Maan hier, maan daar

Middenin het kleine huis dat ik huurde/ heeft de lach van een kleuter me omhelsd/ Alles eiste ik van mijn leven/ ik betaalde het met mijn ziel/ opdat het hart een plaats krijgt voor het oud wordt/ Het is volle maan vannacht en het is mooi/ de stilte zonder gezelschap wordt anders/ ik voel geen verdriet maar gemis/ aan dat meisje dat je toevallig liefkreeg/ ik voel geen verdriet maar gemis/ aan je wellustige leugen die alles mooi voor me maakte/ Het is hard voor een vrouw alleen te zijn/ ik zeg het je nu de waarheid niet meer boos is/ zolang mijn krachten er nog zijn/ wil ik met een mens zijn/ de eenzaamheid zet vallen uit en verwondt.

Dit is het laatste succeslied van Griekenlands populairste zangeres, Charoula Alexíou, op de LP genaamd Odos Nefèlis '88, Philips 526740, bijna geheel op haar eigen tekst en muziek. Het is tevens het eerste lied op de volle maan ('pansèlino') dat ik in Griekenland hoorde. Dat is vreemd, want het hemellichaam als zodanig komt in ontelbaar veel liederen voor. Alleen nauwelijks in de rebètika. Afgezien van het grote lied Het is nacht geworden zonder maan, dat een aparte bespreking verdient, vond ik slechts één onbeduidend liedje.

De volksmuziek is vol maan en ook de liederen van de latere grote componisten. Het hemellichaam kent allerlei kleuren, van rood via giftig geel tot groen. “En er stond een groene, groene maan”, zong dezelfde Alexíou verrassend in haar allergrootste succes, Odos Aristotèlous, van Jannis Spanos, dat gaat over kinderspel in het Athene van vroeger. Chatzidakis schreef een teer liedje over een papieren maantje.

De maan maakt een kring boven de haren van mijn lief (Theodorakis); Laten we een wandeling maken naar de maan (Chatzidakis); Vanavond zal ik de maan opdrinken (Plessas); Maan hier, maan daar, raadsel gelezen door de zee (Elytis/Theodorakis); Doe het licht uit, doe de maan uit (Chatzidakis/Merkouri). Het is slechts een losse greep. De zangeres Marinella, in de rouw, roept: “Als jullie de maan zien, vraag haar vanavond niet op te gaan.” Nana Mouschoury daarentegen, die over de bergen naar haar minnaar wil ijlen, verzucht: “Maan wat ben je laat vannacht.” In een recenter lied heet het: “Wij zijn tweelingmanen, wij drijven samen van West naar Oost.”

Soms krijg je de indruk dat de maan in zowat elk Grieks lied voorkomt. Dit is des te verbazingwekkender, omdat de Grieken eigenlijk niet zo erg veel belangstelling tonen voor de werkelijke maan. Voor maanziekte moet je bij de Turken zijn, en bij mij. De Turken gaan er 's avonds echt voor zitten, bovenop een berg, om de maan te zien opgaan. Ze hebben een speciaal woord voor het licht van de maan: mehtap. Een ay, een maan, is bij hen ook een maand. Bij de Grieken betekent het nieuwe woord voor maan, fengári, alleen maar 'een tijdje'. “Ik heb haar een maan bemind.”

Het opkomen van de volle maan beleef ik het liefst op een schip. Als het dan zover is, krijg ik iets wervends, ik vind eigenlijk dat iedereen het moet zien. Maar de andere passagiers hebben net naar het ondergaan van de zon gekeken (die krijgt wél alle aandacht) en hebben geen benul dat de maan het in het Oosten overneemt. Als ik hen erop attent maak, is de reactie meer beleefd dan enthousiast. Heel anders dan wanneer dolfijnen worden gesignaleerd - dan is de emotie compleet.

Nog gekker is het bij maansverduisteringen. Ook die ontsnappen aan de aandacht, de kranten schrijven er van tevoren nauwelijks over. En het woord is toch door en door Grieks: eclips. “Kijk, een maaneclips”, zei ik eens op het eiland Kea tegen de laatste voorbijganger in het nachtelijk leeggelopen hoofdplaatsje. “Welnee, het is een wolk”, antwoordde hij.

Een van de allermooiste liederen op de maan is door Stávros Xarchákos geschreven en het was ook het lied waarmee de zangeres Vicky Moscholiou naam maakte.

Het licht van de zon doofde uit/ en de maan ging verloren/ en de jongen is verdwenen/ mijn geheime verlangen/ steen voor steen ga ik voort/ zijn bloed adem ik in/ en ik verwacht niets meer/ nu ze m'n jongen hebben gedood/ mijn geheime verlangen/ de nacht wikkelt het in.

De bouzouki heeft hier een voorwaar klavecimbel-achtige partij. Alweer een aantal jaren geleden was er een groot Xarchákos-concert in een Atheens stadion, boordevol. Er zou een maansverduistering zijn, maar daarover had niets in de kranten gestaan. Xarchákos, die dirigeerde, wist het en ook Moscholiou. Op het moment suprême werd het lied 'De Maan ging verloren' aangeheven. De dirigent maakte een veelbetekenend gebaar naar de verdwijnende maan, maar niemand begreep het.

Dit stukje werd bij volle maan geschreven. Is het te merken?

    • Frans van Hasselt