Een gat temidden van de anderen

Peter Nijmeijer: In duizend stukken. Uitg. Meulenhoff, 88 blz. Prijs ƒ 19,90.

Wat is het Duitse woord voor slagroom? Peter Nijmeijer dacht dat het Samen was. Maar Samen betekent iets anders, zoals hij merkte toen hij eens in Keulen op een terras plaatsnam en koffie met slagroom wilde bestellen. 'In Duitsland is dat sperma. / En ik maar denken dat het slagroom was', zo zegt hij in het droogkomische begin van zijn gedicht. Hoe er door de dienstdoende kelner op zijn gewaagde bestelling gereageerd werd, vermeldt hij niet, maar dat laat zich licht raden. Deze spraakverwarring vormt het begin van een lang, rustig babbelend gedicht, waarin de taalfout ook nog betekenis krijgt. Want Nijmeijer is, met Sahne en zonder Samen op zijn koffie, tijdens zijn verblijf in Keulen niet samen, maar alleen. Zijn gedicht bevat toeristische observaties en toespelingen op een roman van Ingeborg Bachmann, maar het is toch vooral een brief aan de geliefde die elders is. 'Straks ga ik terug. Terug naar jou. / Waar ik ook ben, ik kom terug. / Zolang jij me niet vergeet' zo luiden de licht sentimentele slotregels.

Grappen, gebabbel, eenvoudige ontroering: ze zijn op meer plaatsen te vinden in In duizend stukken, de nieuwe bundel van Peter Nijmeijer. Een kleine verrassing is dat wel, want Nijmeijer (wiens vorige bundel twaalf jaar geleden verscheen) geldt toch nog steeds als een vertegenwoordiger van de meer hermetische poëzie - al moet er wel meteen bij gezegd worden dat dit etiket eerder op zijn kritische standpunten dan op zijn gedichten was gebaseerd.

Hoe dit ook zij, In duizend stukken laat een heel toegankelijke dichter zien die meestal niet veel meer wil dan vertellen. Zo bevat de eerste afdeling twaalf lange, sfeervolle gedichten over allerlei lokale gebeurtenissen in Ierland, met een zeker accent op wat daar in pubs, inns en bars over verteld wordt. In 'Het labyrint' wordt gedwaald door het Dublin van James Joyce. Er is een Weense afdeling, met veel Mozart, Strauss, Freud, Schiele en Klimt, en een Vlaamse afdeling met Memling en Metsys en middeleeuwse klucht. Geen gestaar in het wit, geen gepeins over stilstand en beweging en de problematiek van het waarnemen, maar volop aandacht voor het volle leven, in de vorm van reisimpressies, beeldgedichten en kroeggesprekken.

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat de poëzie er aldus een beetje bij ingeschoten is. Nijmeijer is hier vooral hardop aan het praten en denken, in lange zinnen met veel vragen en tegenwerpingen, en vrijwel zonder enige vormgeving. De toon is soms grappig, soms luchtig, soms laconiek, maar meestal heeft hij nogal veel woorden nodig. Het levert langdradige verzen op, waarin een ellipsje hier en een woordspelinkje daar voor variatie moeten zorgen. 'Ik word ronduit lyrisch!', zegt hij ergens in een reisgedicht, alsof het voor een dichter iets heel bijzonders zou zijn om lyrisch te worden.

Voor scherpe inzichten en mooie afrondingen schrikt hij terug - en dat zal wel zijn redenen hebben. Het titelgedicht geeft een portret van een man die 'in duizend stukken buiten in het landschap anoniem ligt te zijn', die zichzelf ziet als 'een gat' temidden van de anderen, geleid door 'een ongekende drift om ziekelijk al het andere te wezen'. Het staat ingeklemd tussen twee beeldgedichten over Egon Schiele, dus het zal in de eerste plaats op hem betrekking hebben, maar tegelijk suggereert de titel van de bundel dat we hierin ook een zelfportret van de dichter mogen lezen.

'Eindelijk eindeloos zinvol', zo besluit hij een dromerig liefdesgedicht. Maar op de vorig jaar uitgebrachte cd Voor jou alleen, waarop Nijmeijer - en nog elf andere dichters - uit eigen werk leest, luidt het slot 'Eindelijk eindeloos zinloos'. Zinloos als synoniem voor zinvol, een man die in duizend stukken anoniem ligt te wezen: het kan aangeven dat Nijmeijers gedichten nog steeds als onpersoonlijke maaksels gelezen moeten worden. Maar ook: dat de berusting in zijn werk stevig heeft toegeslagen.