Holbrooke hekelt rol EU in conflict Turken en Grieken

WASHINGTON/BRUSSEL, 9 FEBR. De Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken, Richard Holbrooke, heeft scherpe kritiek geuit op de passieve houding van de Europese Unie, vorige week, tijdens de crisis tussen Griekenland en Turkije over een onbewoond eilandje in de Aegeische Zee.

“Terwijl president Clinton telefoneerde met Athene en Ankara, waren de Europeanen zich letterlijk aan het verslapen”, aldus Holbrooke gisteren in een vraaggesprek met The Washington Post. “Je vraagt je af waarom Europa niet in staat lijkt te zijn om besluitvaardig op te treden in zijn eigen gebied.”

Een woordvoerder van de Europese Commissie zei vanmorgen in een reactie dat de EU niet heeft ingegrepen in het conflict omdat Griekenland daar niet om heeft gevraagd. “De EU kan zich niet bezighouden met zaken die de soevereiniteit van een lidstaat aangaan, als dat land daar niet om vraagt”, aldus de woordvoerder. De Grieken hebben “niet aan de bel getrokken”, zegt hij, ook niet toen de Europese ministers van buitenlandse zaken begin vorige week twee keer bijeen waren.

Een woordvoerder van de Griekse vertegenwoordiging bij de Europese Unie zei vanochtend dat tijdens die bijeenkomsten niet om hulp is gevraagd omdat de crisis toen nog niet op zijn hoogtepunt was. Volgens de woordvoerder zijn de VS bovendien “veel gemakkelijker bereikbaar dan Europa, waar je eerst de vijftien lidstaten bijeen moet roepen voordat er iets besloten kan worden. Als er snel moet worden ingegrepen, is Europa niet leidinggevend.”

In het vraaggesprek vergeleek Holbrooke de houding van de EU in de Turks-Griekse kwestie met de fouten die het Westen in Bosnië heeft gemaakt. “De grote fout van het Westen in de Bosnische oorlog was dat de diplomatie niet ondersteund werd met een geloofwaardig dreigement om militair in te grijpen. Iedereen treft een deel van de schuld, maar vooral de Europeanen moeten zich ernstig beraden op hun misvattingen over het gebruik van militaire macht om in de toekomst oorlogen te voorkomen”. De Europese Unie heeft veelvuldig kritiek gekregen op het gebrek aan eenstemmigheid in haar buitenlandse beleid.

De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Santer, heeft aangekondigd dat het stroomlijnen van het buitenlandse- en veiligheidsbeleid van de EU een prioriteit moet zijn tijdens de gesprekken over de herziening van het Verdrag van Maastricht, die eind maart beginnen.

Pag.5: EU is bezig crisis 'te bestuderen'

Volgens een woordvoerder van de Griekse missie bij de EU werd de crisis begin vorige week in de algemene raad van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken niet aan de orde gesteld omdat er toen nog geen sprake was van een acute crisis. Wel werden Europees commissaris Hans van den Broek en het Italiaanse voorzitterschap van de Europese Unie op de hoogte gesteld.

Pas op de avond van vorige week dinsdag was de crisis volgens de woordvoerder op zijn hoogtepunt. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken werd opgebeld door de Amerikaanse president, Clinton, die wilde bemiddelen. Clinton zou op zijn beurt benaderd zijn door de demissionaire Turkse premier, Tansu Çiller, die had gezegd dat er een oorlog tussen de twee landen dreigde als niet snel een oplossing werd gevonden. Vervolgens heeft de Amerikaanse bemiddelaar Richard Holbrooke in de nacht van dinsdag op woensdag nog acht keer telefonisch contact gehad met Pángalos, aldus de Griekse woordvoerder.

Het Italiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat dit half jaar de Europese ministerraad voorzit, heeft gisteren een persverklaring uitgegeven waarin staat dat het Grieks-Turkse conflict “wordt bestudeerd”. Rome heeft er bij Griekenland en Turkije op aangedrongen handelingen en verklaringen te vermijden die de spanning kunnen opvoeren.

Volgens het Italiaanse voorzitterschap moet het conflict worden opgelost voor het Internationale Gerechtshof in Den Haag. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Susanna Agnelli, heeft gisteren de Griekse en de Turkse ambassadeur ontvangen en woensdag een lang onderhoud gehad met de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Theodoros Pángalos.

Ook de Europese Commissie heeft gisteren een verklaring uitgegeven, waarin, negen dagen nadat de crisis zijn hoogtepunt bereikte, de “recente gebeurtenissen” worden veroordeeld. Geen van beide landen wordt als schuldige aangewezen. Wel heeft de Commissie haar “volledige steun” aan Griekenland betuigd. De verklaring kwam nadat de Griekse commissaris Christos Papoutsis de kwestie afgelopen woensdag, tijdens de wekelijkse commissievergadering, aan de orde stelde. Volgens Papoutsis had het uitblijven van een solidariteitsverklaring van de EU bevreemding opgewekt in Griekenland. De twee EU-verklaringen van gisteren kwamen ruim een week nadat de Grieks-Turkse crisis door de Amerikanen is bezworen.

Holbrooke zegt in het vraaggesprek dat de agressievere diplomatie waar de Amerikaanse regering voor gekozen heeft in Bosnië en in de Grieks-Turkse kwestie, voortkomt uit de vrees voor een conflict tussen twee NAVO-landen, en uit het pijnlijke besef dat Europa niet bereid is een grotere verantwoordelijkheid op zich te nemen voor haar eigen problemen.

The Washington Post haalt in dit verband het plan van de Franse president Chirac aan om de Europese buitenlandse politiek in handen te geven van een ervaren en krachtig politicus ('een tsaar van de buitenlandse politiek'), die voor drie jaar benoemd zou worden en Europa met één stem zou kunnen laten spreken. Chirac heeft voor die post al de voormalige Franse president Giscard D'Estaing voorgesteld.

Eind maart begint in Turijn de zogeheten Intergouvernementele Conferentie (IGC), de herzieningsconferentie van het Verdrag van Maastricht die naar schatting een jaar zal duren. Dan moeten de 15 leden van de Europese Unie besluiten nemen over de organisatie hun gemeenschappelijk buitenlandse- en veiligheidsbeleid. Groot-Brittannië heeft al duidelijk gemaakt dat het zich zal verzetten tegen uitbreiding van de meerderheidsbesluiten op dat terrein.