FAO wil honger hoog op politieke agenda krijgen

ROME, 9 FEBR. Het zijn van die cijfers waaraan mensen gewend dreigen te raken, die langzaamaan als onveranderbaar worden beschouwd: achthonderd miljoen mensen in de Derde Wereld zijn chronisch ondervoed. Tweehonderd miljoen kinderen onder de vijf jaar krijgen onvoldoende eiwitten en calorieën.

Jacques Diouf is een campagne begonnen tegen de stille vanzelfsprekendheid van deze getallen. Toen deze Senegalees ruim twee jaar geleden aantrad als directeur van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zette hij het begrip voedselveiligheid bovenaan zijn prioriteitenlijstje. Nu reist hij de wereld rond om steun te vinden voor wat de stempel moet zetten op zijn ambtstermijn: een Wereldvoedseltop met staatshoofden en regeringsleiders. Deze top moet honger hoger op de politieke agenda zetten, als een praktisch en als een moreel probleem.

“Het is onaanvaardbaar dat het fundamenteelste recht van de mens, dat om zichzelf te voeden, niet gegarandeerd is in een tijd dat we naar de maan gaan en space shuttles de ruimte in sturen,” zegt Diouf op een persconferentie in het FAO-hoofdkwartier in Rome, waar de bijeenkomst van 13 tot en met 17 november wordt gehouden.

Weer een top, mompelen sommige diplomaten vermoeid. Iedereen herinnert zich nog met schaamte de belofte die in 1974 werd uitgesproken op de Wereldvoedselconferentie: tien jaar daarna zou niemand meer met honger naar bed gaan. In de woorden van het slotdocument: “Iedere man, vrouw en kind heeft het onvervreemdbare recht om vrij te zijn van honger en ondervoeding om zijn fysieke en geestelijke vermogens te ontwikkelen.”

Op de vraag of geen herhaling van 1974 dreigt, antwoordt Diouf kort: “Het element dat nu anders is, is dat we elkaar ontmoeten op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. Dit is een fundamentele morele kwestie die alleen besproken kan worden op het hoogste niveau.”

Om de tien minuten herhaalt hij de cijfers. Tussen nu en het jaar 2030 komen er drie miljard mensen bij. Om de bevolkingsgroei bij te houden moet de wereldvoedselproduktie de komende dertig jaar met meer dan 75 procent groeien.

De FAO voorspelt wel enige verbetering. Maar zonder ingreep, waarschuwt Diouf, “zullen er vijftien jaar na nu nog steeds 750 miljoen hongerige en ondervoede mensen in de wereld zijn. In Afrika is de voorspelling dat het aantal chronisch ondervoede mensen met ongeveer vijftig procent stijgt naar meer dan driehonderd miljoen mensen in het jaar 2010. Dat kan de wereld eenvoudigweg niet laten gebeuren.”

De komende maanden zal er overal in de wereld worden vergaderd ter voorbereiding van de top. De top zal in ieder geval in twee opzichten anders zijn dan die van ruim twintig jaar geleden. Het is niet de bedoeling dat in november een nieuwe organisatie wordt geboren, zoals in 1974 de Wereldvoedselraad. Ook zal er slechts zijdelings over geld worden gesproken, om de aandacht niet af te leiden.

“We hebben vastgesteld dat op internationale topontmoetingen tachtig procent van de tijd wordt besteed aan het praten over fondsen, hoe ze moeten worden verdeeld, hoe ze moeten worden binnengehaald, hoe hoog de contributie moet zijn,” zegt Diouf. “Maar we moeten over de kern van het probleem praten, en dat is dat achthonderd miljoen mensen honger lijden en we er drie miljard bij krijgen om te voeden. Daarna kan ieder land zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.”

Onder Diouf heeft de FAO zijn kaarten gezet op een tweede groene revolutie, waarvan met name Afrika zou moeten profiteren. Er zijn nu 88 landen in het rijtje arme landen die te weinig voedsel voor zichzelf produceren. Ongeveer de helft daarvan ligt in Afrika. Betere planning en doelmatiger gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunnen de produktie enorm doen stijgen.

Diouf haalt daarbij graag het voorbeeld van India aan. In de jaren zestig ging ongeveer de helft van de voedselhulp die in de wereld werd gegeven, naar India. Nu is dat land ondanks een forse stijging van de bevolking een exporteur van voedsel.

“We moeten ervoor zorgen dat die low income food deficit landen niet meer om voedsel hoeven blijven te vragen, maar op zichzelf kunnen vertrouwen,” zegt Diouf. “We moeten het probleem bij de wortel aanpakken.”

Na kritiek dat hij aanvankelijk wel erg makkelijk over de keerzijde van de eerste' groene revolutie heen stapte, onderstreept Diouf nu dat de vergissingen uit het verleden een goede les moeten zijn. Bodemerosie, een groeiende monocultuur en verzilting van de grond waren de keerzijden van de enorme produktiestijging in veel Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Ook waren het op veel plaatsen voornamelijk de rijke boeren die profiteerden.

Diouf hoopt dat de huidige problemen in de graansector mensen nog meer zullen doordringen van het belang van de top. De produktie ligt voor het derde opeenvolgende jaar onder de trend. Diouf wijst erop dat de graanprijzen liggen dit seizoen dertig tot vijftig procent hoger liggen dan vorig seizoen. De landen die zelf niet voldoende produceren, moeten daardoor drie miljard dollar meer betalen voor hun importen. Dat is 24 procent meer dan vorig jaar. Middelen om al te grote prijsschommelingen te voorkomen, om een betere planning mogelijk te maken, zullen op de Voedseltop worden besproken.

De top komt op een moment dat de FAO fors moet bezuinigen omdat met name de Verenigde Staten hun contributie maar met mondjesmaat betalen. Het is net genoeg om niet geroyeerd te worden als lid, al wijzen FAO-woordvoerders er op dat de VS hier tenminste nog betalen, in tegenstelling tot de situatie bij sommige andere VN-organisaties.

In de reguliere begroting voor de komende twee jaar, ongeveer 650 miljoen dollar, moet de FAO met vijftien procent minder uitkomen dan in de twee jaar daarvoor. Met zijn gedwongen bezuinigen maakt Diouf onvermijdelijk vijanden. Op het FAO-hoofdkwartier in Rome is onder de staf veel gemopper te horen. Contracten worden niet verlengd. Mensen worden het veld ingestuurd terwijl ze het goed naar hun zin hadden in Rome.

De komende top moet ook helpen intern het moreel te herstellen. Voor de FAO wordt het een hoogtepunt in haar vijftigjarige bestaan. Maar het mag niet teveel feest worden. Vorig jaar is al veel geld besteed aan een duur halve-eeuwfeest in Quebec, een plannetje dat nog van Dioufs voorganger Saouma was. De landen die deelnemen aan de top is gevraagd geen luxueuze recepties te organiseren. Het geld dat ze zo uitsparen, zou moeten gaan naar een speciaal voedselprogramma.

    • Marc Leijendekker