Holbrooke wegens crisis naar Bosnië

SARAJEVO, 9 FEBR. De Amerikaanse Bosnië-bemiddelaar Richard Holbrooke gaat het komend weekeinde proberen de crisis in het vredesproces op te lossen. De crisis is ontstaan door de beslissing van de Bosnische Serviërs om elk overleg met de NAVO-vredesmacht IFOR en met vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap te boycotten.

De Bosnische Serviërs maakten gisteren melding van hun boycot in een verklaring van hun legerleider Ratko Mladic. Ze lieten weten een eind te maken aan elk contact met IFOR zolang de Bosnische regering twee hoge Servische officieren vasthoudt. Ze hebben gisteren bovendien gedreigd met de aanhouding van Bosnische Kroaten en moslims die het gebied van de Bosnische Serviërs betreden, als vergelding voor de arrestatie van de officieren. Mladic verbood gisteren alle Bosnische Serviërs grondgebied van de moslim-Kroatische federatie te betreden.

Welke gevolgen de Bosnisch-Servische boycot heeft voor de voortgang van het vredesproces is

PAG.5ANALYSE

nog onduidelijk, maar van de uitvoering van het vredesakkoord voor Bosnië zal zonder hun medewerking weinig terechtkomen. In eerdere instantie hebben internationale vertegenwoordigers al gezegd dat een boycot van het overleg “consequenties” zal hebben. Details zijn daarbij niet gegeven.

De NAVO heeft de verklaring van Mladic naast zich neergelegd. “Op grond van het vredesakkoord van Dayton is ons niet toegestaan in contact te treden met vermoedelijke oorlogsmisdadigers. We erkennen generaal Mladic niet als officiële vertegenwoordiger van de Servische Republiek [in Bosnië]”, aldus een NAVO-vertegenwoordiger.

Pag.5: Nieuwe missie van Holbrooke Bosnië

Niettemin wordt de crisis in het vredesproces zo ernstig geacht dat Richard Holbrooke, de architect van het vredesakkoord van Dayton, door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, naar Bosnië is gestuurd om de crisis op te lossen.

Bosnische regeringssoldaten hielden op 30 januari in de buurt van Sarajevo twee hoge Bosnisch-Servische officieren, generaal Djordje Djukic en kolonel Aleksa Krsmanovic, en zes hen begeleidende soldaten aan. Volgens de regering in Sarajevo zijn de twee opperofficieren tijdens de Bosnische oorlog betrokken geweest bij massamoord op burgers. Het internationale tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers zoekt op het ogenblik uit of de twee in staat van beschuldiging kunnen worden gesteld. In afwachting van het resultaat van dat onderzoek wil de Bosnische regering de twee niet laten gaan. Afgevaardigden van het Internationale Rode Kruis bezochten Djukic en Krsmanovic gisteren in de gevangenis, maar mochten - tot hun ongenoegen - niet onder vier ogen met hun spreken.

In de tweede grote crisis die het Bosnische vredesproces bedreigt, het conflict over de verdeelde stad Mostar, heeft de EU-administrator van de stad, Hans Koschnick, de EU gisteren gevraagd om een initiatief ter ondersteuning van zijn missie na de ernstige incidenten van woensdag. Toen werd Koschnick, opgesloten in zijn auto, anderhalf uur lang door woedende Bosnisch-Kroatische inwoners van Mostar belegerd, bedreigd en beledigd. Op een persconferentie in Mostar herhaalde Koschnick gisteren nog eens dat Mostar niet blijvend verdeeld kan worden, “zoals in Berlijn, met een muur”. Hij zei tevens dat “een Duitser niet kan toezien hoe moslims in een getto leven”.

De Europese Unie maakte gisteren de Kroaten opnieuw duidelijk de incidenten van woensdag - toen betogers rond de ingesloten auto van Koschnick leuzen riepen als “Hang hem op!” - hoog opneemt. Namens de EU vloog de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Agnelli, naar Zagreb om van de Kroatische president Tudjman garanties te krijgen voor de veiligheid van het EU-personeel in Mostar. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Kinkel, stelde gisteren Tudjman openlijk mede-verantwoordelijk voor de excessen in Mostar. “Tudjman heeft de invloed en de middelen om iets te doen en deelt natuurlijk de verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd”, aldus Kinkel. (Reuter, AFP, AP)