Partij is over haar eigen rol verdeeld; De Oostduitse PDS moet groot worden in het Westen

BONN, 9 FEB. Kleine gewiekste man, goed in het doorgaans donkere pak, snel en gevat spreker, niet alleen in Oost-Duitsland een media-ster, maar ook in de Bondsdag en elders in West-Duitsland gevreesd of gevierd als debater eerste klas met een eigensoortig maar onbetwist charisma. Als het spannend wordt breekt een mooi Berlijns dialect door, dat zijn anders gepolijste juristen-zinnen op slag een klassevriendelijker geluid geeft: Det wees ick ooch nich, det is ooch wohl nicht meene Sache!

Gregor Gysi, de in 1948 geboren zoon van een joods-communistische SED-topman die in 1988 in de DDR in ongenade viel, is meer dan alleen maar leider van de PDS in de Bondsdag. Hij is het uithangbord, de stem, de vlag van de Partij van het Democratische Socialisme, die begin december 1989 'uit' de communistische SED ontstond, aanvankelijk als PDS-SED, even later alleen als PDS. Tot november 1992 was deze Oostberlijnse advocaat PDS-voorzitter. Toen trad hij af omdat hij, zoals hij zei, schoon genoeg had van de rol van grote beminde goochelaar tussen de partijvleugels. Zijn opvolger Lothar Bisky, een man van grijze truien, kalig ribfluweel en een monotone voordracht, verklaarde toen dat de PDS haar Gregor Gysi niet kon missen, ja, “wel tien Gysi's kon gebruiken”.

Gysi eet deze donderdagavond in de Presseclub in Bonn met een groep buitenlandse correspondenten, die merendeels uit Oost-Europa of de Arabische wereld komen. Dat betekent dat hij vele vragen over de verhouding van de PDS tot Israel, de PLO, Libië, Saddam Hussein, de herboren Russische communistische partij en de PKK en de Turkse regering zal krijgen. “Met de Russische CP hebben we contacten, maar ook niet onbelangrijke meningsverschillen”, verzekert hij. Dat de Izvestia of de Aleppo Times met zijn antwoorden zullen openen lijkt twijfelachtig, al neemt hij er wel de tijd voor. En zo hoort het ook, zegt een Britse collega met een sip gezicht.

Maar een paar vragen over zaken waar hij meer rechtstreeks mee te maken heeft, krijgt Gysi ook. Vragen over de grote PDS-successen van de afgelopen twee jaar in Oost-Duitsland, waar zij nu 180 burgemeesters en 6.000 raadsleden heeft en overal tweede of derde kracht is met percentages van 20 of 30 en méér. En vragen over het perspectief dat hij voor haar ziet in West-Duitsland, over het hevige interne koersdebat dat daarmee verband houdt en zijn eigen rol en betekenis in die partij bijvoorbeeld.

“Bent u niet onmisbaar voor de PDS, staat of valt ze niet met u”, wordt hem gevraagd. Die vraag bevalt, het kleine hoofd rolt even opzij, tot vlak boven de linkerschouder. Nee, dat is zeer overdreven, de omstandigheden en de manier waarop de PDS daarop in Oost-Duitsland reageert bepalen haar succes, zegt een tuitmond bescheiden. “Dus u doet er niet toe”, is de vervolgvraag. Het hoofd schiet omhoog: “Nee, anders zou de PDS toch wel wat zwakker staan.” De vraagsteller schiet in de lach en Gysi lacht mee: “Nu ja, niemand is graag overbodig.”

Eind januari hield de PDS haar vierde partijcongres. Dat was niet toevallig in Maagdenburg, de hoofdstad van de Oostduitse deelstaat Saksen-Anhalt, waar de PDS sinds zomer van 1994 via “gedoogsteun” een coalitie van SPD en Groenen aan een meerderheid in de landdag helpt. Over dat regionale regeringsmodel, het enige tot nu toe waarin de PDS zo'n rol heeft, is destijds veel te doen geweest. De CDU/CSU en de FDP grepen het aan voor een felle campagne tegen de SPD, die de “nationale democratische consensus” zou hebben verlaten door zich door de Rote Socken van de PDS te laten steunen. Met die campagne verzamelden Kohl c.s. in het vier keer zo grote Westduitse kiezerscorps net genoeg punten om een paar maanden later de Bondsdagverkiezingen te winnen.

Dat de PDS bij die campagne in Oost-Duitsland óók garen spon, doordat zij daardoor nóg aantrekkelijker werd voor ontevreden of naar DDR-tijden terugverlangende kiezers, bezorgde de SPD daar een tweede klap. Zij viel er op veel plaatsen terug tot derde partij, achter de CDU en de PDS. Bijvoorbeeld najaar 1994 in regionale verkiezingen en vorig jaar opnieuw in de raadsverkiezingen in Oost-Duitsland. Per saldo zijn de FDP en de Groenen daar alom onder de kiesdrempel verdwenen en de SPD zit er als een konijn voor de lichtbak gevangen tussen de tegenpolen CDU en PDS. In het SPD-hoofdkwartier in Bonn weet men zich tot nu toe nauwelijks raad met die toestand. Oskar Lafontaine, de nieuwe SPD-voorzitter, is een keer informeel, bijna stiekem, met Gysi gaan praten, maar daarop volgde zo'n enorme partij-interne en publicitaire ruis dat hij het daarbij maar heeft gelaten.

Verkiezingssuccessen kunnen echter ook voor strategische problemen zorgen, zoals de PDS begint te merken. Op het partijcongres in Maagdenburg stonden Gysi en Bisky met hun pleidooien voor zoveel mogelijk gedoog- of coalitierollen in Oost-Duitsland, vierkant tegenover het anti-kapitalistische Kommunistisch Platform in de PDS. Dat Platform heeft zijn spreekster in de studente Sarah Wagenknecht, die optreedt als een herboren Rosa Luxemburg (streng-witte bloes, donkere rok, de krullen opgestoken, scherpe toon, gedecideerd marxistisch). Iemand die zowel de oude SED-kaderleden als de jonge aanhang van de PDS aanspreekt met de stelling dat de partij alleen moet opponeren en zich niet moet corrumperen als partner van een “halfkapitalistische” partij als de SPD.

Gysi en Bisky zien juist in zo'n rol de kans om ooit in West-Duitsland, waar de PDS niet verder komt dan één à twee procent, een voet aan de grond te krijgen. Zij willen van de PDS op de lange termijn geen partij maken als de exclusief Beierse CSU. Zeker niet een partij die het alleen moet hebben van Oostduitse frustraties, daarmee de tegenstelling tussen Oost- en West cementeert en daarvan dan ook gevangene wordt. Evenmin willen zij het Kommunistisch Platform de koers laten dicteren en de PDS dan, als de Oostduitse economie over een paar jaar overeind komt, een onbetekenend leerstellig partijtje laten worden. Maar - zoals Lenin zich ooit al afvroeg - wat te doen? Gysi en Co lieten het in Maagdenburg niet op een krachtmeting over de PDS-koers, en dus over hun beoogde “flirt met de macht” (Wagenknecht), aankomen. En zo vermeed hun strategiecongres besluiten over de strategie te nemen.

“Dat moet een congres volgend jaar doen, maar dat wordt nog moeilijker, want dan zijn we al veel dichter bij de volgende Bondsdagverkiezingen”, zegt Gysi. Hij spreekt nu tot buitenlandse correspondenten en kan dan kennelijk wel wat verder gaan dan tien dagen eerder in Maagdenburg. “Met de Groenen en de linkse mensen in de SPD, een partij die tot ver in het midden reikt, moeten we de conservatieve macht in Duitsland breken.” Het klinkt als een oproep tot een volksfront, dat de SPD haar plaats in het midden subiet zou doen verliezen en dus tot een minderheidspositie zou voeren. Tenzij een loodzware economische recessie de Duitse electorale landkaart straks ingrijpend zou veranderen en Beëlzebub genoeg kracht krijgt om de duivel te verdrijven. Op dat aspect, dat de SPD kippenvel zou kunnen bezorgen en de Europese buren een ander thema dan de muntunie à la Maastricht zou geven, gaat Gysi verder niet in. Want de PKK, de PLO, de Russische CP en de praktijk van het Duitse strafrecht wachten op zijn analyse. Dat neemt ruim een uur. En dan moet hij weg.

    • J.M. Bik