Diepe peiling van de ziel

Voorstelling: Kat op een heet zinken dak van Tennessee Williams door Theater Antigone. Vertaling: Walter Van den Broeck; regie: Ignace Cornelissen; toneelbeeld: Marc Cnops; spelers: Katelijne Verbeke, Koen De Stutter, Dries Smits e.a. Gezien 7/2 Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 6/3. (020) 626 45 45.

Bij het zien van de soms al te heftig meeslepende voorstelling Kat op en heet zinken dak (1955) van Tennessee Williams bedacht ik dat het schrijven en regisseren van theater niets anders is dan het leggen van tijdbommen. Ogenschijnlijk een heel eenvoudige bezigheid, dat leggen van tijdbommen onder huizen van mensen die in die huizen zo gelukkig schijnen te wonen. Zo'n bom slaat niet alleen steen en hout aan flarden, ook de mensen zelf en de verhoudingen waarin zij leven. Familie- en liefdesrelaties lopen op de klippen. Wat overblijft is een handjevol vereenzaamde mensen.

Tennessee Williams verstaat het op verbeten, bijna aan hysterie grenzende wijze een vertrouwde wereld te laten exploderen. De titel Kat op een heet zinken dak moeten we letterlijk nemen; het draait hier om het personage Margaret (Maggie) dat zich dermate opgejaagd èn gefnuikt in haar leven voelt, dat het is of ze steeds harder heen en weer rent over een gloeiend heet dak, zonder dat ze de sprong eraf durft te wagen. Zij is verliefd op haar man Brick, die haar grootste wens, een kindje, niet in vervulling deed gaan. Het gerucht doet de ronde dat hij een verhuld homo-erotische verhouding had met zijn sportmaat Skipper. Die ging dood aan deze aantijging, Brick is aan de drank. Zijn vader, Big Daddy ofwel in de vertaling Grote Va, sterft aan kanker. Dat weet hij niet, de kinderen wel. Op zijn verjaardag komen ze alvast de buit verdelen. Dit leidt tot eindeloze verwikkelingen en drastisch chirurgisch snijden in de ziel van iedereen.

Theater Antigone is een Vlaams gezelschap en laat dat merken: de vertaling door Walter Van den Broeck is welluidend-ongekuist Vlaams, met behoud van de Amerikaanse plaatsnamen. Dat levert een verrassend, wonderlijk mooi contrast op. Feitelijk is de hele Kat etc. een almaar doorwoekerende aaneenschakeling van confrontaties; elk personage heeft iets met de ander uit te vechten. Vader met zoon, zoon met vrouw, vrouw met schoonmoeder, vader met vrouw, broer tegen broer en, uiteindelijk, de vader in gevecht met zichzelf en zijn geliefde zoon Brick ook met zichzelf. Dat zou vermoeiend kunnen werken, want voor de dood van Grote Va moet het schip schoon.

Toch dwingt deze psychologisch-realistische voorstelling tot volledige aandacht, behoudens enkele scènes die de karikatuur te dicht naderen. Williams schuwt het grote effect niet: dat de kruk waarmee Brick zich ondersteunt - hij dacht in dronken overmoed 's nachts horden te kunnen lopen - ook als slag- en zelfs moordwapen dienst doet, is slechts een van die pasteus aangezette momenten. Tennessee Williams durft de ziel van zijn personages diep te peilen, hachelijk diep soms, met larmoyante toetsen, maar wat het tot groot toneel maakt is dat alles levensecht is.

De energie van Margaret, een fascinerende rol van Katelijne Verbeke, geeft meteen vanaf de allereerste minuut tot heel veel later een niet te stuiten drive aan de voorstelling. Zij komt op voor zichzelf, voor haar geluk met de zichzelf in alcohol versmorende Brick. Aan het slot mag hij zich van haar helemaal over de kop drinken, als hij haar eerst maar zwanger maakt. De in zichzelf verknoopte Brick (Koen De Sutter) is dan al ver heen en verbergt zich in een groot kussen vol katoenpluis, een ingehouden verwijzing naar de plantage van Grote Va.

Dries Smits speelt deze imposante man, medisch dood verklaard maar boordevol kracht. Hij besluit van het leven te gaan genieten, hij hield allang niet meer van zijn vrouw. Dat is een cliché. Waarom heeft hij zich zoveel andere vrouwen ontzegd? Ook een cliché. Desalniettemin overtuigt hij, evenals al de andere personages, in de manier waarop hij wanhopig vorm probeert te geven aan zijn leven. Regisseur Ignace Cornelissen vergt van de acteurs wat inleving betreft het uiterste. Een fluistering hier en een ingetogenheid elders kan zeker geen kwaad. Dat neemt niet weg dat de keuze voor deze onversneden heftigheid uiteindelijk een juiste is: het stuk speelt zich immers af in het aangezicht van de dood. Dan past onverzettelijke opstandigheid.