Een peuk in de toiletpot; De muis-en-olifant-moppen van Sarah Lucas in Museum Boymans

Platvloersheid is het materiaal van de Britse kunstenares Sarah Lucas. Een komkommer op een bevlekt matras, een gat in een gevorkte boom: alles in haar installaties in Museum Boymans-van Beuningen verwijst naar geslachtsorganen en seks. “Vies interesseert haar. Het is tegendraads, de afschuw die het wekt ontregelt keurig nette heren en mevrouwen, en dat geeft, zoals kinderen al vroeg ontdekken, een gevoel van triomf en moed: die durft!”

Sarah Lucas, Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Tot 31/3/96.

Sarah Lucas (Engeland, 1962) heeft nog niet veel geëxposeerd, maar ruim voor de opening van haar tentoonstelling in Museum Boymans-van Beuningen werd haar werk in Het Parool en Vrij Nederland al uitvoerig met kleurenplaatjes belicht. Sarah Lucas hoort namelijk bij de Londense kunstscene. Die heeft in korte tijd de naam verkregen kunst voort te brengen als de muziek van Sid Vicious: hard, rauw en met het 'fuck you'-gebaar en dat blijkt op grote schaal zo op de fantasie te werken dat alles wat er vandaan komt als 'hot news' geldt.

Bovendien is Lucas een vrouw die iets durft wat in de kunst in die mate nog tamelijk zeldzaam is: ze debiteert gierend van de lach met de benen wijd vunzigheden.

De tentoonstelling is in verhouding tot de tamtam niet groot, twee zalen. Voor een direct overzicht van Lucas' manier van kijken en werken blijkt dat voldoende te zijn, want veel omhaal gebruikt ze niet. Je snapt meteen waar twee naast elkaar geplaatste rechte houten stoelen voor staan als je naar de zitting kijkt: op de ene prijkt een rechtopstaande dildo, op de andere een opengesperd kunstgebit. De kale lamp die aan een draad tussen de stoelen in hangt, verbindt dit paar zonder het veel verlichting te brengen.

De oude tweepersoons matras op de grond spreekt ook duidelijke taal. De twee stoten van meloenen in het opengescheurde tijk en het gapende gat van de op z'n kant liggende emmer ervoor is de ene helft van een koppel dat verder bestaat uit een rechtopstaande komkommer met twee ballen van sinaasappels er links en rechts naast. De gore vlek rondom 'meneer' krijgt bij zoveel grofheid bijna het karakter van een subtiliteit.

Werkelijk subtiel is Lucas nooit en dat wil ze ook niet zijn, hoe platvloerser zelfs hoe beter. Platvloersheid is haar materiaal en ze vindt dat waar ze ook maar om zich heen kijkt. Ze ziet het zelfs in het bos, zo toont de omslag van de catalogus. Lucas heeft daarop een foto van een twee-armige boomstronk omgekeerd afgedrukt en het gat tussen de twee takken wat donkerder aangezet waardoor je er het vrouwelijk geslacht tussen twee benen in gaat zien.

Platvloersheid is seks bij Lucas, en alles is seks of staat in dienst van de seks. Dat heeft ze natuurlijk niet zelf bedacht, het is haar aangereikt, zo lezen we in ieder artikel over haar, door het milieu waarin ze opgroeide, de Engelse lower class, en het omringt haar nog steeds in de volksbuurt waar ze woont. Daar krijgt een vrouw met een komkommer in haar boodschappentas veelbetekenende blikken toegeworpen en staat het nieuws in de kranten verscholen tussen foto's van meloenborsten en -billen. Iedere man is er een haan en iedere vrouw een kip en het liefste doen ze 'het' zo vaak als de konijnen. Zo simpel is dat.

Viespeuk

Lucas moet daar om lachen en dat wil ze op ons overbrengen. Daarom zet ze een wc-pot met stortbak neer naast een rechte houten stoel die met een wit mannenonderhemd en een onderbroek is aangekleed en waaraan op schouderhoogte aan de rugleuning een arm van gips is vastgeschroefd. De hand van deze 'heer' houdt een dikke gele kaars vast die op de opengeschoven gulp is gezet. De achteloosheid van dit al balt zich ook hier samen in een detail: in het water van de wc-pot drijft een sigarettenpeuk.

Viespeuk: je hóórt Lucas om die kwalificatie vragen. Vies interesseert haar, het is tegendraads, de afschuw die het wekt ontregelt keurig nette heren en mevrouwen, en dat geeft, zoals kinderen al vroeg ontdekken, een gevoel van triomf en moed: die durft! Lucas durft te laten zien wat een viespeuken wij eigenlijk zijn door ons een spiegel voor te houden. Dat is weliswaar de spiegel van de sociale klasse die het minst van alle in het museum komt, maar toch... we kunnen er iets van leren. Als we willen. Zo niet, dan kunnen we er altijd nog om lachen. Zo moeilijk is dat toch niet?

Roken is vies. Wie nu rookt, wordt steeds vaker schuin aangekeken. Lucas helpt uit de brand door een rookkamertje te bouwen als een droogkapachtig ding. Het bestaat uit oude metalen schuifstangen waaraan een ruwhouten kistje hangt met het gat naar beneden. Twee ouderwetse gewichten houden het op de hoofdhoogte van een zittend persoon. Wanneer wij ons bukken en de nek verdraaien om in het kistje te kunnen kijken, kijken we recht in een rokersmop: het is vettig bruin gevernist van binnen en er brandt een lullig klein tl-buisje in.

Een doordenkertje over vies en de seksen is de badkuip met ernaast een trekautomaat. Uit het gat van de badkuip is een plas rose verf op de museumvloer is gestroomd: ongesteld. De een-armige bandiet ernaast kan bij haar dus niet terecht en wacht dan maar tot onze hand aan zijn staaf trekt (dat is gepermitteerd) en zo misschien zijn 'zaad', klinkende munt in het geldbakje, opwekt.

Hoe Lucas denkt begrijpt een kind en voor kinderen is dit dan ook een geweldige tentoonstelling: volwassenen die stout doen! Maar wat betekent dit allemaal voor ons die naar het museum gaan om wijzer te worden? We krijgen bij Lucas geen inzicht in de angst die mannen en vrouwen voor elkaar hebben, in de frustraties, de beklemmende patronen die ze bij elkaar opwekken en waaruit al die dubbelzinnigheid voortkomt. Daar is het haar duidelijk ook niet om te doen. Haar trant is die van een vrouw die aan een man vraagt of zijn inlegkruisje goed zit: lik op stuk.

Het is het principe van de muis-en-de-olifantmoppen, van de zwakke partij die onverhoeds de boel omkeert en kracht ontmaskert als domme kracht of bluf. Lucas past dat principe met zo'n los gebaar toe dat haar kunst net zo goed een t-shirt zou kunnen zijn, of sleutelhanger, bierblikje of notitieblokje. Dingen die ze inderdaad ook heeft verkocht in 'The shop', de Londense prullariawinkel die ze met vrienden heeft opgezet. In de catalogus zie je van die prullaria afbeeldingen. Voor vrouwen staan er seksuele beledigingen op de t-shirts en mannen zien hun potentie weerspiegeld in een penis van samengeknepen bierblikjes of in elkaar gedraaid ijzerdraad. Leuk, maar wel grappen waarmee we al overal worden doodgegooid. Overal behalve in het museum, en daar zeker niet door vrouwen. Die hebben daar de laatste jaren beelden van gekwelde, geknechte, verscheurde en gefrustreerde mensen neergezet (Marlene Dumas, Cindy Sherman, Nan Goldin). Klaarblijkelijk is het nu tijd voor het brutale stoere type, het viswijf dat lik-me-reet tegen de kunstwereld roept.

Stoerder dan Lucas kan het niet, al was het alleen maar omdat ze het zelf zegt. Op een schilderij bijvoorbeeld. Lucas heeft zich daarop afgebeeld in t-shirt, spijkerbroek en bootwerkersschoenen. Ze zit onderuit gezakt en staart ons frontaal aan, haar benen wijd gespreid. We zien haar ook op een ruim twee meter groot hangend ei, of beter we vermoeden haar daarop, want haar gezicht gaat schuil achter haar benen met zware schoenen. Ze heeft ze als een patser op een bureau over elkaar geslagen en duwt de geribbelde schoenzolen recht naar voren in ons gezicht. 'In your face', zeggen de Engelsen wanneer er geen doekjes om worden gewonden. 'In your face', kraait het museum stoer na, en houdt met Lucas een maandverband voor ons op.

    • Anna Tilroe