In het andere oog

Max Niematz: Twee vreemden in een bootje. Verhalen. Uitg. L.J. Veen. 189 blz. Prijs ƒ 32,90

Alle personages in de verhalen van Max Niematz zijn matig tot zwaar gestoord: ze laten zich meeslepen door een fantasie die ze ontlenen aan een roman, een schilderij of aan een bizar ideaal dat ze zelf hebben verzonnen. In dit prozadebuut van de dichter Max Niematz (1942) gaat het voortdurend om het perspectief van waaruit de wereld bekeken wordt en hoe eigenaardig dat perspectief aanvankelijk ook lijkt, het levert een realistisch beeld op van mensen en hun drijfveren.

Het verhaal 'Het andere oog' is een goed voorbeeld van wat Niematz met zijn manier van vertellen voorheeft. Een autodidacte kunsthistoricus die voor een provinciale krant stukjes schrijft, vertelt over een schilderij van een negentiende-eeuwse baron met een verminkt gezicht. De man heeft een loerend en een blind oog. De kunstcriticus weet dat de ogen de spiegel der ziel zijn en meent in het ziende oog te lezen wat de schilder heeft bewogen. Hij ontwaart een dramatische liefdesgeschiedenis, die veel mooier en aangrijpender is dan het schilderij zelf. In het oog van de geportretteerde ziet de kunstcriticus de fascinerende vrouw van de baron op wie de schilder verliefd was en de kunsthistoricus inmiddels ook. Het geheim van deze vrouw kan hij echter niet ontraadselen, totdat hij ontdekt dat hij zich op het verkeerde oog heeft gefixeerd.

In het titelverhaal 'Twee vreemden in een bootje' gebeurt iets soortgelijks. De adolescente hoofdpersoon verliest zich in de avonturenromans van een bij hem in de buurt wonende schrijver. Nadat hij de auteur beter heeft leren kennen, wordt hem duidelijk dat de werkelijkheid alleen met behulp van fictie te doorgronden is.

Hoewel de hele bundel over deze intrigerende thematiek gaat, zijn de verhalen niet echt verrassend. Dat heeft zowel een compositorische als stilistische oorzaak: Niematz maakt aan het begin van zijn verhalen al duidelijk wat de plot is en legt die vervolgens heel nadrukkelijk uit. Hij worstelt met hetzelfde probleem als de excentrieke kok en restauranthouder Benz, wiens ideaal het is de zinnen van zijn gasten te begoochelen. Het liefst schotelt hij hen geen eten, maar illusies van eten voor. Zijn restaurant zou De kleren van de keizer kunnen heten. Zodra iemand zijn geheim raadt, moet hij zijn restaurant sluiten. Tragisch genoeg is hij zo geobsedeerd dat hij al in een vroeg stadium prijsgeeft waar hij mee bezig is. De klanten vinden dat geen probleem, zij komen voor de gezelligheid, maar voor de kok is de lol eraf. Niet voor niets is dit het laatste verhaal uit de bundel: ietwat ontgoocheld sluit de schrijver zijn keuken.

    • Elsbeth Etty