Op oude tikmachines

ARTnews, 1996 nr. 2. 48 W 38 Str., 10018 New York.

De Russische kunstenares Nina Kogan (1889-1942) hoorde tussen 1919 en 1923, toen ze docente was aan de academie van Vitebsk, tot de Unovis-groep, een clubje navolgers van Kasimir Malevitsj en zijn suprematisme. Van Nina Kogan was maar heel weinig werk bekend: enkele decorontwerpen en een tekening van een suprematistisch versierde tram. Zoals veel Russische avantgarde-kunstenaars moest ook zij haar artistieke idealen opgeven en ze zou zich na 1923 wijden aan kinderboekillustraties en het maken van vertalingen.

Begin jaren tachtig, toen de Russische avantgarde-kunst in het Westen steeds meer geld opbracht, begonnen Westerse kunsthandelaren geïnteresseerd te raken in het Unovis-groepje uit Vitebsk. Net in die tijd kwamen ineens tientallen schilderijen, aquarellen en gouaches van Nina Kogan te voorschijn. Het werk, dat jarenlang bewaard zou zijn geweest door vrienden in Rusland, werd aangekocht door verzamelaars als Peter Ludwig en Thyssen-Bornemisza. Inmiddels zijn al deze plotseling opgedoken Nina Kogans door experts ontmaskerd als vervalsingen.

Het geval Nina Kogan wordt uit de doeken gedaan in het februarinummer van het Amerikaanse maandblad ARTnews, dat onder de titel 'The Betrayal of the Russian Avant-garde' een serie artikelen is begonnen over de Westerse handel in Russische kunst. Het eerste deel gaat over de duizenden vervalsingen van Russische avant-gardekunst die in het Westen in omloop zijn. De schrijvers van de serie - de Russische kunsthistorici Konstantin Akinsja en Grigorii Kozlov en ARTnews-redactrice Patricia Hochfield - interviewden een groot aantal historici, verzamelaars, kunsthandelaren, museumconservatoren en nakomelingen van Russische kunstenaars. Hun bevindingen zijn onthutsend. De Russische avantgarde-kunst is sinds het eind van de jaren zeventig, toen in het Westen de vraag naar dit werk het aanbod begon te overtreffen, op grote schaal vervalst, zowel in het Westen als in Oost-Europa. En niet alleen kunstwerken, ook de bijbehorende certificaten die de echtheid moeten garanderen blijken vaak vervalsingen: vervaardigd met behulp van oude tikmachines en oud Russisch briefpapier.

De vervalsingen zijn te vinden in privé-collecties, maar ook in galeries, in musea en op veilingen. Honderden tekeningen van Malevitsj in Westers bezit zijn vals, evenals schilderijen en collages van kunstenaars als Popova, Rodtsjenko, Stepanova, Lissitzky en Exter. In ARTnews worden verschillende vervalsingsaffaires aan het licht gebracht, maar helaas blijven de daders meestal ongenoemd evenals de handelaren. Zo wordt bijvoorbeeld niet vermeld dat de schilderijen van Nina Kogan die in het bezit zijn van Thyssen-Bornemisza en Peter Ludwig in 1983 en '84 verkocht werden door de Keulse Galerie Gmurzynska.

In een apart hoofdstukje komt de Russische kunsthistoricus Nicolaj Chardzjijev (93) ter sprake. Twee jaar geleden emigreerde Chardzjijev van Moskou naar Amsterdam. Met behulp van Gmurzynska slaagde hij er in zijn collectie Russische avant-garde kunst naar het Westen te smokkelen. In ruil voor tweeëneenhalf miljoen dollar stond hij vier schilderijen en twee gouaches van Malevitsj (met een waarde van zo'n twaalf miljoen dollar) af aan Gmurzynska, die dit werk intussen heeft doorverkocht.

Chardzjijevs collectie, die in Amsterdam verborgen wordt gehouden, is wel authentiek en men kan zich afvragen waarom ze nu in een verhaal over vervalsingen opduikt. Misschien als een aansporing aan bona fide kunstinstanties om zich eens te bekommeren om het lot van deze verzameling, zodat die niet verder ten prooi valt aan de kunsthandel.

    • Lien Heyting