Marathonschaatsers nemen afscheid van natuur; Schaatsen op meren en vaarten weinig lucratief

ANKEVEEN, 9 FEBR. Morgenochtend in alle vroegte nemen de marathonschaatsers afscheid van het natuurijs. Als de dooi op schema blijft liggen, kunnen ze bij Steenwijk nog op het nippertje de 85 kilometer lange Noord Westhoek-rit rijden. Het is vermoedelijk de laatste klassieker van het ijskoude seizoen 1995-'96.

Overal hebben ze vanaf de eerste marathon op natuurijs, begin december in het Drentse Veenoord, kunnen schaatsen. Sindsdien was er één dooi-intermezzo. De serieuze dooi-aanval die morgen wordt verwacht, saboteert de vijftiende Elfstedentocht. Evert van Benthem verwacht dat hij de laatste winnaar van de Friese schaatsklassieker blijft. “Ik heb het gevoel dat het niet meer doorgaat.”

Gisteren, met nog twee nachten zeer strenge vorst (min 16) in het vooruitzicht, drong tot het marathonpeloton door dat het schaatsfeest in Friesland weer voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Sommige marathonschaatsers voelen zich als een jongetje van wie het speelgoedautootje is afgepakt. Nog pijnlijker wordt het als later op de dag Henk Kroes, voorzitter van de Vereniging de Friesche Elf Steden doodnuchter voor de televisie verkondigt dat het deze week “misschien” toch wel had gekund.

Een paar wedstrijdrijders smeedt in de koek-en-zopie-keet op fluistertoon een wild plannetje om de Elfstedentocht toch te rijden. Nu het nog kan, in een klein groepje. Ze consulteren Evert van Benthem, die bijna het gehele parkoers vorige week met enkele vrienden verkende. Ze willen dat hun onderneming langs de elf steden door tv-camera's wordt vastgelegd, zoals dat ook met de tocht van Van Benthem gebeurde. Evert doet een suggestie, terwijl even verderop, vanachter warme chocomel, bezoekers het dezer dagen onvermijdelijke gespreksonderwerp aansnijden. “Ze zouden de marathonrijders toch een kans moeten geven de tocht te rijden”, zegt één van hen. Een in Ankeveen woonachtige Fries, zo uit de Britse tv-comedy 'Daar komen de schutters' gestapt, analyseert vrijblijvend over het niet doorgaan van de Elfstedentocht. “Zondag kun je hem rijden”, beweert hij. “Op de fiets.”

Lammert Huitema, die een van de vijf etappes in de Driedaagse van Ankeveen won, wordt na de wedstrijd op het parkeerterrein naast de kerk van het Noordhollandse dorpje door een vriendelijke zestiger aangeklampt. Of de marathonschaatser uit Roden vrijdagmiddag niet wil meedoen aan de langebaan-afvalwedstrijd in Genemuiden. “Je begint om twee uur en om half vijf ben je weer weg.” De man probeert de marathonrijder over de streep te trekken door de financiële kant van het spektakel te belichten. “De eerste prijs is 350 gulden.” Huitema biedt een sprankje hoop met de belofte er over na te denken en vervolgt zijn weg naar het 'rennerskwartier'. Als de man buiten gehoorafstand is, zegt Huitema dat hij er niet bij zal zijn in Genemuiden. Vanochtend verscheen hij ook niet aan de start van de Westlandmarathon in Maasland, evenals als de Driedaagse van Ankeveen een klassieker. Vandaag is hij weer eens voor zijn baas op pad, Leeskring het Noorden. De Noord Westhoek-rit van morgenochtend laat hij waarschijnlijk niet schieten.

Huitema ligt er niet wakker van dat er geen Elfstedentocht komt. “Ik ben ook niet een van de kanshebbers; ik kluun heel slecht. Of ik zou een hele goeie dag moeten hebben.” Valse bescheidenheid. Hij mag weliswaar geen favoriet zijn, de leesmappenbezorger wordt alom gezien als een sterke rijder.

Met het verdampen van de vijftiende Elfstedentocht verdwijnt voor de A-rijders, met uitzondering van tweevoudig winnaar Evert van Benthem, ook de mogelijkheid van eeuwige roem. Ook het financiële voordeel dat eraan vastzit, zal vooralsnog niet worden uitgekeerd; de moeder van alle marathons is vanzelfsprekend de meest lucratieve van alle wedstrijden op natuurijs.

Hoewel dit seizoen een maximaal aantal tochten is gereden, blijkt uit een steekproef onder een aantal A-rijders dat schaatsen op natuurijs geen vetpot is. Huitema houdt zich op de vlakte over zijn verdiensten. “Het geld komt met bakken binnen, maar het gaat er ook met scheppen weer uit.” Hij mag dan wel eens honderden guldens op een marathon wegslepen, daar staat het opnemen van vrije dagen tegenover. Soms meer dan de bedoeling is. “Ik had afgesproken dat ik tot afgelopen dinsdag weg zou zijn, naar de Weissensee. Nu komt dit er weer bij.”

René Ruitenberg, een andere topper in het marathongezelschap, sluit het seizoen naar eigen zeggen af met een positief saldo van “een paar duizend gulden”. “Daar komt bij dat alle onkosten vergoed worden. Ik heb een goeie sponsor.” Dat hij zijn baan als fouragehandelaar deze winter niet optimaal kan uitoefenen, deert hem niet. Vijf overwinningen en een groot aantal tweede plaatsen leverden Henk Angenent dit seizoen “een paar duizend gulden” op. Maar daar staan de kosten tegenover van een vervangende arbeidskracht op zijn spruitenkwekerij annex veehouderij. “Ik heb de hele week iemand aan het werk”, aldus Angenent, die in Ankeveen tweede werd in de de vijfde en laatste etappe.

Sinds drie jaar werken de organisatoren van tien grote klassiekers samen in de Stichting Klassiekers. Per wedstrijd is er 7.500 gulden te verdelen, doorgaans onder vijftig rijders. De eerste prijs ligt meestal rond de 900 gulden. Voor nummer vijftig is er vaak nog 25 gulden. “Dat dekt de benzinekosten een beetje”, zegt voorzitter D. Pos van de stichting. Hij is tevens organisator van de Driedaagse van Ankeveen. In deze klassieker werden vijf wedstrijden gereden, elk met eigen prijzen. Daarnaast was er een prijs voor de besten in het eindklassement, waarin Arnold Stam als eerste eindigde. De Ankeveense prijzenpot bevatte ruim 32.000 gulden. Startgeld wordt in het marathoncircuit niet gegeven. “Daar beginnen we niet aan. De prijzen liggen op de meet. Die zijn niet bijster hoog”, geeft Pos toe, “maar ook niet bijster laag.”

Evert van Benthem, veehouder te Sint Jansklooster, schaatst letterlijk en figuurlijk in het rood. “Ik rijd geen prijzen en moet twee medewerkers uitbetalen. Ik heb wel wat verlies.” Zijn seizoen was één lange voorbereiding op de Elfstedentocht. Van Benthem moet erkennen dat hij de kracht uit zijn beste jaren, 1985 en 1986, dit seizoen mist. “In 1986 won ik de Driedaagse van Ankeveen, met overmacht.” Gisteren was er mede als gevolg van een valpartij slechts een bijrol voor hem weggelegd. Bang om in de anonimiteit te glijden, hoeft Evert van Benthem niet te zijn. In de keet waarin de schaatsers hun noren voor sportschoenen verruilen, staan de verslaggevers voor de winnaar van de laatste Elfstedentocht in de rij.