Niemand dacht aan bezwaren die leven op de straathoeken

DEN HAAG, 9 FEBR. Voor staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) breken moeilijke tijden aan. Misschien ook wel rustige tijden, met de stadsprovincie verdwijnt ook een groot deel van haar beleidsportefeuille. En of dat al niet erg genoeg was, haar eigen partij, de PvdA, was eén van de hoofdschuldigen aan de nederlaag die zij lijkt te gaan lijden. Vandaag bleef Van de Vondervoort met griep thuis.

De voormalige Groningse wethouder kon het gisteren in de Tweede Kamer opnieuw slecht vinden met haar partijgenoot Van Heemst. Die verweet haar een gebrek aan inhoudelijke argumentatie voor de splitsing van Rotterdam in vijf delen. “Ik ben vorige week twee uur bezig geweest om argumenten uit te wisselen”, antwoordde Van de Vondervoort.

Steun voor haar betoog moest uit een andere hoek komen. Het Kamerlid Van der Heijden, van oppositiepartij CDA, liet niet na haar “uitstekende verdediging” te prijzen. VVD-minister Dijkstal was er zelfs “jaloers” op geweest. Het was typerend voor de verhouding tussen Kamer en kabinet bij de discussie over de stadsprovincie Rotterdam. Alleen het CDA kon met volle overtuiging 'ja' zeggen tegen het wetsvoorstel. De coalitie bleef hopeloos verdeeld, ondanks de vele varianten en sub-varianten die de afgelopen weken in hotels en restaurants op tafel werden gelegd door de 'paarse' voormannen. Alleen een wondertje kan dinsdag nog tot een positief besluit leiden.

Zo ziet het er naar uit dat het referendum dat vorig jaar in Rotterdam werd gehouden inderdaad aanleiding is tot de “bestuurlijke chaos” die Dijkstal en Van de Vondervoort al zagen aankomen. Maar hoezeer zij ook tegen het referendum waren, ook voor hen betekende de volksraadpleging een politiek feit, waar zij niet omheen konden. Volgens het oorspronkelijke kabinetsplan werd Rotterdam in tien gemeenten opgedeeld.

Bij D66 en PvdA, twee van de grootste pleitbezorgers van de stadsprovincie, groeide in de maanden na het referendum de weerzin. Het Kamerlid Scheltema van referendum-partij D66 voelde aan dat als zij de Rotterdamse afwijzing naast zich zou neerleggen, zij niet volgende week in de Kamer met droge ogen een warm pleidooi voor het referendum kon houden.

De PvdA lag de afgelopen maanden vooral met zichzelf overhoop. De onenigheid over de te volgen koers liep dwars door Kamerfractie, gemeentebestuur, de regio Rijnmond en tenslotte de provincie Zuid-Holland. In een rumoerige vergadering besloot de fractie eind vorig jaar voor de lijn-Van Heemst te kiezen, tegen hun collega De Cloe. Een opdeling van Rotterdam kon de kloof tussen het openbaar bestuur en de burger alleen maar vergroten. Daarmee was de kiem gelegd voor het amendement van Van Heemst en Scheltema: Rotterdam blijft wat het is, desnoods zonder stadsprovincie.

Zo ontstaat de bizarre situatie dat er vermoedelijk geen stadsprovincie komt, hoewel iedereen er voorstander van is. “Misschien kunnen de fractievoorzitters nog iets bedenken, of premier Kok vrijdag in het kabinet”, zei de PvdA'er Van Heemst na afloop van het debat over de patstelling waar de partijen al weken tegenaan hikken. “De woordvoerders van de fracties hebben niets meer te bespreken. We hebben het onderwerp doodgepraat.” Opvallend is dat premier Kok tot nu toe geen poging deed de partijen bij elkaar te brengen.

Daarmee lijkt van 'besturen op niveau' (BON), zoals de reorganisatie van het binnenlands bestuur is gaan heten, voorlopig geen sprake meer. Want 'Rotterdam' gold als voorloper van de overige BON-gebieden Amsterdam, Haaglanden, Utrecht, Twente, Eindhoven en Arnhem/ Nijmegen. Amsterdam was na zijn referendum al tegen elke opdeling.

Als de Kamer dinsdag niet kiest voor de stadsprovincie Rotterdam is het allerminst uitgesloten dat de gehele BON-discussie in de la zal verdwijnen, vermoedelijk onder het mom van een bestuurlijke en politieke 'adempauze'. Want, zo vroeg Van de Vondervoort zich gistermiddag vertwijfeld af, “als de Kamer de argumenten voor een stadsprovincie in een gebied als Rotterdam al niet sterk genoeg vindt, waar in Nederland zouden die argumenten dan nog wel kunnen overtuigen?” En minister Dijkstal voegde er voor alle duidelijkheid nog eens aan toe dat verwerping van het wetsvoorstel “onvermijdelijk verstrekkende gevolgen” zal hebben voor de bestuurlijke vernieuwing. De bewindslieden hebben er weinig behoefte aan straks opnieuw een blauwtje te lopen in de Tweede Kamer. Ook een opschorting van het besluit is geen optie voor Dijkstal. Hij wilde zich niet mengen in de “politieke markt” die de Kamer volgens hem is geworden. “Het is geen spel voor bestuurders”, mopperde hij op de aanstaande tegenstemmers.

Ironisch genoeg waren vriend en vrijand het er na het referendum in Rotterdam over eens dat juist die fout vanaf het begin is gemaakt: geen van de bestuurders had erbij stil gestaan of de 'opheffing' van een grote stad op de hoek van de straat op bezwaren zou kunnen stuiten.

Achteraf bezien heeft het kabinet er waarschijnlijk spijt van dat de 'paarse' onderhandelaars niet al tijdens de formatie in 1994 ondubbelzinnige afspraken hebben gemaakt over de stadsprovincie, zoals minister Dijkstal gisteren voorzichtig liet doorschemeren. De reorganisatie van de politie, een heikel onderwerp dat decennialang voor politieke verdeeldheid zorgde, werd in 1989 wel per regeerakkoord geregeld. Al blijft het de vraag of burgers dat spel wel kunnen waarderen.

    • Rob Schoof