'Geef vogels nu vooral geen zoute pinda's'

Door de aanhoudende koude komen veel vogels in problemen. De Vogelbescherming in Zeist heeft het in jaren niet zo druk gehad met wintervoedering.

ROTTERDAM, 9 FEBR. Grote drommen meerkoeten kleumend langs de snelweg, waterhoentjes in de tuin pikkend naar stukjes brood, blauwe reigers verkleumd bij een dichtgevroren wak. Zelfs wie geen vogelkenner is moet het de laatste dagen zijn opgevallen dat de vogels het langzamerhand erg moeilijk krijgen.

H. van Diek, door de Vogelbescherming speciaal aangesteld als woordvoerder wintervoedering, heeft het druk met voorlichting. “We kunnen natuurlijk lang niet alle vogelsoorten helpen. Er zijn soorten die met invallende vorst gewoon de wieken nemen: graseters als ganzen en smienten gaan naar het zuiden, waar ze nog wel wat te eten vinden.”

Moeilijker hebben de standvogels het nu die in eigen land de winter doorbrengen, zoals meerkoeten en wilde eenden. Van Diek: “Die helpen we zoveel we kunnen met graan, maïs en groenteafval. In de wakken valt langzamerhand weinig meer te vinden. Ze beginnen nu echt verschrikkelijke honger te krijgen.”

De Vogelbescherming doet de wintervoedering in samenwerking met regionale vogelwerkgroepen en vogelasiels die de lokale situatie het best kunnen beoordelen. Van Diek: “Ze krijgen van ons tweehonderd gulden per week om voer te kopen. We hopen dat ze al doende andere fondsen kunnen verwerven. Ons kost dit zo'n tienduizend gulden per week. Gelukkig komen er de laatste dagen veel donaties binnen na een radio-uitzending van onze woordvoerder Nico de Haan.”

Viseters als de blauwe reiger en de roerdomp zijn natuurlijk niet met graan geholpen. Van Diek: “Die krijgen als het kan wat vis, muizen ook, maar vooral eendagskuikens. Het voeren van deze dieren is specialistenwerk, vooral roerdompen moet je weten te zitten.”

Wie beslist geen bijvoedering behoeven zijn roofvogels en aaseters zoals kraaien, eksters en meeuwen. Roofvogels hebben het goed in deze koude tijden - veel kleine vogels zijn door de honger en de kou versuft en vormen een gemakkelijke prooi voor sperwers en zelfs voor torenvalken die normaal muizenjagers zijn. Langs de weg liggen heel wat kadavers van aangereden vogels, vooral van meerkoeten die aan de kant het laatste gras probeerden te eten.

Op de Wadden en in de Zeeuwse Delta zijn nu grote delen van het wad door ijs bedekt. Wormen, schelpen en slakjes zitten veel dieper in het slik door de koude. Veel wadvogels hebben het extreem moeilijk en hulp kan deze dieren met hun specialistische dieet nauwelijks worden geboden. Van Diek: “We merken dat tienduizenden scholeksters al zijn vertrokken naar zuidelijker oorden. De achterblijvers zullen het moeilijk krijgen als de vorst aanblijft. Het enige waarmee we ze kunnen helpen is rust, zodat ze geen energie hoeven te verspillen met vluchten.”

Bosvogels zoals mezen, boomkruipers en vinkachtigen kunnen wel worden geholpen. Van Diek: “Die kunnen over het algemeen redelijk voor zichzelf zorgen. De insecteneters blijven de takken afzoeken naar overwinterende larven, poppen en eieren. Maar als het echt koud wordt trekken ze naar de steden. Die paar graden verschil in temperatuur tussen stad en land is mooi meegenomen, maar verder weten ze dat de mensen hen wel helpen met pinda's, vetbollen, oud brood en andere voedselresten. Laten de mensen er vooral aan denken dat het voer geen zout mag bevatten, dus geen zoute pinda's. De vogels drogen toch al uit met deze koude, maar met zout komen ze helemaal in problemen. En wat de vetbollen betreft: niet vergeten in het voorjaar ze weg te halen. Vogels gaan die aan hun jongen voeren en die kunnen daar beslist niet tegen.”

Wonderlijk is dat kleine dreumesen als winterkoninkjes, heggemussen en roodborstjes de kou kunnen trotseren - als ze tenminste genoeg te eten hebben. Hun lichaamstemperatuur ligt zelfs nog twee graden hoger dan bij zoogdieren. Zoogdieren van vergelijkbare grootte, zoals muizen, hebben beslist beschutting nodig bij koude.

Dat komt doordat veren en dons een veel betere isolatie vormen dan haren. Daarnaast hebben vogels weinig uitstekende delen die warm doorbloed zijn. Vleugels en snavels behoeven geen doorbloeding. De naakte poten van vogels worden wel doorbloed, maar met koud bloed. Dit kunststukje lossen vogels op met een speciaal weefsel bij hun poten, het rete mirabilis, een soort warmtewisselaar. Hierin wordt het uit de poot terugkerende, koude bloed opgewarmd door het toegevoerde, warme bloed. Omgekeerd wordt dit toegevoerde bloed afgekoeld. Door het 'tegenstroomprincipe' is de warmteuitwisseling zeer efficiënt en kan het merendeel van de warmte voor het lichaam behouden blijven.

Niettemin hebben de kleine vogels het 's nachts zeer koud. Veel vogeltjes zoals winterkoninkjes en boomkruipers kruipen 's nachts dicht bij elkaar in een holletje - een beschutte brievenbus of een omgekeerde bloempot blijkt 's ochtends soms geheel gevuld met versufte vogeltjes. Sommige soorten verlagen zelfs de lichaamstemperatuur om maar zo weinig mogelijk warmte te verliezen.

De Vogelbescherming heeft in Zeist een modeltuin aangelegd met rustige hoekjes, sperwerveilige voedertafels en veel besdragende struiken. Van Diek: “En natuurlijk laten we met deze kou geen kat loslopen. Die kunnen soms duchtig huishouden onder de versufte vogels. Bind hem in ieder geval een bel om.”

Na het opstellen van een speciaal gironummer is sinds gisteren door diverse bedrijven, mondeling geld toegezegd, laat een woordvoerder van Vogelbescherming weten. Het toegezegde bedrag, circa 90.000 gulden, is toereikend voor de wintervoeding dit jaar. Met het geld dat overblijft wil Vogelbescherming onder meer machines om wakken te maken aanschaffen. Ook wil de vereniging boeren bewegen meer 'ruige hoeken' te creëren rond de boerderij. “Op plekken waar niet wordt gemaaid kan een muizenrijk gebied onstaan”, zegt de woordvoerder. Vooral voor de kerkuil zullen ruige hoeken een gunstige winterbiotoop betekenen.

    • Rob Biersma