt. Dit is volgens de schrijvers aanzienlijk ernstiger “dan wanneer een paar CID-rechercheurs uit de bocht vliegen.”

De oorzaak van dit uitblijven van kritische controle, zou volgens Naeyé en Schalken kunnen liggen in “een mentaal verkeerd afgestelde antenne bij de rechterlijke macht”. Binnen de zittende magistratuur overheerst de mentaliteit: “de politie moet de ruimte krijgen voor de misdaadbestrijding, dus moeten we niet moeilijk doen over punten en komma's”. Het denken in termen van 'het doel heiligt de middelen' treft men, volgens de schrijvers “helaas te vaak aan bij diegenen die nu juist worden geacht kritisch na te denken over de evenredigheid in de verhouding tussen doel en middelen”. De commissie-Van Traa meent weliswaar dat de rechter teveel ruimte heeft gelaten voor politie en justitie, maar noemt de wetgever de hoofdschuldige. Volgens Naeyé en Schalken valt politici kwalijk te nemen dat zij niet op tijd wetgeving hebben voorbereid en heeft het OM “de rug niet recht gehouden”, maar “het signaal dat er iets aan de hand was had toch van de rechter moeten komen”.

Volgens de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de belangenorganisatie van rechters, L. van der Weij, zijn rechters niet schuldig aan de crisis rond opsporing. “Al jaren moeten zij beslissen en doen dat ook in zaken die de wetgever heeft laten liggen.” Van der Weij is het oneens met Schalken en Naeyé. “De laatste jaren staan rechtszaken en rechtspraak bol van de discussie over opsporingsmethoden.”