Een urn op de voorbank; Renate Dorrestein blijft staan op de drempel van de ernst

Renate Dorrestein: Verborgen gebreken. Uitg. Contact, 238 blz. Prijs ƒ 45,- (geb.), ƒ 32,90.

Vrijwel tot het einde toe blijft het een raadsel waarom ieder hoofdstuk van Verborgen gebreken opent met een stukje Genesis. De schepping van hemel en aarde, licht en duister, dier en mens, het heeft geen spoor van samenhang met het verhaal, dus waarom steeds die bouwplannen? Maar bij het laatste hoofdstuk, als het werk volbracht is en de wereld fris en glanzend klaar ligt, komt de clou. 'En God zag dat het goed was,' staat daar, en ineens schalt uit het papier een hoonlach van de schrijfster op.

De schepping? Goed?

In het eerste hoofdstuk deugt er al meteen geen moer van deze wereld. Christine Jansen, kortweg Chris, is acht jaar oud en zou dus nog een onbezoedeld vrolijk meisje moeten wezen, maar ontpopt zich als de pittbull van de buurt. Haar Barbie bungelt naakt en roodbekrast aan een strop, haar klasgenootjes rost ze af met spijkers, en haar moeder, een verweesde vrouw die slecht bij haar gevoelens kan en alsmaar nieuwe levens uitzet, sinds haar jongste minnaar heet ze Sonja, moet het ook al zwaar ontgelden. Chris zoekt aandacht, dat is duidelijk, maar alles wat ze doet maakt haar alleen maar meer tot buitenbeen.

Op vakantie in de gestage regen van het Schotse hoogland loopt ze weg en verstopt zich in de auto van een vrouw op jaren, Agnes Stam, die ook al eenzaam in de wereld blijkt te staan. Ze is op weg naar Port na Bà, het huisje dat ze vijftig jaar geleden kocht met haar vier broers, en voor het eerst is ze alleen. De laatste van de broers is overleden, op de voorbank ligt de urn, zijn vrouw en kinderen gaan deze zomer maar eens naar een ander stekje. Agnes merkt dat ze wordt afgeschreven, oude tante die ze is, en peinst achter het stuur over de toekomst. Ze is nooit getrouwd, ze staat alleen, wat blijft haar nu nog over?

Chris, zo blijkt. Ze zijn nog nauwelijks in het vakantiehuisje aangekomen of ze raken opgenomen in een stroom van hoogst ontregelende lotgevallen. Scotland Yard belt aan, de post brengt onheilsboodschappen, de kamers lopen onder, er vallen schoten en er ligt ten slotte zelfs een lijk. Er groeit daarbij iets van een lotsverbond, de oude Agnes krijgt een zwak voor haar verwoesting zaaiende verstekelinge, maar waarom het kind bij haar is komen aanlopen is haar intussen nog volslagen duister. Niets wordt uitgesproken, niets onthuld, en als ze weer uiteen gaan zijn ze eigenlijk nog steeds toevallige passanten, ships that pass in the night. Er is geen loutering en geen verandering, het leven gaat weer verder, en misschien is dat wel wat Verborgen gebreken wil laten zien - hoe het toch kan dat alles net zo erg blijft als het was.

Wat Agnes wordt onthouden maar de lezer niet, is het onzegbare geheim waar Chris mee leeft. Het is iets met haar oudste broer - 'de enige ogen die haar ooit echt zagen, de enige ogen die de moeite namen werkelijk naar haar te kijken'. Hij kruipt bij haar in bed en raakt haar aan en ademt in haar oor, al zou ze liever samen rookbommen maken, en ze laat dat toe met een verward gevoel van medelijden. 'Als zij niet bestond,' vermoedt ze, 'zou hij dit niet hoeven doen.' Het ligt kortom aan haar, het is haar fout - en het is die gedachtenkronkel die haar zo onhandelbaar maakt. Ze doet kwaad, want ze wil straf. Ze wil veroordeeld. 'Telkens het besef: haar schuld.'

Dat Agnes haar geheim niet raadt, al krijgt ze af en toe een hint, heeft ongetwijfeld iets te maken met achtergrond - ook zij heeft een geheim waarin een broer de hoofdrol speelt, de broer in de urn. Wat Chris moet doormaken kan ze zich simpelweg niet indenken, voor haar zijn broers de kern van het bestaan, het leven zelf - het leven dat aan haar, als oude vrijster, als 'hiaat', zoals ze zelf zegt, voorbijgegaan is.

In Chris en Agnes geeft Renate Dorrestein een nieuwe vorm aan een vertrouwd dilemma uit het vrouwenleven zoals zij dat nu al jaren schetst. Een vrouw die iets bereiken wil, geluk om te beginnen, aandacht, zoals Chris, die zoekt haar heil bij het vijandige geslacht en raakt daar onherroepelijk verstrikt in schuldige betrekkingen die zelfhaat wekken. Een vrouw die op het tweede plan blijft, zoals Agnes, houdt haar ongeschonden zelf, maar heeft daar weer niet veel genoegen van, want heeft eenvoudigweg geen leven. Vrouwen krijgen schuld of niets.

In het laatste geval, en dat is nieuw voor Dorrestein, wordt het bestaan nog uitzichtlozer. De slijtage van haar huis doet Agnes denken dat de dingen in het leven niet zozeer kapot gaan als je ze gebruikt, maar juist als je ze niet gebruikt, en mag de wijsheid in die woorden even later aan den lijve ondervinden. Lijkt ze bij haar opkomst nog gezond en monter, Chris hoeft maar voorbij te komen en ze krijgt opvallende gelijkenis met een vergane tent in een novemberstorm. Een ader knapt, een oog rolt uit de kas, haar ene zijde raakt verlamd, haar tong doet niet meer wat ze wil en haar gedachten slaan op hol. De afbraak is vakkundig en totaal.

Het gekke is alleen, hoe wrakkig Agnes ook mag worden, hartverscheurend wordt het nergens, en dat kon wel eens te maken hebben met de stijl van de roman. De tijden zijn voorbij dat Dorrestein de knop onafgebroken op de stand boosaardige vrolijkheid liet staan, een ferme toon van Jet-zet-door, ze wordt ontspannener en weet steeds vaker te ontroeren. Maar onveranderd is haar kennelijke angst om te vervelen. Verborgen gebreken zit als altijd listig in elkaar, als een groteske thriller, vol vermakelijke wendingen, maar het vervelende gevolg is dat de ernst van het verhaal van a tot z een afgeleide blijft van het vermaak - en dus geen ernst wordt.

Dat is jammer, want het lijkt soms wel of Dorrestein die drempel graag eens over zou. Begeerte, schuld, verval en eenzaamheid, door al haar thema's spookt een consequente afschuw van de menselijke staat. Haar wereld is een spiegel van de wereld volgens Genesis, geen schepping maar vernietiging, geen klare orde maar vergankelijke wanorde, en tussen haar eigen woorden en die van haar motto's schemert soms een oud verhaal, dat van de paradijsvloek en de erfzonde. Of ze daar voluit in gelooft is weer iets anders, maar ze leeft er onmiskenbaar mee. Wat zou ze daar, in ernst, mooi over kunnen schrijven.

UIT: RENATE DORRESTEIN: VERBORGEN GEBREKEN

In Agnes' kamer is het niet helemaal donker: ze slaapt met de gordijnen open. Grijs, mistig maanlicht vult het vertrek en maakt alle dingen geheimzinnig. Beleefd wendt Chris haar blik af als ze op het nachtkastje een glas met tanden erin ontwaart.

Een stoel, bedekt met kleren. Een ladenkastje, waarop een tuiltje grasklokjes staat. Foto's ernaast, in glimmende lijstjes: een jongen in een ouderwets matrozenpak met een hengel in de hand, iemand die een korte broek draagt en met een hockeystick zwaait, een jongeman die aan een buis van de waterleiding staat te sleutelen, een man met een boek bij een haardvuur, een grijsaard die glimlachend in de camera kijkt.

Van de oude man schieten haar ogen terug naar de kleine jongen. Ze pakt beide foto's op, draait ze om. Robert zomer 1919. Robert februari 1995. Alle andere foto's blijken ook Roberts te zijn. Er komt een gevoel van beklemming over haar. Dit moet een van Agnes' dode broers zijn: ze staat met een dode broer in haar handen.

    • Hans Goedkoop