In de valse sportwereld blaft waakhond vergeefs

TILBURG, 9 FEBR. “In de sportcultuur van vandaag ben jij een echte non”, zei columnist Hugo Camps tegen judoka Monique van der Lee. De wereldkampioene had juist uitgelegd waarom ze had gebroken met haar coach Peter Ooms. “Ik heb een gouden medaille thuis en nu gaat het erom weer plezier in judo te krijgen.”

Het klonk als een biecht en Camps vergaf de judoka haar zonde. “Je hebt gebroken met je trainer, omdat je andere waarden hanteert. Ik ken die Ooms, die is gek. Net als Van Gaal wil hij het individu robotiseren. Pinochet en Idi Amin zouden het besterven van de schrik als ze horen hoe coaches hun pupillen toespreken.” Gelach in de zaal.

Tijdens het symposium Topsport en Ethiek in Tilburg waren de sprekers het doorgaans met elkaar eens. Onder leiding van Victor Deconinck, tv-presentator, debatteerden Camps, columnist van NRC Handelsblad, Ben de Graaf, chef sport van de Volkskrant, Marc Latupeirissa, profvoetballer bij Willem II en rechtenstudent, en Monique van der Lee.

Topsport is geen sport meer en steeds meer een prooi voor hen die uit zijn op macht, roem, rijkdom en kijkcijfers, was de teneur. Staatssecretaris Terpstra (Sport) of KNVB-voorzitter Staatsen, die mogelijk iets stichtends hadden kunnen zeggen over de maatschappelijke relevantie van topsport, waren niet uitgenodigd. De enige vanwie tegengas verwacht werd, persvoorlichter David Endt van Ajax, liet verstek gaan.

Gelden de hooggestemde vormingsidealen van Pierre baron de Coubertin, de grondlegger van de Olympische Spelen, nog wel in de sport? Dat was de centrale vraag bij het Studium Generale aan de Katholieke Universiteit Brabant. Camps en De Graaf vonden van niet. Oerwoudgeluiden, spelverruwing, dopingschandalen, sportmakelaardij en steekpenningen voeren steeds meer de boventoon.

Volgens De Graaf moet de sportjournalist de waarheid dienen. De CDA-stemmer klaagde over het schamper gelach dat Dries van Agt ten deel viel toen hij als premier op zijn racefiets het ethisch réveil verkondigde. Sporters hebben een voorbeeldfunctie, stelde De Graaf, “anders moeten zij iets anders gaan doen”.

Maar tegen bestuurders die naar roem snakken en sportleiders die oorlog prediken, lijkt geen sportjournalist meer opgewassen. “De televisie met haar oppervlakkige sportjournalistiek, ziet sport als amusement. De schrijvende sportjournalist is in een isolement gedrukt. Ik heb als een waakhond geblaft, maar het is vechten tegen de bierkaai.”

Sport is volgens Camps “ver-RTL-iseerd”. “De sport heeft geen pedagogisch mandaat en is één grote commercie geworden.” En daardoor heeft de corruptie haar intrede gedaan, meende Camps. Volgens de Belg dient sport nog slechts commerciële doeleinden: Ontwikkelingen die zich voordoen in de maatschappij, ziet men ook in de sportwereld en zelfs in een verhevigde mate.

Toen Latupeirissa naar zijn oordeel werd gevraagd over sport en geweld, zei hij: “Valsspelen hoort erbij. Je wilt als winnaar uit de bus komen. Sommige wedstrijden zijn gewoon grimmiger en dan doe je gewoon mee.”

Vergeefs probeerde Monique van der Lee het pessimisme te relativeren: “Er zit ook veel goeds in sport”, zei de economie-studente. “Je kunt ook lekker bezig zijn. Topsport is maar een klein deel, het gaat niet alleen om winnen, kijk naar de recreatiesport.” Camps prees de judoka andermaal. “Jij bent een beschaafd mens, jij bent een uitzondering in de sport.”

    • Heiko Jessayan