Klop klop (3)

Het merkwaardige van Klop-klops is dat sommige meeslepender zijn dan andere. Waar zit hem dat in?

Laten we ze eens wat nader bekijken. Klop klop! Wie is daar?

Jan-Willem. Jan-Willem wie?

Jan-Willem een mep geven. Deze is van Helen Reichard, leeftijd niet vermeld, uit Arnhem. Een voorbeeld van goed, ambachtelijk vakwerk; zo ook de twee andere die zij stuurde: Klop klop! (etc) Lisette de vuilnisbak buiten.

Klop klop! (etc) Marleen me een kopje suiker. Ook Stance Klaasse uit Castricum, acht jaar, stuurde er drie. Twee ervan beantwoorden aan dezelfde omschrijving: Klop klop! (etc) Heleen me je muts eens!

Klop klop! (etc) Boris een gaatje in de muur! Maar dan komt de derde; zoals met de leukste klop-klops wel vaker gebeurt moet je het een paar keer hardop uitspreken voor je hoort wat de bedoeling is, en als je het dan gesnapt hebt schiet je in de lach: Klop klop! Wie is daar?

Stance. Stance wie?

Stance rechtop! De maker heet dan ook Stance; zoals we al eerder zagen is het resultaat vaak verrassend wanneer iemand zijn eigen naam gebruikt; dat komt omdat je (in het algemeen) je eigen naam al een hele tijd kent en ruimschoots de gelegenheid hebt gehad er van alles mee te proberen. Iets dergelijks geldt min of meer voor alle - liefst wat ongebruikelijke - namen die je vaak gehoord hebt; daarom is een godsdienstige opvoeding zo verrijkend. De volgende twee pareltjes berusten er op: Klop klop! Wie is daar?

Heidi. Heidi wie?

Heidi zonder zonden is werpe de eerste steen! Klop klop! Wie is daar?

Jahwe. Jahwe wie?

Jahwe dansen de samba! Beide afkomstig van Casper Bosschaart (13) uit Grootebroek. De Bijbelse mogelijkheden zijn hiermee nog lang niet uitgeput, denk aan Genesist als een slang, Leviticust alle meisjes, Habakukelde naar beneden, Judas zit scheef en Jehovaardige bovenbuurbuurman. Wie dat oneerbiedig vindt kan zich behelpen met namen uit de Griekse Mythologie: Patroklosse draadjes uit zijn kamerjas, Achilles wat harder! of: Oidipoes, die heeft een muis te pakken! Maar een voorbeeld van wat eigenlijk niet kan is dit: Klopklop! Wie is daar?

Vera. Vera wie?

Veraf kun je niet goed zien. (inzending van Juliëtte Kolster (8) uit Capelle a/d IJssel) Vera wordt immers uitgesproken als Veeraa. Wat telt is wat je hoort, niet hoe je het schrijft, dat is nu juist waar de aardigheid op berust en wat de mogelijkheden schept. Jezus wie? Jezuster op een houtvlot mag dus niet, niet omdat grapjes met die naam van mij niet mogen, maar omdat het niet klopt met uitspraak. Een die ook heel bepaald niet kan is Mary wie? Mary Christmas (niet minder dan drie verschillende inzenders): 'Mary' en 'Merry' zijn heel verschillende klanken, die in het Engels nooit worden verward. De volgende kan in mijn gehoor nog net: Klop klop! (etc) Maarten wie? Maarten April komen na elkaar. Deze is van Maarten Kaufmann (9) uit Drachten.

Merk op dat met de uitspraak wel degelijk mag worden gesjoemeld als het resultaat maar gezocht genoeg is, bv. Valerieten stoelen nooit om? (Wie heeft beter?).

Iets dat ook extra vreugde verschaft is een ander beginsel, een afwijkende constructie, zoals in de volgende van David van Roijen (16) uit Heemstede: Klop klop! Wie is daar?

Ali. Ali wie?

Nee, Alibi! Een fraai specimen is ook: Klop klop! Wie is daar?

Tienus. Tienus wie?

Tienus twee keer vijf. Deze werd bedacht door Hanneke Hart (9 j.) uit Leiden, die ook verantwoordelijk is voor deze aangrijpende inzending: Klop klop! Wie is daar?

Hansaplast. Hansaplast wie?

Hansaplast de hele WC vol!

Inzendingen naar Klop klop, Kinderpagina, NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam. Vermeld naam, adres en leeftijd om in aanmerking te komen voor de legendarische NRC-Handelsblad-vulpen.